vrijdag 30 januari 2026
Kiezen of verliezen: politiek staat voor cruciale keuzes om industrie toekomstbestendig te maken
Met het huidige beleid haalt Nederland de klimaatdoelen niet, komt de leefomgeving van veel Nederlanders in het geding, komt er geen verdienmodel voor duurzame productie van de grond en innoveert de industrie te weinig. Daarnaast neemt het concurrentievermogen van de energie-intensieve industrie af en staat door vervuiling de acceptatie van de samenleving onder druk. Maar het kan anders. Met een aantal scherpe politieke keuzes is een toekomstbestendige industrie nog steeds binnen bereik. Dit vraagt de moed om te kiezen voor industrietakken die bijdragen aan de brede welvaart van een klimaatneutraal Nederland en aan het verdienvermogen, terwijl we strategisch relevant blijven binnen Europa. Die keuzes zijn niet alleen technisch of economisch, maar ook sociaal en ecologisch. De belangen van de samenleving moeten worden gehoord en meegewogen, bijvoorbeeld op gebied van gezondheid of veiligheid. Duurzame industrie die bij de toekomst van Nederland past, verdient bovendien de volle steun van de overheid bij verduurzaming, vraagcreatie en infrastructuur.
Nederland heeft een omvangrijke energie-intensieve industrie die een aantal cruciale producten maakt, voornamelijk voor de Nederlandse en Europese markt. Producten lopen uiteen van kunstmest tot plastics en van vliegtuigbrandstoffen tot staal. Deze industrie is sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen en momenteel verantwoordelijk voor bijna een kwart van de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van de energie-intensieve industrie is de afgelopen 15 jaar nauwelijks afgenomen. Tegelijkertijd kampen grote delen van de industrie met een teruglopend concurrentievermogen, deels als gevolg van sterk toegenomen productie uit China en de VS. De noodzaak voor de industrietransitie wordt steeds groter, ook met het oog op onze Klimaatwet en het doel in het Europese emissiehandelssysteem om in 2040 netto geen CO2 meer uit te stoten. Ook Nederlandse burgers vinden dat de industrie meer moet doen om klimaatverandering tegen te gaan, blijkt uit onderzoek.
De volledige Nederlandse industrie in haar huidige vorm en omvang klimaatneutraal maken is geen optie. Er is schaarste in fysieke ruimte, publieke middelen, arbeid, elektriciteit en milieuruimte. Kiezen voor industrietakken met toekomstperspectief en ze met gericht beleid steunen betekent ook stoppen met specifieke steun voor de industrie zonder toekomstperspectief. Om kansen te verzilveren is beleid nodig dat stuurt richting een nieuwe industrie, daartoe ondersteuning biedt aan bestaande en nieuwe bedrijven en zorg draagt voor vraagcreatie en de juiste infrastructuur. De WKR adviseert om hiervoor een pakket aan concrete maatregelen in te voeren: klimaatkosten zoveel mogelijk doorberekenen in prijzen, vasthouden aan het reductiepad in het Europese emissiehandelssysteem, normeren voor duurzame producten, en met een fonds kansrijke duurzame nieuwe industrie opbouwen. De overheid moet daarbij rekening houden met een realistische inschatting van vestigingsfactoren, die veranderen door onder meer de transitie naar een klimaatneutrale en klimaatbestendige samenleving.
Deze keuzes zullen grote impact hebben op de Nederlandse economie en samenleving. De keuzes zijn dan ook niet alleen technisch of economisch van aard, maar ook sociaal en ecologisch. De belangen van de samenleving als geheel moeten worden meegewogen, zoals op gebied van gezondheid, werkgelegenheid en strategische autonomie. Het is cruciaal dat een brede groep betrokken wordt bij de strategische besluitvorming over de industrie. In plaats van besluitvorming waarbij industrie en overheid nauw samenwerken en anderen bij belangrijke beslissingen in de praktijk buitensluiten, moeten maatschappelijke belangen meegenomen worden en mensen zich gehoord voelen. Het transformeren van de industrie vraagt om erkenning van alle belangen en gevolgen, eerlijkheid over de onzekerheden en, bovenal, politieke moed.
