vrijdag 28 november 2025
Provincie houdt vast aan dwangsommen van bijna € 27 miljoen tegen Tata Steel
De boetes zijn opgelegd nadat twee kook- en gasfabrieken van Tata Steel — de zogenoemde Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) constateerde dat de uitstoot van schadelijke stoffen bij beide fabrieken ver boven de wettelijke norm lag.
De dwangsommen waren verdeeld in twee delen: zo’n € 17,065 miljoen voor KGF 1 en ongeveer € 9,75 miljoen voor KGF 2.
Tata Steel maakte bezwaar — zowel tegen de hoogte van de boetes als tegen de beperkte termijn om de uitstoot te verminderen.
Op 27 maart 2025 behandelde de Hoor- en Adviescommissie het bezwaar. Die adviseerde eerder om de boetes te handhaven — de provincie besloot dat advies over te nemen.
Hoewel de hoogte van de boetes bleef staan, werd de begunstigingstermijn verdubbeld: in plaats van acht kregen ze nu zestien weken de tijd om de normoverschrijdingen te stoppen. De nieuwe termijn ging in op 15 april 2025.
Doordat de dwangsommen gehandhaafd blijven, is de druk op Tata Steel om de uitstoot drastisch te verlagen hoog. De toezichthouder (OD NZKG) zegt dat sinds 15 april al meerdere metingen zijn verricht; zodra opnieuw overschrijdingen worden geconstateerd, zal de eerste vordering tot betaling volgen.
donderdag 27 november 2025
Nederland wil wel verduurzamen, maar kansen blijven onbenut
Dat is zorgelijk, want alleen technologische innovatie en verduurzaming van de industrie zijn onvoldoende om de doelstellingen te bereiken. Milieu Centraal stelt dat focus op brede gedragsverandering noodzakelijk is: duurzame keuzes moeten de makkelijkste én goedkoopste optie worden. Dat vraagt om systeemverandering: overheid en bedrijfsleven zijn aan zet. Nieuw in de Monitor zijn inzichten in woningverduurzaming en netcongestie.
Op donderdag 27 november presenteert Milieu Centraal de Monitor Duurzaam Leven 2025. Tijdens de bijeenkomst in Nieuwspoort worden de belangrijkste uitkomsten toegelicht en gaan Ika van de Pas (Milieu Centraal), Afke van Rijn (IenW), Michel Heijdra (KGG), Jan van Beuningen (VRO), Geerte Paradies (TNO), Klaske Kruk (Circularities; Nederlandse Vereniging Circulaire Economie), Dennis van den Berg (Bol) en Judith Roumen (Milieu Centraal) met elkaar in gesprek over de inzichten en de gevolgen voor beleid, praktijk en samenleving. Voor persaccreditatie, zie onderaan dit bericht.
Nederland wil wel, maar barrières houden gedragsverandering tegen
Milieu Centraal voert de Monitor Duurzaam Leven tweejaarlijks uit in samenwerking met Motivaction. Meer dan 4.000 Nederlanders deden dit jaar mee aan het onderzoek door vragen in te vullen over hun gedrag, keuzes en bereidheid rond energie, mobiliteit, voeding en spullen. Uit de nieuwste editie van de Monitor Duurzaam Leven blijkt dat verduurzaming te langzaam gaat. Hoewel steeds meer mensen hun woning verduurzamen vlakt het tempo van deze groei af. De stappen die tussen 2021 en 2025 zijn gezet, zijn niet genoeg om de klimaatdoelen in 2030 te kunnen halen. Veel mensen doen wel kleinere duurzame handelingen, zoals afval scheiden en verpakkingen met statiegeld inleveren, maar keuzes met grote klimaatwinst, zoals: weinig vlees eten, minder vliegen of overstappen op elektrisch rijden, zijn nog geen meerderheidsgedrag.
Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat er voor veel duurzame keuzes een groot draagvlak is: de meerderheid van de Nederlanders staat open voor driekwart van de impactvolle keuzes die mensen kunnen maken, terwijl gemiddeld zo’n 20% van die duurzame keuzes ook daadwerkelijk wordt gemaakt. Er ligt dus een aanzienlijk gat tussen willen en doen. Uit de Monitor Duurzaam Leven blijkt tevens dat de meeste Nederlanders eerder voor strenge maatregelen vanuit de overheid zijn dan tegen, ook als dat hen zelf raakt. Als het bestaande draagvlak wel wordt benut, kan dit een enorme CO₂-reductie van jaarlijks minimaal 1,9 megaton opleveren. Dit is vergelijkbaar met de besparing wanneer iedereen elke dag 6 minuten minder lang doucht. Hiervoor zijn systeemveranderingen noodzakelijk, waaronder het wegnemen van belemmeringen en het normaliseren van duurzaam gedrag.
Vooral binnen de transitie naar duurzame mobiliteit en voeding ervaren mensen hardnekkige drempels. Minder vliegen en afscheid nemen van de benzine- of dieselauto blijven lastig. Ook al nam het aantal vegetariërs en veganisten eerder toe, de afgelopen twee jaar daalt het weer en blijkt één vleesdag per week een brug te ver. Het aantal mensen dat vlees mindert tot 3 à 4 dagen (flexitariërs) lijkt wel gegroeid de afgelopen jaren. Tegelijk groeit ook het aantal mensen dat kiest voor refurbished producten, milieuvriendelijke meubels of dat langer doet met de smartphone.