donderdag 29 januari 2026
De minister moet gegevens opvragen uit registers over gewasbeschermingsmiddelen
De rechtbank Noord-Nederland heeft uitspraak gedaan in twee zaken waarin door omwonenden en de actiegroep Meten=Weten een verzoek is gedaan om informatie uit registers van gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. In dit register moet zo’n gebruiker bijvoorbeeld bijhouden welke dosering van welk gewasbeschermingsmiddel hij gebruikt op een bepaald tijdstip.
Een Europese Verordening bepaalt dat gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen dit register moeten bijhouden en dat bepaalde partijen, zoals omwonenden, een verzoek om inzage in deze informatie kunnen doen bij de overheid. In Nederland is dit de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Het doel van dit inzagerecht is volgens de Verordening het waarborgen van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mensen en dieren.
De rechtbank oordeelt dat de Verordening de minister in deze zaken verplicht om gegevens uit de registers voor gewasbeschermingsmiddelen bij de gebruikers van deze middelen op te vragen. De Nederlandse overheid moet ervoor zorgen dat Europese Verordeningen in Nederland toegepast kunnen worden. Het is daarom niet van belang dat de verplichting om de informatie op te vragen niet (ook) volgt uit een Nederlandse wet, zoals de Wet open overheid.
woensdag 28 januari 2026
Start uitvoering twee klimaatbuffers in Dreumel en Beneden‑Leeuwen
De eerste drie klimaatbuffers, twee in Dreumel en één in Wamel, zijn inmiddels aangelegd. De uitvoering van de laatste twee water- en klimaatbuffers gaat nu ook van start.
1. Klimaatbuffer Veesteeg/Maas en Waalweg (Beneden‑Leeuwen)
Met de eerste van de twee nog aan te leggen klimaatbuffers gaat Aannemersbedrijf Van den Brand Groep uit Teefelen aan de slag. Zie onderstaande kaart voor de exacte locatie. De werkzaamheden lopen van februari 2026 tot half maart 2026. Omwonenden en betrokkenen zijn geïnformeerd met een brief.
2. Klimaatbuffer Griendweg – Boezemweg (Dreumel)
Ook de bestaande klimaatbuffer tussen de Griendweg en de Boezemweg (zie onderstaande kaart voor de locatie) wordt in februari en maart 2026 aangepast en uitgebreid. Hiermee versterken we de werking van het gebied en sluiten we aan bij de eerder gerealiseerde buffers.
dinsdag 27 januari 2026
Amsterdam koopt alleen nog gifvrije planten in
Wethouder Melanie van der Horst: “Gif dat op planten wordt gebruikt om ze te beschermen tegen insecten, doodt ook bijen, vlinders en andere bestuivers. De helft van het aantal soorten wilde bijen dreigt te verdwijnen. Het gif komt via de voedselketen ook in dieren en mensen terecht. Er wordt steeds meer bekend over de schadelijke effecten van pesticiden en daarom wil ik geen halve maatregelen meer. Het kan gifvrij, dus gaan we dat ook doen. Ik hoop dat door deze keuze steeds meer kwekers overstappen op gifvrije planten, zodat de natuur in heel het land er op vooruit gaat.”
Op dit moment is nog maar 37% van de beplanting volledig gifvrij beschikbaar. Alleen een voorkeur aangeven voor gifvrij, zoals tot nu toe gebeurde, zorgt in de markt niet voor genoeg beweging naar volledig gifvrij. Daarom wordt nu gestopt met het inkopen van planten met bestrijdingsmiddelen.
Vooral wintergroene planten, zoals heesters, zijn nu nog niet gifvrij te krijgen. Plantvakken die komende jaren worden aangelegd, zullen worden ingezaaid met gifvrije bloemenmengsels, tot de wintergroene planten gifvrij zijn gekweekt. Dat betekent dat die plantvakken er komende winters minder mooi bij liggen dan andere groene plekken.
Het komende jaar worden projecten waarbij de planten met bestrijdingsmiddelen al besteld waren nog wel geplant. Voor monumentale parken, begraafplaatsen en rondom gedenkplekken wordt een uitzondering gemaakt tot 1 januari 2029, tot de planten gifvrij beschikbaar zijn.
Ondertussen is Pantar gestart met het kweken van elf soorten gifvrije vaste planten voor de gemeente, die komend seizoen kunnen worden geplant (in totaal 44.000 stuks, 10% van behoefte). De eerste resultaten zijn positief, de eerste planten zijn al geleverd en dit jaar wordt het initiatief uitgebreid om op grote schaal te kunnen kweken.
maandag 26 januari 2026
Subsidie voor maatregelen op het gebied van waterkwaliteit en klimaatadaptatie
Agrariërs kunnen op hun perceel verschillende eenvoudige maatregelen nemen die direct resultaat hebben. "Wij merken dat agrariërs met relatief kleine aanpassingen grote effecten bereiken," vertelt hoogheemraad Gijs Stigter. "Daarbij kijken we wat werkt op een perceel. Door het goed afstemmen van spuitdoppen, ecologisch beheer van oevers en randen, pleksgewijs toepassen van gewasbescherming of het efficiënter inzetten van beregening, blijft het water schoner en de bodem gezond. Bovendien draagt dit positief bij aan de oogst en het bodemleven."
Er is subsidie voor diverse maatregelen op het gebied van waterkwaliteit en klimaatadaptatie. Aan alle maatregelen zijn voorwaarden verbonden waar rekening mee gehouden moet worden. De enige subsidiewijziging in 2026 geldt voor de maatregel bredere banden. Er is maximaal € 2.500 subsidie per landbouwmachine beschikbaar tot een maximum van € 6.000. Om het aanvragen van subsidie makkelijker te maken, helpen watermakelaars van de vier collectieven. Zij hebben goed zicht op wat mogelijk is, adviseren over de meest effectieve maatregelen en ondersteunen bij het invullen van de aanvraag.
vrijdag 23 januari 2026
Waterschappen ontwerpen de waterzuivering van morgen
De eerste concrete stap hierin is gezet met de start van de pilot zuivering van de toekomst op 14 januari 2026. In dit gezamenlijke traject onderzoeken meerdere waterschappen en STOWA hoe een nieuw zuiveringsconcept eruit moet zien dat klaar is voor de uitdagingen van de toekomst.
De manier waarop we nu het afvalwater zuiveren, is ooit bedacht om vooral ontlasting veilig te verwijderen. Maar die aanpak schuurt met de ambities die we hebben. We willen namelijk veel meer uit ons afvalwater halen dan we nu doen en tegelijk minder energie verbruiken tijdens het zuiveringsproces.
Ook wil men de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO₂, methaan en lachgas, sterk verminderen. Daarnaast is het belangrijk dat we waardevolle stoffen zoals stikstof en fosfaat behouden en opnieuw kunnen gebruiken. De Europese regels worden bovendien steeds strenger, onder andere voor medicijnresten en nutriënten als stikstof en fosfaat. En op steeds meer plekken groeit de behoefte om gezuiverd water opnieuw in te zetten, bijvoorbeeld voor landbouw of industrie.
In de eerste fase van het onderzoek brengt men tien tot twintig mogelijke combinaties van zuiveringstechnieken in kaart: zogenoemde technologietreintjes. We onderzoeken hoe deze scoren op waterkwaliteit, energiegebruik, grondstoffenbehoud en klimaatimpact.
Dit jaar test men de eerste nieuwe zuiveringsconcepten op een centrale pilotlocatie. Dat is waarschijnlijk in Bennekom, dicht bij de bestaande zuiveringsinstallatie en onderzoeksfaciliteiten van Wageningen University & Research.