De overgang naar een duurzame samenleving is niet alleen een technische opgave, maar ook een sociale. De monitoring toont inmiddels al sinds 2021 aan dat er in de meerderheid draagvlak is om duurzamere keuzes te maken, maar in de meting van 2025 blijkt dat elkaars bereidheid hiervoor fors wordt onderschat. Dit kan leiden tot self-silencing: mensen houden hun duurzame voorkeuren voor zich, uit de misvatting dat minder anderen ervoor open zouden staan. Deze misperceptie werkt als een rem op gedragsverandering: als mensen denken dat anderen niet meedoen, voelen ze minder de neiging om zelf stappen te zetten. “Om de klimaatdoelen samen te behalen is het nodig dat duurzaam leven onze norm is”, aldus Ika van de Pas.
woensdag 26 november 2025
Banken steken jaarlijks miljarden in kritieke mineralen, milieu onder druk
Het rapport, "Financing Critical Minerals but Failing Critical Safeguards", concludeert dat Europa's streven naar het veiligstellen van kritieke grondstoffen die nodig zijn voor de energie transitie onbedoeld mensenrechtenschendingen en milieuschade aanwakkert. Het rapport benadrukt de financiële en reputatierisico's voor banken en investeerders en legt de verborgen impact bloot van de groene agenda van de EU. Tegelijkertijd draait de EU haar duurzaamheids- en groene agenda steeds meer terug.
In het rapport worden de acht grootste Europese financiële instellingen geanalyseerd op hun milieu- en mensenrechtenwaarborgen, waaronder BNP Paribas, Crédit Agricole, Deutsche Bank, ING, Allianz en Banco Santander. De scores variëren van slechts 2,6 tot 4,0 op een schaal van 10. Het Nederlandse pensioenfonds ABP, dat het beste presteert, kreeg een bescheiden 4. ING komt niet verder dan een 3,7. Crédit Agricole, de grootste investeerder in mijnbouwbedrijven in de EU, Allianz, de op één na grootste investeerder, en de Spaanse bank BBVA scoorden allemaal lager dan 3.
"De race naar kritieke mineralen wordt vaak gezien als noodzakelijk voor wereldwijde energietransitie, maar hun toeleveringsketens worden geteisterd door vervuiling en sociale conflicten. Het gaat hier niet om een paar rotte appels, maar om een systeem dat Europese financiers buiten schot laat omdat de regels te zwak zijn. Dit leidt niet alleen tot mensenrechtenschendingen en milieuschendingen, maar stelt Europese banken en investeerders ook bloot aan financiële en reputatierisico's", aldus Kees Kodde, projectleider van Oxfam en Fair Finance International.
dinsdag 25 november 2025
Brandstof voor vliegtuigen uit huisvuil
De luchtvaartsector kampt met een aanzienlijk klimaatprobleem: vliegtuigen veroorzaken ongeveer 2,5 % van de wereldwijde CO₂-uitstoot. Omdat elektrisch vliegen voor grote toestellen en lange trajecten voorlopig niet praktisch is, geldt duurzame vliegtuigbrandstof vooralsnog als de beste optie. Deze brandstof is echter nu nog erg kostbaar om te produceren.
Het grote voordeel: van afval is er volop beschikbaar, veel meer dan van plantaardige of gebruikte olie waar veel huidige duurzame brandstoffen op gebaseerd zijn.
Volgens de onderzoekers leidt hun uitvinding tot een CO₂-uitstootvermindering van zo’n 80 tot 90 % ten opzichte van gewone kerosine. Wereldwijd zou het huisvuil uit kunnen maken voor zo’n 16 % van alle vluchten. Voor Europa zou het zelfs de volledige doelstelling voor 2030 kunnen dekken. Grote steden zoals Beijing, Shanghai, Caïro en New York zouden elk jaar meer dan 100.000 ton vliegtuigbrandstof uit hun eigen afval kunnen produceren.
maandag 24 november 2025
Luchtvaart dreigt klimaatdoelen 2030 niet te halen
De Nederlandse politiek heeft de luchtvaart de afgelopen jaren meer ruimte gegeven dan andere sectoren. De afspraken voor de sector uit het Akkoord Duurzame Luchtvaart (2020) zijn namelijk niet wettelijk bindend en de reductiedoelen blijven ver achter bij die van andere sectoren zoals landbouw, industrie en vervoer. Bovendien krijgt de luchtvaart meer tijd dan andere sectoren.
Het onderzoek brengt berekeningen uit verschillende overheidsstudies samen, waaronder de Klimaat en Energieverkenning 2024 en Welvaart en Leefomgeving 2025. Daaruit blijkt dat de luchtvaart in 2030 naar verwachting ruim een halve megaton CO2 méér uitstoot dan afgesproken. Dat staat ongeveer gelijk aan de jaarlijkse uitstoot van zo’n 300.000 benzineauto’s. Het gevolg daarvan is dat het aandeel van de luchtvaart in de totale uitstoot van Nederland groeit van 1,7% in 1990, naar 7,2% in 2030. Daarbij is rekening gehouden met trends als inzet van zuinigere toestellen, Europese klimaatwetgeving, maar ook het gebruik van steeds grotere vliegtuigen.
De onderzoekers laten zien dat de invoering van een CO2-plafond per luchthaven zekerheid kan bieden dat de doelen wél worden gehaald. Zo’n plafond legt een maximale hoeveelheid CO2-uitstoot vast. De sector blijft vrij om zelf te bepalen hoe zij deze reductie bereikt. Door de val van het kabinet Schoof is de voorgenomen invoering van het CO2-plafond sterk vertraagd, het wetsvoorstel moet nog in consultatie. ‘Een CO2-plafond is een noodzakelijke waarborg: als bestaande maatregelen voldoende opleveren, gebeurt er niets. Maar als de uitstoot toch oploopt moet de sector bijsturen. Dat geeft duidelijkheid aan de overheid, samenleving en de sector zelf’, aldus Bert van Mourik, programmaleider luchtvaart Natuur & Milieu.
'Het nieuwe kabinet heeft nu de kans om duidelijkheid te geven. Door het CO2-plafond vast te leggen en de vliegbelasting gericht aan te passen komen de klimaatdoelen weer in zicht. Zo behoudt de sector de ruimte om te ondernemen, maar krijgt de samenleving ook zekerheid dat deze sector een eerlijke bijdrage levert aan het veilig houden van ons land tegen klimaatverandering.'