Onderzoekers testen daar op kleine schaal, met ongeveer één kubieke meter water per uur. Door snel te experimenteren en bij te sturen, leert men wat werkt en wat niet. Daarna kan het project doorgroeien naar een grotere demonstratieschaal.
donderdag 22 januari 2026
Exacte CO2 meting is mogelijk en nodig voor de hele varkenssector
Sinds de jaren negentig is de uitstoot in de varkenssector al met meer dan de helft gedaald, dankzij verbeteringen zoals duurzamer diervoeder, zonnepanelen op de daken van stallen en hogere technische performance. Toch is verdere reductie mogelijk. Daarvoor is het nodig de uitstoot exact te kunnen berekenen, want dit verschilt per land en per bedrijf. Daarbij gaat het erom de uitstoot in de hele varkensketen te berekenen: vanaf het zaadje voor het veevoer tot het transport van het eindproduct naar de winkel.
Ketenspecialist ImpactBuying ontwikkelde een aantal jaar geleden een nauwkeurige en werkbare meetmethode, de 'Carbon Footprint Calculator', samen met wetenschappers en bedrijven uit de sector, zoals voedselproducent Vion. Die methode, gebaseerd op blockchaintechnologie en voorzien van een onafhankelijk auditsysteem, kan nu sectorbreed worden ingezet.
ImpactBuying en Vion presenteren de Carbon Footprint Calculator op de 100ste editie van Grüne Woche, de internationale vakbeurs voor de levensmiddelen-, landbouw- en tuinbouwsector, die dit weekend plaatsvindt in Berlijn. Daar laten zij zien hoe de rekenmethode in de praktijk werkt en welke inzichten dat oplevert voor boeren, verwerkers, retailers en consumenten. ,,De aanwezigheid op Grüne Woche onderstreept het belang van ketensamenwerking om klimaatimpact daadwerkelijk te reduceren”, zegt Leontien Hasselman-Plugge, CEO van ImpactBuying.
woensdag 21 januari 2026
Rechter dwingt overheid tot meer openheid over gebruik van bestrijdingsmiddelen
De rechter vindt dat Europese regels bedoeld zijn om mensen in staat te stellen te controleren in hoeverre bestrijdingsmiddelen in hun directe leefomgeving zijn ingezet, zodat zij zelf gezondheidsoverwegingen kunnen maken. De minister had om inzage geweigerd met de reden dat de overheid de gevraagde gegevens niet zelf bezit en het daarom niet op grond van de Wet open overheid (Woo) kon verstrekken – iets waar de rechtbank het niet mee eens is.
Volgens het vonnis moet de minister nu binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen over het verzoek om informatie. Daarbij moet zij rekening houden met vergelijkbare eerdere uitspraken uit soortgelijke zaken. De rechtbank wijst erop dat landbouwbedrijven op grond van EU-wetgeving verplicht zijn een registratie bij te houden van gebruikte bestrijdingsmiddelen, die de overheid desgewenst kan opvragen.
Vereniging Meten=Weten noemt de uitspraak een belangrijke stap voor meer transparantie in de landbouwsector; ze verwacht dat nu veel meer partijen gegevens zullen gaan opvragen over spuitgebruik.
dinsdag 20 januari 2026
Provincie stelt expertpanel klimaat in
Noord-Holland vraagt het panel onder andere te adviseren over de betaalbaarheid van klimaatmaatregelen. Na dit jaar besluit de provincie of zij de inzet van het panel verlengt.
De leden van het expertpanel zijn van links naar rechts: Leonie van den Beuken (Amsterdam Economic Board), Danique Bredenoort (Hogeschool van Amsterdam), Joris Wijnhoven (Nederlandse Vereniging Duurzame Energie), Paul van Meekeren (Gemeente Schagen), Ruud van den Brink (Wetenschappelijke Klimaatraad), gedeputeerde Anouk Gielen, Ruben Bruin (Jonge Klimaatbeweging), Jan Matthijsen (Planbureau voor de Leefomgeving), Jacco de Graaf (Akkerbouwer en voorzitter Windunie), Sander Meppelink (provincie Utrecht).
Afwezig op de foto: Petra Lettink (Buurtwarmte en Klimaatverbond).
maandag 19 januari 2026
Het plastic rietje is terug, maar nu duurzaam en gemaakt van planten
Het rietje is net zo sterk als de vroegere variant van plastic, maar wordt voor 20 procent gemaakt van reststromen van aardappelen en voor 80 procent uit ander plantaardig materiaal. De grondstof wordt in de VS gemaakt, omdat in Nederland bedrijven nog niet zover zijn. Het rietje is biologisch afbreekbaar. Het breekt in de natuur binnen anderhalf tot twee jaar vanzelf af. In composteerinstallaties zelfs binnen zeven maanden. Verder is het rietje volledig recyclebaar.
Earth Saver Straws was jaren bezig om de juiste grondstof voor het biobased rietje te vinden. Eerder was hennep in beeld als grondstof. ,,Maar die rietjes mochten niet in voeding gebruikt worden. Nu hebben we eindelijk de juiste formule gevonden en zijn we gecertificeerd”, vertelt directeur Roy H. Hofwijks van Roots Europe, waar Earth Saver Straws onder valt. De rietjes zijn getest en goedgekeurd door TÜV Rheinland, een door de EU erkende keuringsinstantie, en voldoen aan de EU-eisen voor materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen.
Het bedrijf wil er hetzelfde mee bereiken als de EU-verordeningen die de laatste jaren in werking traden: minder plastic zwerfafval en minder plastic vervuiling in de natuur, op stranden en in oceanen. Ook wil Roots Europe net als de EU fossiel plastic vervangen door plantaardige, oftewel biobased kunststof. ,,Met ons duurzaam en milieuvriendelijk alternatief voor een rietje helpen we een probleem oplossen”, zegt Hofwijks.
Het probleem van toenemend plastic zwerfvuil en een groeiende plastic soep in de oceanen was voor de EU reden om in 2021 wegwerpplastic zoals rietjes, borden, bestek en bekers te verbieden. In Europa alleen al werden ruim 36 miljard plastic rietjes per jaar gebruikt, waarvan een groot deel in het milieu terecht kwam. Daarna kwamen er alternatieven van papier, karton en bamboe, maar dat was geen succes. Die waren duurder, van slechtere kwaliteit of hadden een rare bijsmaak. Papieren rietjes bijvoorbeeld worden snel zacht, verliezen hun vorm en stevigheid en zijn onbruikbaar voor mensen met een medische beperking. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) kreeg het eerste jaar al 1300 klachten hierover binnen, waarvan 400 over kinderen en mensen met een beperking die er bijna in waren gestikt. In sommige bamboe rietjes werd de gevaarlijk stof PFAS gevonden.
Dit jaar wordt in augustus de Europese Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) van kracht. Die stelt dat alle plastic verpakkingen vanaf 2030 recyclebaar moeten zijn en een minimaal percentage gerecycled materiaal moeten bevatten. Bepaalde eenmalige plastic verpakkingen worden verboden en ze mogen geen schadelijke stoffen als PFAS bevatten. Roots Europe mikt met zijn Earth Saver Straws op bedrijven in de horeca, catering, eventorganisatie, gezondheidszorg en andere sectoren in Nederland en België die op zoek zijn naar milieuvriendelijke alternatieven voor plastic wegwerpproducten, zoals rietjes. Het kan van dit materiaal ook duurzaam bestek, borden of bekers maken. ,,Door de naderende inwerkingtreding van de PPWR staan deze bedrijven onder toenemende druk om wegwerpproducten niet alleen duurzamer te maken, maar ook te laten voldoen aan voedselveiligheidsregels, duurzame ESG-eisen en rapportageverplichtingen van de CSRD. Daarom wordt dit voor ons een belangrijke markt”, zegt Hofwijks.
vrijdag 16 januari 2026
Nederlandse Caribische eilanden brengen klimaateffecten in kaart
De atlassen tonen hoe klimaatverandering doorwerkt in wateroverlast, droogte, hitte en kwetsbare infrastructuur. Door klimaatdata te verbinden met lokale kennis en verhalen ontstaat een samenhangend beeld van waar de grootste risico’s liggen en waar keuzes en investeringen het meest urgent zijn.