Daarnaast laat het onderzoek zien dat een verhoging van de vliegbelasting voor middellange en lange vluchten (met respectievelijk circa 21 euro en 37 euro bovenop het voorgenomen beleid) voldoende kan zijn om het doel voor 2030 binnen bereik te brengen. Verschillende politieke partijen pleitten hier recentelijk ook voor in hun verkiezingsprogramma’s. Van Mourik: ‘Het nieuwe kabinet heeft nu de kans om duidelijkheid te geven. Door het CO2-plafond vast te leggen en de vliegbelasting gericht aan te passen komen de klimaatdoelen weer in zicht. Zo behoudt de sector de ruimte om te ondernemen, maar krijgt de samenleving ook zekerheid dat deze sector een eerlijke bijdrage levert aan het veilig houden van ons land tegen klimaatverandering.’
vrijdag 21 november 2025
Noorse waterstof-gok blijkt een misser: 40× hogere CO₂-uitstoot dan elektrisch alternatief
De boot kostte zo’n 29 miljoen euro, terwijl het batterij-alternatief, de MF Nesvik, slechts 20 miljoen euro kostte. De jaarlijkse brandstofkosten van de Hydra bedragen circa 1,4 miljoen euro, tegenover minder dan 100.000 euro voor de accu-variant.
Ecologisch gezien is het plaatje nog pijnlijker: de grijze waterstof voor de Hydra wordt aangeleverd per vrachtwagen over 1.300 km vanuit Duitsland, gecombineerd met inefficiëntie in brandstofcel en enige lekkage. Resultaat: de Hydra stoot twee keer zoveel CO₂ uit als een vergelijkbare dieselboot — en maar liefst veertig keer zoveel als de batterijveervariant.
Volgens de analyse van CleanTechnica had Norled met de bespaarde middelen twee extra elektrisch aangedreven veerboten kunnen aanschaffen én tussen 900 en 1.300 ton CO₂ per jaar kunnen besparen.
Het project illustreert waarom grootschalige inzet van waterstof in sectoren waar al schonere alternatieven bestaan — zoals batterijen voor boten — niet vanzelfsprekend een duurzame keuze is. De waterstoflobby blijft aandringen, maar het bewijsmateriaal voor efficiency en milieuwinst blijft achter.
donderdag 20 november 2025
Vijf hardnekkige mythes over gerecycled plastic ontkracht
1. ‘Plastic is moeilijk te recyclen voor hergebruik’
Ja, plastic bestaat uit veel verschillende polymeren. En ja, elk type vraagt om een andere aanpak. Maar moeilijk? Niet meer. Dankzij geavanceerde technologieën worden de polymeren uit ons afval gescheiden en kunnen gesnipperde plastics gesorteerd worden in een reeks slimme processen, waarbij elk polymeertype wordt gescheiden. Het resultaat: zuivere grondstof, klaar voor een tweede leven. Veolia heeft gespecialiseerde centra waar deze methodes al worden toegepast.
2. ‘Recycling kost evenveel energie als nieuw plastic produceren’
Als dat zo was, hadden we inderdaad een probleem. Maar de cijfers liegen er niet om: het recyclen van plastic kost 75% minder energie dan de productie van nieuw plastic. Bovendien leidt het tot 60% lagere CO2-uitstoot. Onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door SGS Intron gaat nog een stap verder en toont aan dat gerecycled Polypropyleen (rPP) van Veolia zelfs zes keer minder klimaatimpact heeft dan de fossiele variant.
3. ‘Gerecycled plastic is van lagere kwaliteit’
Niets is minder waar. De basis van gerecycled plastic bestaat namelijk uit dezelfde polymeren als nieuw plastic. Vroeger kon de kwaliteit variëren door vermenging van verschillende soorten plastic, maar dankzij moderne recyclingtechnieken en geavanceerde zuiveringsprocessen is dat probleem grotendeels verholpen. Gerecycled plastic is dus zeer geschikt voor producten met hoge kwaliteitseisen. En het is ook geen probleem om gerecycled kunststof in 15 verschillende kleuren te leveren.
4. ‘Gerecycled plastic heeft beperkte toepassingen’
Geen zorgen, gerecycled plastic is super veelzijdig. Omdat het bestaat uit verschillende polymeren, kan het worden toegepast in talloze producten. De samenstelling verschilt natuurlijk per gebruik: wat geschikt is voor een tuinstoel, gebruik je niet voor een verpakking. Met PlastiLoop levert Veolia gerecyclede kunststoffen voor uiteenlopende sectoren, van de auto-industrie tot de textielsector en landbouw.
5. ‘Consumenten hebben geen voorkeur’
Integendeel: uit wereldwijd onderzoek van Trivium blijkt dat de meerderheid van de consumenten (79%) het belangrijk vindt dat de producten die ze kopen in duurzame verpakkingen zitten. 82% is zelfs bereid om hier meer voor te betalen. De groeiende vraag naar gerecycled plastic komt dus ook vanuit de consument, die actief wil bijdragen aan een duurzamere toekomst.
woensdag 19 november 2025
Opbrengst milieubelastingen 9 procent hoger
Milieubelastingen en -heffingen worden geheven op producten en activiteiten die schadelijk zijn voor het milieu. Deze belastingen en heffingen zijn verdeeld over vier soorten activiteiten: energiegebruik, bezit en gebruik van vervoersmiddelen, vervuilende activiteiten en grondstoffengebruik.
Het grootste deel van de milieubelastingen bestaat uit energiegerelateerde belastingen, zoals de belasting op elektriciteit en aardgas en accijnzen op motorbrandstoffen. Bedrijven betalen 9,8 miljard aan energiegerelateerde belastingen in 2024, huishoudens 5,3 miljard. Zonder de vermindering op de energiebelasting van 4,2 miljard euro, zouden huishoudens 9,5 miljard hebben betaald.
De energiebelasting (belasting op aardgas en elektriciteit), samen met de opslag duurzame energie en de vermindering op energiebelasting, bedraagt 1,2 miljard euro voor huishoudens in 2024, en 3,9 miljard voor bedrijven. Voor bedrijven is dit 3 procent meer dan in 2023, maar voor huishoudens een verdrievoudiging (417 miljoen in 2023).