De klimaateffectatlassen combineren kaarten en statistieken met analyses van klimaatgevolgen en verhalen van lokale auteurs. Ze zijn beschikbaar in de talen die het meest gesproken worden op de eilanden. Onderstaand een overzicht van de verschillende onderdelen van de atlassen.
Kaarten: De kaarten in de viewer geven inzicht in wat voor gevolgen klimaatverandering kan hebben voor een gebied. Je kunt dit bekijken voor onder meer overstromingen, droogte en hitte. Er zijn ook basiskaarten die informatie geven over onderwerpen als landschapstypen, vegetatie, wandelpaden, vitale infrastructuur en meer.
Kaartuitleg: De belangrijkste kaarten uit de viewer hebben een kaartuitleg. De kaartuitleg geeft informatie over onderwerpen zoals koraalriffen, mangroves, orkaanroutes uit het verleden, toekomstige kustlijnen en de biodiversiteit op het land.
Verhalen: De verhalen zijn geschreven door lokale auteurs. Ze laten je de belangrijkste klimaatgevolgen ervaren en mogelijke oplossingen zien. De verhalen sluiten aan bij de lokale cultuur en brengen het thema dichter bij de leefwereld van de eilandbewoners.
Mindmaps klimaatgevolgen: De mindmaps geven een overzicht van de gevolgen van klimaatverandering voor de eilanden, gebaseerd op literatuur en stakeholderworkshops die op elk eiland werden gehouden om klimaateffecten voor verschillende sectoren in beeld te krijgen.
Klimaatstatistieken: De statistieken sluiten aan op klimaatscenario’s van lokale meteorologische diensten en het KNMI.
donderdag 15 januari 2026
Omwonenden moeten zelf asbest opruimen na brand in Noord-Scharwoude
De brand, die uitbrak bij een autobedrijf en oversloeg naar een naastgelegen opslagpand, zorgde ervoor dat asbesthoudend materiaal uit het dak in de omgeving neerdaalde. Omwonenden kregen een dwangsombrief waarin staat dat zij vóór 19 januari een gecertificeerd bedrijf moeten inschakelen om de gevaarlijke stof te laten saneren. Wie dit niet doet, draait zelf op voor de kosten.
Bewoners zijn verbaasd over de maatregel. “De gemeente zet ons hiermee wel erg voor het blok,” zegt een van hen, die zich afvraagt waarom particulieren opdraaien voor het opruimen van een incident dat zij niet hebben veroorzaakt.
Andere brandresten mogen mensen zelf opruimen, maar aan asbest worden strikte eisen gesteld vanwege de gezondheidsrisico’s van de kankerverwekkende stof. De gemeente adviseert bewoners en huisdieren om zolang de sanering loopt zoveel mogelijk binnen te blijven.
Voor de openbare ruimte is een aannemer door de gemeente aangesteld om ook daar de besmetting te verwijderen, maar het werk in de particuliere tuinen en percelen blijft bij de eigenaren zelf liggen. De gemeentelijke rol en communicatie over deze aanpak zijn inmiddels onderwerp van politieke vragen vanuit de lokale raad.
woensdag 14 januari 2026
Draagbare gezondheidsapparaten kunnen tegen 2050 meer dan een miljoen ton elektronisch afval produceren
Een nieuwe studie van Cornell University en de University of Chicago laat zien dat de wereldwijde vraag naar gezondheids-wearables tegen 2050 kan groeien tot ongeveer 2 miljard apparaten per jaar — ruim 42 keer meer dan nu.
Als de productie op deze schaal doorgaat zonder verandering in ontwerp en materiaalkeuze, zouden deze apparaten in totaal meer dan een miljoen ton elektronisch afval kunnen genereren, én ongeveer 100 miljoen ton CO₂-uitstoot veroorzaken over dezelfde periode.