In 2024 betalen bedrijven 3,7 miljard euro aan accijns op benzine, diesel en overige minerale oliën, huishoudens 4 miljard euro. Ondanks accijnskortingen op benzine en diesel die in 2022 zijn ingevoerd, stegen inkomsten van de accijnzen weer na 2022.
De kosten van emissierechten voor bedrijven stegen van 54 miljoen in 2011 (start van de registratie van de overheidsveilingen) naar 1,7 miljard euro in 2024.
De vervoersgerelateerde belastingen brengen in 2024 8,9 miljard op voor de overheid, 5 procent meer dan in 2023. Dit zijn de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (bpm), de motorrijtuigenbelasting en de vliegbelasting.
Huishoudens betalen drie kwart van deze belastingen, 6,4 miljard. Hiervan is 5,4 miljard motorrijtuigenbelasting. De opbrengst van deze belasting is de afgelopen jaren steeds verder gestegen. De inkomsten van de bpm dalen daarentegen al een aantal jaar.
Bedrijven betalen vergeleken met huishoudens weinig vervoersgerelateerde belastingen, 2,4 miljard euro in 2024. Ze betalen wel iets meer aan bpm dan huishoudens door de aanschaf van onder andere bedrijfsauto’s.
dinsdag 18 november 2025
Nederland breekt record: 5,9 miljoen tegels eruit en groen erin tijdens NK Tegelwippen
In Limburg vieren ze feest na een sterk seizoen. Valkenburg aan de Geul voert de ranglijst dit jaar met 4,7 tegels per inwoner. En Venlo pakt voor het tweede jaar op rij de Gouden Schep met 270.000 gewipte tegels. Wethouder Marij Pollux-Linssen is apetrots: “Bewoners hebben tuinen vergroend, scholen hebben groenblauwe schoolpleinen aangelegd, de Tegeltaxi heeft tegels opgehaald en de gemeente heeft tegels vervangen door planten en bloemen. Belangrijk, want meer groen maakt je gezonder én gelukkiger.”
Wat zes jaar geleden begon als een ludieke actie tussen Amsterdam en Rotterdam, is inmiddels uitgegroeid tot een serieuze internationale competitie met zichtbaar effect: in groene buurten zijn mensen gezonder, ontmoeten buren elkaar vaker, spelen kinderen meer buiten én wordt meer bewogen. Als we niet investeren in groen dan worden onze steden onleefbaar, blijkt uit onderzoek van Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). Tegels houden hitte vast in steeds hetere zomers en belemmeren de wateropslag in de bodem in nattere winters.
Afgelopen half jaar kwamen aan beide kanten van de grens groene supporters in actie. Scholieren in Amsterdam en Mechelen trapten de interland af met een fanatiek potje tegelwippen. Tijdens de Grote Plantdagen veranderden Arnhem en Utrecht in vrolijke stoeten van kruiwagens, scheppen en gratis appelbomen, begeleid door fanfaremuziek. Bewoners kregen hulp in de tuin, flinke kortingen op plantpakketten en zagen de tegeltaxi de stenen wegrijden. En in het Vlaamse Pajottegem ging het tempo erin: daar werd een wereldrecord snelwippen gevestigd met 5.720 gewipte tegels in één uur tijd voor een nieuw park.
Demissionair Minister Robert Tieman (Infrastructuur en Waterstaat) is tevreden over de Nederlandse overwinning: “Uiteindelijk is het natuurlijk een winst voor iedereen, want zowel in Nederland als in Vlaanderen kan het water nu beter de bodem in en zorgt het groen ervoor dat het in de zomer minder warm wordt. Maar: toch wel erg leuk dat Nederland deze derby heeft gewonnen!”
In totaal staat de tegelteller in Nederland inmiddels op 20 miljoen gewipte tegels, gerekend vanaf de eerste editie in 2020. Dat zijn 360 voetbalvelden aan groen erbij.
maandag 17 november 2025
Landbouw gebruikt een vijfde minder gewasbeschermingsmiddelen
De landbouw gebruikt gewasbeschermingsmiddelen om hinderlijke ziektes, plagen of onkruid te voorkomen of te bestrijden. Landbouwers gebruiken deze middelen op bijna 98 procent van de landbouwoppervlakte van de 44 gewassen in dit onderzoek. Dat veranderde sinds 2020 nauwelijks. Er zijn middelen op basis van chemisch werkzame stoffen, en op basis van microbiologisch werkzame stoffen (virussen, bacteriën). Daarnaast valt een aantal van de gebruikte middelen (bijvoorbeeld paraffineolie) onder groene gewasbescherming. In 2024 was 26 procent van de gebruikte gewasbeschermingsmiddelen groene gewasbescherming.
Het CBS vraagt landbouwbedrijven eens in de vier jaar hoeveel middelen ze gebruiken per gewas. Het weer tijdens de teelt speelt een grote rol in het gebruik; 2024 was een zeer nat jaar, terwijl 2020 juist aan de droge kant was. Beide jaren waren bovengemiddeld warm.
In 2024 gebruikten telers van gewassen (akkerbouwers en tuinders) bijna 1,7 miljoen kilogram gewasbeschermingsmiddelen (uitgedrukt in werkzame stof) om schimmels en bacteriën te bestrijden. Dat is 24 procent minder dan in 2020, mede door het verbod op mancozeb (vanaf 2021). Met 42 procent van het totaal blijft dit de meest gebruikte groep van gewasbeschermingsmiddelen.
Voor onkruidbestrijding en loofdoding gebruikt de landbouw 1,1 miljoen kilogram werkzame stof, 15 procent minder dan in 2020. Telers gebruiken 34 procent minder middelen om insecten en mijten te bestrijden.
De landbouw gebruikt ruim de helft meer overige middelen, bijvoorbeeld om slakken te bestrijden, voor kiemremming of voor plantengroeiregulatie. Onder deze groep valt ook een aantal middelen die in de biologische landbouw zijn toegestaan.
In 2024 gebruikte de landbouw, net als in 2020, meer dan de helft van de gewasbeschermingsmiddelen in de teelt van aardappelen en lelies. Voor de lelieteelt gebruiken bollentelers 273 duizend kilogram middelen, in 2020 was dat 601 duizend kilogram. Lelietelers gebruiken 220 duizend kilogram minder paraffineolie. Het schimmelbestrijdingsmiddel mancozeb is inmiddels verboden; in 2020 gebruikte de lelieteelt daar nog 114 duizend kilogram van. Daardoor is het middelengebruik voor schimmelbestrijding voor lelies 72 procent lager dan in 2020.
Akkerbouwers gebruiken 23 procent meer bestrijdingsmiddelen om consumptieaardappelen te telen. 2024 was een nat jaar, met meer kans op aardappelziekte. Daarom zijn er meer middelen tegen schimmels en bacteriën ingezet: 445 duizend kilogram, tegen 320 duizend kilogram vier jaar eerder.
vrijdag 14 november 2025
De onvermijdelijkheid van zeespiegelstijging
Het is al langer bekend dat twee grote gletsjers in West Antarctica, Thwaites en Pine Island, zeer gevoelig zijn voor opwarmend zeewater, en momenteel hard afsmelten (afbeelding 1). Dit wordt veroorzaakt doordat een groot deel van deze gletsjers beneden het huidige zeeniveau liggen en dus makkelijk in contact komen met opwarmend oceaanwater. Als deze gletsjers zich terugtrekken, komen ze in dieper water terecht, wat ze uiterst gevoelig maakt voor oceaanopwarming. Dat is zorgelijk, omdat beide gletsjers voldoende ijs bevatten om, als ze helemaal zouden wegsmelten, het mondiale zeeniveau met ruim een meter te laten stijgen.
De toekomstige veranderingen van de Antarctische IJskap worden bepaald met behulp van computerberekeningen van het afsmelten van ijs, de ijsstromen en sneeuwval op de ijskap. Hierbij vormen de huidige waargenomen ijsdikteveranderingen een van de belangrijkste bronnen van onzekerheid. In een recente studie van de Universiteit Utrecht (IMAU) wordt een nieuwe techniek toegepast om deze ijsdikteveranderingen op een correcte manier mee te nemen, waarbij men zich met name richt op de twee genoemde klimaatgevoelige gletsjers. Hierdoor kunnen toekomstige ontwikkelingen voor diverse klimaatscenario’s (mate van opwarming) veel nauwkeuriger dan voorheen berekend worden.
De resultaten van deze studie schetsen een zeer zorgelijk beeld. Het blijkt namelijk dat zelfs als de opwarming nu abrupt zou stoppen (een uiterst optimistisch/onrealistisch scenario) deze twee gletsjers op termijn toch grotendeels zullen verdwijnen (afbeelding 2), eerst geleidelijk, maar uiteindelijk uitmondend in een snelle ineenstorting (afbeelding 3). Dit betekent dat de mondiale zeespiegel onherroepelijk met minstens 1 meter zal stijgen (1,25 m voor Nederland). De studie laat tegelijkertijd zien dat deze ineenstorting minstens 300 jaar zal duren. Modelberekeningen voor een (meer realistisch) verder opwarmend klimaat geven aan dat deze termijn dan 25-100 jaar korter wordt, en dat de bijbehorende zeespiegelstijging in het jaar 2100 verdubbelt. Met andere woorden, de ineenstorting van deze twee gletsjers is onvermijdelijk, maar de periode waarover dit gebeurt is afhankelijk van de mate van opwarming veroorzaakt door het uitstoten van broeikasgassen.
Deze studie laat zien dat het correct implementeren van huidige waargenomen ijsdikteveranderingen in de berekeningen het verlies van Antarctisch landijs en de bijbehorende zeespiegelstijging significant doet toenemen, en dat alleen al door het verdwijnen van de twee genoemde Antarctische gletsjers de wereld onherroepelijk minstens 1 meter zeespiegelstijging (1,25 meter voor Nederland) voor haar kiezen zal krijgen.
donderdag 13 november 2025
21 luchtvaartmaatschappijen passen misleidende claims aan na actie Europese toezichthouders
Martijn Ridderbos, bestuurslid van de ACM: “Het is belangrijk dat consumenten niet misleid worden door duurzaamheidsclaims. Met deze actie stellen we een duidelijke ondergrens. Claims die bijvoorbeeld de indruk wekken dat de negatieve effecten van de CO2-uitstoot van een vlucht volledig kunnen worden gecompenseerd of gewist door CO2-compensatieprojecten zijn niet toegestaan. Het is ook goed dat de luchtvaartbranche dit zelf inziet en stopt met het gebruik van deze misleidende claims.”
De betrokken luchtvaartmaatschappijen zijn Air Baltic, Air Dolomiti, Air France, Austrian Airlines, Brussels Airlines, Eurowings, Easyjet, Finnair, KLM, Lufthansa, Luxair, Norwegian, Ryanair, SAS, SWISS, TAP, Transavia France, Transavia CV, Volotea, Vueling, en Wizz Air. Zij zijn aangesproken op misleidende claims en hun duurzaamheidscommunicatie.
De luchtvaartmaatschappijen hebben de volgende toezeggingen besproken:
te verduidelijken dat CO2-uitstoot van een vlucht niet (deels) vermindert of teniet kan worden gedaan door te investeren in klimaatprojecten of door extra te betalen voor alternatieve brandstoffen
de term ‘sustainable aviation fuels’ (SAF) alleen te gebruiken als dit voldoende wordt onderbouwd
als zij claims over duurzaamheidsinspanningen doen, mogen ze geen gebruikmaken van absolute claims als ‘duurzaam’ en bijbehorende visuele claims als groene blaadjes
claims over duurzaamheidsdoelen in de toekomst te onderbouwen
de berekening en vergelijking van CO2-uitstoot van een vlucht duidelijk weer te geven en te onderbouwen.