Opvallend in de studie is dat niet plastic, maar de printplaat (pcb) — het brein van het apparaat — verantwoordelijk is voor ongeveer 70% van de ecologische voetafdruk, vooral door de intensieve winning en productie van de benodigde elektronica.
Een van de coauteurs schrijft dat kleine ontwerpkeuzes op grote schaal een groot verschil kunnen maken, iets om bij stil te staan bij al die nieuwe wearables op CES.
dinsdag 13 januari 2026
Nederlands bedrijfsleven blijft steken bij afvalscheiding: tijd voor de volgende stap
Zero Waste: een samenleving waarin we minder weggooien, meer hergebruiken en de grondstoffen van de aarde sparen. Met dit onderzoek legt PreZero de kloof bloot tussen intentie en uitvoering om zo de overgang naar een samenleving zonder afval te versnellen. Christian Kampmann, CEO van PreZero: “De ambities zijn er, maar de voortgang blijft achter. De resultaten van dit onderzoek zijn daarom voor ons een belangrijk aanknopingspunt om het gesprek over Zero Waste scherper aan te zetten.”
Bijna driekwart (72%) van de ondervraagden is bekend met Zero Waste en vindt het belangrijk dat hun organisatie hiernaar streeft. Vooroplopen op het gebied van Zero Waste is duidelijk belangrijker voor grote bedrijven (51%) dan voor kleinere bedrijven tot 1.000 medewerkers (30%). Voor één op de vijf ondervraagden is het onduidelijk wie binnen de organisatie verantwoordelijk is voor circulaire bedrijfsvoering. Waar er wel eigenaarschap is, is dat vooral bij grote bedrijven en ligt dat met name bij het topmanagement (34%). Christian Kampmann: “We zien dat bedrijven waar medewerkers intrinsiek gemotiveerd zijn om circulair te werken, vaak sneller stappen zetten. Ons advies is daarom ook om medewerkers, zowel op managementniveau als op de werkvloer, te betrekken en hun kennisniveau over Zero Waste te vergroten.”
Als het gaat om Zero-Waste initiatieven binnen hun organisatie, geven de respondenten aan dat afval scheiden en inzameling van specifieke afvalstromen het vaakst voorkomt (68%). Op ruime afstand volgen het verminderen van verpakkingen of wegwerpmateriaal (38%) en hergebruik van materialen en producten (34%). Trainingen en workshops (8%) en deelname aan schoonmaak- of milieu-evenementen (10%) komen het minst voor. Ruim één op de vijf (22%) respondenten geeft aan dat er binnen zijn of haar organisatie geen Zero Waste-initiatieven zijn op het moment.
De meeste organisaties scheiden hun bedrijfsafval in twee tot vier stromen (57%), waarbij papier en karton en restafval het vaakst apart worden ingezameld. Ongeveer zes op de tien respondenten (63%) zijn er niet van op de hoogte dat bedrijven gratis plastic en drankenkartons kunnen laten inzamelen. Hetzelfde geldt voor verpakkingsglas. Maakt een bedrijf wel gebruik van die optie, dan vermindert direct de hoeveelheid restafval. Iets minder dan de helft van de respondenten (47%) is zich ervan bewust dat afvalscheiding ook financieel voordelig kan zijn voor organisaties. Christian Kampmann: “Investeren in Zero Waste, bijvoorbeeld door het scheiden van extra afvalstromen, is een strategische keuze, met dubbel rendement: het vermindert de hoeveelheid restafval én levert bedrijven een voordeel op vanwege de aanstaande verhoging van kosten op restafval door de CO2-heffing.”