De meeste luchtvaartmaatschappijen hebben de aanpassingen doorgevoerd. De nationale toezichthouders zullen de aanpassingen die zijn toegezegd monitoren. Luchtvaartmaatschappijen die misleidende claims blijven gebruiken riskeren handhaving van de individuele EU-lidstaten.
De Europese consumententoezichthouders en de Europese Commissie werken samen in het CPC-netwerk (Consumer Protection Cooperation). De ACM maakt hier onderdeel van uit. Deze gezamenlijke actie is gestart na een klacht van de Europese consumentenorganisatie BEUC, waar de Consumentenbond deel van uitmaakt.
woensdag 12 november 2025
Nationale Klimaatweek: ook Noord-Holland draagt haar steentje bij
Het aanbod is breed: van een masterclass over duurzaam ondernemen en uitleg over het gebruik van deelauto’s tot kinderactiviteiten waarbij oude kleding tot speelgoed wordt gerecycled. De evenementen worden georganiseerd door overheden, particulieren én (maatschappelijke) organisaties.
Gedeputeerde Anouk Gielen (Klimaat en Energie) hees op dinsdag 11 november de Klimaatweek-vlag bij het provinciehuis in Haarlem. Daarmee markeerde zij de start van een week vol initiatieven en ontmoetingen rond klimaat, energie en een toekomstbestendige provincie. Aansluitend gaat ze in gesprek met diverse Klimaatburgemeesters uit Noord-Holland. Deze lokale koplopers laten zien hoe regionale en plaatselijke initiatieven bijdragen aan het realiseren van de klimaatdoelen van de provincie.
Donderdag 13 november staan twee workshops over ‘Klimaatkunst’ op de agenda in Haarlem. Inwoners kunnen zich in de ochtend aanmelden voor de ‘Workshop Klimaatkoppen’, waarin deelnemers met elkaar in gesprek gaan over de klimaatcrisis en op basis daarvan een zelfportret maken. In de middag is de ‘Workshop klimaatdichten’, waarin een dichter met deelnemers verhalen uitwisselt over de klimaatcrisis en op basis daarvan gedichten maakt.
10 jaar na het Klimaatakkoord van Parijs, en in dezelfde week waarin wereldleiders bijeenkomen op de VN-klimaattop (COP30) in Belém Brazilië, laat de provincie Noord-Holland zien hoe ook dicht bij huis gewerkt wordt aan oplossingen voor het klimaatvraagstuk.
dinsdag 11 november 2025
Stichting Car Claim start collectieve actie tegen BMW c.s. vanwege sjoemelsoftware
Op basis van onafhankelijke onderzoeksrapporten en emissietests heeft de Stichting vastgesteld dat BMW en MINI Euro 5 en Euro 6 dieselauto's verboden sjoemelsoftware bevatten. De voertuigen zijn onder meer uitgerust met verboden hoogtemeters en temperatuurvensters, die de emissiebeheersingssystemen van de voertuigen onder normale omstandigheden beperken of zelfs helemaal uitschakelen. De sjoemelsoftware zorgt er dan ook voor dat BMW en MINI dieselauto's veel meer schadelijke stoffen uitstoten dan wettelijk toegestaan.
Guido van Woerkom (Voorzitter Car Claim): "Uit onderzoek van Car Claim blijkt dat BMW verschillende vormen van sjoemelsoftware heeft toegepast in BMW- en MINI-modellen, waardoor deze voertuigen verontrustend hoge uitstootwaarden vertonen. Al eerder is vastgesteld dat andere autofabrikanten ook sjoemselsoftware hebben gebruikt, BMW blijkt daar helaas geen uitzondering op te zijn. Hoewel Car Claim een juridische procedure is gestart, blijven we BMW oproepen om het gesprek aan te gaan om gezamenlijk tot een eerlijke oplossing te komen. De recente schikking voor dieselauto’s van Volkswagen, Audi, Škoda en SEAT toont aan dat een collectieve regeling mogelijk is."
Het Europees Hof van Justitie heeft het gebruik van sjoemelsoftware eerder al expliciet verboden en heeft daarbij geoordeeld dat (voormalig) eigenaren van auto’s met sjoemelsoftware moeten worden gecompenseerd voor de schade die zij hierdoor hebben geleden. Het Duitse OM heeft BMW ook een strafrechtelijke boete van EUR 8,5 miljoen opgelegd vanwege haar rol in het dieselschandaal en voert op dit moment nog aanvullend strafrechtelijk onderzoek uit.
In de collectieve procedure komt Stichting Car Claim op voor alle huidige en voormalige autobezitters van auto’s van de merken BMW en/of MINI die tussen 1 september 2009 en 1 september 2019 op de markt zijn gebracht. In Nederland gaat het naar schatting om meer dan 100.000 voertuigen. De procedure wordt gevoerd onder de nieuwste collectieve actiewet, die het mogelijk maakt om collectieve schadevergoeding in te stellen. De procedure richt zich naast autofabrikant BMW tegen de Nederlandse importeur en de Nederlandse autodealers van de merken BMW en MINI.
maandag 10 november 2025
Kick-off Klimaatweek voor jongeren bij GeoFort
In de quiz testen de kinderen hun kennis over het klimaat tegen een team van volwassenen met expertise op het gebied van natuur en duurzaamheid. Het volwassenenteam bestaat uit (kinderboeken)schrijvers die over het klimaat schrijven, onder wie Tim van Hattem, Marc ter Horst en en Saskia van den Brand. Daarnaast neemt ecologisch architect Yaike Dunselman deel en krijgen de kinderen hul van natuurexpert Floris Göbel, bekend van TV en YouTube en Jurre Geluk, bekend als presentator bij BNNVARA.
De quiz combineert spel en educatie: jongeren leren op een speelse manier meer over klimaatverandering, energieverbruik en oplossingen voor een duurzame toekomst. “We willen laten zien dat leren over het klimaat niet saai of moeilijk hoeft te zijn,” zegt directeur van GeoFort, Willemijn Simon van Leeruwen. “Jongeren kunnen met kleine stappen al een groot verschil maken.”
GeoFort, een interactief kindermuseum op het gebied van aarde, energie en duurzaamheid, is een logische locatie voor de landelijke aftrap van de Klimaatweek voor jongeren. GeoFort staat bekend om zijn educatieve aanpak en interactieve tentoonstellingen die kinderen en volwassenen uitdagen na te denken over de toekomst van onze planeet.
vrijdag 7 november 2025
Gooise Meren verwijdert staalslakken volledig uit wijk in Muiden
Het grind, dat onder de merknaam “Graustabiel” werd verwerkt, bevat staalslakken met een zeer hoge pH-waarde, vergelijkbaar met ovenreiniger. Uit een onderzoek van de gemeente bleek dat dit materiaal irritatie aan ogen en slijmvliezen kan veroorzaken, vooral bij jonge kinderen. Bewoners merkten gezondheidsklachten op, zoals bloedneuzen en geïrriteerde ogen, wat de urgentie heeft verhoogd.
Volgens wethouder Hugo Bellaart (Ruimtelijke Ordening) staat gezondheid voorop: “Met dit voorstel zetten we de volgende stap, zodat bewoners kunnen uitgaan van een veilige leefomgeving en de effecten voor het milieu worden geminimaliseerd.”
Het college kiest voor de meer grondige aanpak: volledige verwijdering. Dit scenario is kostbaarder, maar geeft een betere garantie voor een veilige leefomgeving.
donderdag 6 november 2025
Universiteit Twente ondertekent manifest voor gezamenlijke klimaattransitie in de academische wereld
De Universiteit Twente heeft samen met andere Nederlandse universiteiten en umc’s het manifest Duurzaam denken, duurzaam doen ondertekend. Met deze stap onderschrijft de UT de oproep van De Jonge Akademie en de Green Young Academy aan kennisinstellingen om meer verantwoordelijkheid te nemen en nauwer samen te werken in de klimaattransitie.
De Universiteit Twente ziet duurzaamheid als een kernelement van haar onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering. Door het manifest te ondertekenen, benadrukt de UT haar ambitie om de klimaattransitie te versnellen – binnen en buiten de universiteit.
“Als universiteit willen wij niet alleen over duurzaamheid praten, maar er ook echt naar handelen”, zegt Machteld Roos, vicevoorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Twente. “Het manifest herinnert ons eraan dat duurzaamheidsambities geen papieren werkelijkheid mogen blijven. Het vraagt om extra aandacht, samenwerking en concrete stappen. We waarderen het dat dit initiatief van onderop komt: vanuit jonge onderzoekers en medewerkers die het verschil willen maken. Dat sluit uitstekend aan bij de manier waarop we als Universiteit Twente werken: samen, met impact.”
Uit de analyse van De Jonge Akademie en de Green Young Academy blijkt dat veel universiteiten al duurzaamheidsplannen hebben, maar dat effectiviteit, samenhang en samenwerking nog beter kunnen. Het manifest roept daarom op tot gezamenlijke actie op vier terreinen:
Onderwijs: veranker duurzaamheid structureel in het curriculum, zodat studenten worden voorbereid op hun rol in de duurzame samenleving.
Onderzoek: stimuleer samenwerking voor maatschappelijk relevante wetenschap en verminder afhankelijkheid van vervuilende industrieën.
Bedrijfsvoering: werk toe naar klimaatneutrale universiteiten met minder compensatie en snellere CO₂-reductie.
Bestuur: geef duurzaamheid een vaste plek in besluitvorming, evaluaties en beloningssystemen.
Duurzaamheid als speerpunt van de Universiteit Twente
De UT werkt al jaren aan het verminderen van haar ecologische voetafdruk en het versterken van duurzaamheid in onderwijs en onderzoek. Voorbeelden zijn het opzetten van het Climate Centre, Green Hub Twente, het Sustainability, Energy & Environment (SEE)-programma, de verduurzaming van gebouwen, en het integreren van duurzaamheidsprincipes in opleidingen en campusbeheer.
woensdag 5 november 2025
EU-landen bereiken akkoord over klimaatdoel voor 2040
Het afgesproken doel is dat de CO₂-uitstoot in 2040 met 90 % moet zijn verminderd ten opzichte van 1990.  Echter: maximaal 5 % van die reductie mag gerealiseerd worden door zogenaamde koolstofkredieten — compensatie via emissiebesparing elders.
De belangrijkste details:
• Door het inzetten van koolstofkredieten hoeft de EU zelf slechts 85 % reductie te behalen, indien 5 % via kredieten komt.
• Klimatologische wetenschappers hebben hun twijfels bij deze kredieten, omdat het lastig is te garanderen dat de emissiereductie daadwerkelijk plaatsvindt.
• Er is afgesproken dat er om de twee jaar geëvalueerd wordt of het doel de concurrentiekracht van Europa niet tezeer schaadt – en dat er indien nodig aanpassingen kunnen komen.
• Er is een optie opengehouden om nog eens extra 5 % te realiseren via kredieten als andere maatregelen te moeilijk blijken. Ook is de geplande taks op fossiele brandstoffen (ETS-2) uitgesteld van 2027 naar 2028.
Er waren grote verschillen tussen de lidstaten: landen als Polen en Italië zagen een ambitieus doel als een risico voor de economie, terwijl landen zoals Spanje en Nederland juist stelden dat duidelijkheid en ambitie cruciaal zijn voor bedrijven en huishoudens.  De onderhandelingen verliepen chaotisch en gingen zelfs lang vast. Een doorbraak kwam pas om drie uur ’s nachts.
Het doel voor 2040 past in de bredere ambitie dat de Europese Unie in 2050 klimaatneutraal wil zijn — zoals vastgelegd in het Parijsakkoord. Het tussendoel van 2040 is belangrijk omdat juist de laatste tientallen procenten reductie richting 2050 relatief moeilijk zijn.
Het akkoord moet nog goedgekeurd worden door het Europees Parlement, wat naar verwachting volgende week zal gebeuren.
dinsdag 4 november 2025
PreZero Nederland behaalt voor alle activiteiten en locaties internationaal erkende MVO-certificering
Volgens PreZero Nederland gaat verantwoord ondernemen niet alleen over milieuduurzaamheid. Iets wat van nature al in het DNA van het bedrijf zit. PreZero Nederland koos bij de audit dan ook bewust voor zes diverse thema’s, waaronder gezondheid en veiligheid van medewerkers. “Mensen zijn onze grootste drijvende kracht voor de uitvoering van het werk én voor het verder brengen van innovatie,” zegt Suzanne Stokman. “Daarom investeren we net zo hard in vitaliteit, mentale gezondheid en veiligheid als in circulaire technologieën.”
Dat beleid vertaalt zich in concrete resultaten. Medewerkers worden ondersteund met een leefstijlprogramma dat vitaliteit stimuleert, er is een uitgebreid aanbod aan trainingen om medewerkers de kans te geven zich te blijven ontwikkelen, er zijn vergadervrije dagen ingevoerd om efficiënter te werken en chauffeurs volgen trainingen in veilig én zuinig rijden. Jaarlijks traint PreZero Nederland twintig procent van de chauffeurs in nieuwe rijtechnieken, met positieve effecten op brandstofverbruik, veiligheid en reductie van schades.
De certificering op niveau 3 markeert niet alleen een mijlpaal voor het bedrijf, maar toont ook aan dat maatschappelijke verantwoordelijkheid een economische factor wordt. Voor PreZero Nederland is de certificering vooral een aanmoediging om door te zetten met de transitie naar een circulaire economie. “Klimaatverandering blijft één van de grootste problemen ter wereld. Wij geloven in Zero Waste, in een wereld waarin we minder weggooien en meer hergebruiken. Zo sparen we de grondstoffen van de aarde,” aldus Suzanne Stokman. “Als hergebruik niet lukt, dan maken we er weer nieuwe grondstoffen van. Daar werken we elke dag aan.”
PreZero Nederland is van mening dat duurzaam ondernemen niet alleen noodzakelijk is, maar ook zakelijk gezien de enige weg vooruit vormt. Suzanne Stokman: "Wij willen écht stappen zetten op het gebied van klimaat, duurzaamheid en circulariteit. Maar dat kunnen we niet alleen. Met passende wet- en regelgeving en structurele financiële ondersteuning kan de overheid de noodzakelijke condities scheppen om deze transitie écht mogelijk te maken. We zijn ervan overtuigd dat samenwerken én innovatie de sleutels zijn tot oplossingen voor een duurzame toekomst."
maandag 3 november 2025
4 kilo afval meer per inwoner in 2024
In 2024 is het huishoudelijk restafval toegenomen naar 179 kilogram per inwoner, dat is een kilo meer dan in 2023. Schiermonnikoog, Texel en Vlieland zamelen het meeste restafval in. Dit komt vooral omdat er veel toeristen naar deze Waddeneilanden komen. Ook grote steden, die vaak minder ruimte hebben om afval gescheiden te verzamelen, halen veel restafval op. Land van Cuijk, Horst aan de Maas en Reusel-De Mierden zamelen het minste afval in.
Een mogelijke oorzaak waarom de hoeveelheid huishoudelijk restafval toeneemt, is dat steeds meer gemeenten het restafval laten nascheiden. In 2024 deed ongeveer 60 procent van de gemeenten dit volledig of gedeeltelijk.
Door digitalisering is er minder papier en karton om in te zamelen. In 2024 werd 39,7 kilogram per inwoner ingezameld. In 2023 was dat nog 40,6 kilogram per inwoner. Op Schiermonnikoog, Vlieland en Ameland wordt het meeste opgehaald. Rotterdam, Den Haag en op Texel halen het minste oud papier en karton op.
In 2024 werd 91,7 kilogram gft-afval per inwoner ingezameld, tegen 91,5 kilogram in 2023. De gemeenten waar het meeste gft-afval verzameld wordt zijn Westerveld, Ameland en Land van Cuijk. Van de gemeenten waar gft wordt ingezameld, wordt dat het minst gedaan in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. Vlieland, Terschelling en Schiermonnikoog halen gft niet apart op.
Er werd 28 kilogram per inwoner aan houtafval ingezameld, tegen 25 kilogram in 2023. In Zeeland (56 kilogram per inwoner) en Fryslân (48 kilogram) wordt meer dan gemiddeld ingezameld, in Overijssel (18 kilogram per inwoner) en Gelderland (22 kilogram) juist minder.
In Lopik wordt het meeste hout ingezameld. Van de gemeenten die hout inzamelen, wordt het minste ingezameld in Staphorst, Lingewaard en Voorst. In Ermelo, Nunspeet, Rozendaal en Terschelling wordt hout niet gescheiden opgehaald.
Sinds 2007 bestaat de mogelijkheid om wegwerpluiers gescheiden in te zamelen, zodat de grondstoffen uit de luiers gerecycled kunnen worden. In 2024 kon dit in 119 gemeenten. In 2024 werd 1,2 kilogram luiers per inwoner ingezameld, in 2007 was dit nog 0,9 kilogram.
Noord-Brabant (3,4 kilogram per inwoner) en Gelderland (3,2 kilogram per inwoner) halen de meeste luiers op. In Noord- Holland (0,2 kilogram per inwoner) en Zuid-Holland (0,1 kilogram per inwoner) worden relatief weinig luiers ingezameld. Dat betekent niet dat daar minder luiers worden gebruikt, maar dat luiers in minder gemeenten gescheiden worden ingezameld. In Fryslân worden helemaal geen luiers ingezameld, voor zover bekend bij het CBS.
Van alle gemeenten die luiers gescheiden inzamelen, worden de meeste luiers ingezameld in Berkelland, Baarle-Nassau en Nederweert. Het minst wordt ingezameld in Arnhem, Edam-Volendam en Noordwijk.



