Bijna de helft van de respondenten (46%) ziet meer of beter afval scheiden als volgende stap op weg naar Zero Waste, terwijl maatregelen als medewerkers meer betrekken, duurzaam inkopen, hergebruik en duidelijke Zero Waste-doelstellingen minder vaak worden genoemd. PreZero heeft begrip voor de huidige economische onzekerheden waarin organisaties opereren, maar ziet in circulair werken juist een kosteneffectieve oplossing. Kampmann: “Voor veel bedrijven klinkt Zero Waste complex en ver weg. Wil je als bedrijf toekomstbestendig blijven én kosten besparen, dan moet je stappen zetten richting een circulaire economie. Ga verder dan afvalscheiden.” Circulair werken maakt Zero Waste concreet en haalbaar en vormt daarmee de sleutel tot het uiteindelijke doel: afval voorkomen, minder weggooien en meer hergebruiken.
maandag 12 januari 2026
Nieuwe ZRD-pas leidt tot duidelijk minder bouw- en sloopafval bij milieustraten
Sinds de invoering van deze ZRD-pas is de aanvoer van bouw- en sloopafval merkbaar gedaald, vooral doordat zzp’ers en kleinere zakelijke aanbieders minder vaak afval naar de milieustraten brengen.
Het doel van het systeem is om het gebruik van de milieustraat eerlijker te maken: alleen inwoners die afvalstoffenheffing betalen krijgen met hun pas toegang om afval te brengen. Daardoor wordt voorkomen dat buitenstaanders of bedrijven de podia blijven gebruiken zonder daarvoor te betalen.
De pas moet tegenwoordig bij elk bezoek meegenomen worden om door de slagboom te komen.
vrijdag 9 januari 2026
Elektronisch afval vormt toenemend milieuprobleem
De HCC speelt een belangrijke rol in het aanpakken van het e-waste probleem door ondersteuning te bieden bij het hergebruik, repareren en recyclen van elektronische apparaten. Dit kan onder andere door de organisatie van repair cafés waar mensen hun kapotte of oude hardware kunnen laten repareren, waardoor de levensduur van apparaten wordt verlengd. Daarnaast biedt de vereniging cursussen en workshops aan waarin deelnemers leren hoe ze hun oude elektronische apparaten kunnen herstellen of updaten, zodat ze langer meegaan.
Uiteraard spelen bewustwordingscampagnes over milieuvriendelijke technologieën en het belang van recycling, om mensen te motiveren om duurzamer om te gaan met hun elektronische apparaten een belangrijke rol.
Daar waar nodig zoekt de vereniging samenwerking met recyclingbedrijven en andere organisaties om correcte verwerking van e-waste te stimuleren.
Door deze initiatieven draagt de HCC bij aan een duurzamere omgang met elektronische apparaten en helpt ze de negatieve milieueffecten van e-waste te verminderen.
donderdag 8 januari 2026
Amerikaanse onderzoekers ontwikkelen plastic dat zichzelf kan afbreken
De inspiratie kwam voor assistent-professor chemische biologie Yuwei Gu tijdens een wandeling door een park in New York, waar hij zich stoorde aan het plastic afval in de natuur. Hij vroeg zich af waarom synthetische polymeren — in tegenstelling tot natuurlijke eiwitten — niet vanzelf afbreken. Natuurlijke eiwitten bevatten namelijk chemische ‘breekpunten’ die gecontroleerde afbraak mogelijk maken.
De onderzoekers van Rutgers University probeerden dit principe na te bootsen in kunststoffen. Door in het polymeer kleine chemische structuren in te bouwen die fungeren als moleculaire ‘vouwlijnen’, creëren ze kunststoffen die onder normale omstandigheden stevig blijven, maar na doelgerichte activatie uiteen vallen.
Onder invloed van UV-licht of bepaalde metaalionen klappen deze vouwlijnen open en breekt de lange polymeerketen in kortere stukken — die veel sneller biologisch afbreken. Door de positie en dichtheid van deze chemische breekpunten te variëren, kunnen wetenschappers nu zelfs de levensduur van het plastic vooraf bepalen.
Volgens Gu werkt deze techniek alleen bij nieuw te produceren kunststoffen, omdat de afbreekbare elementen al tijdens de synthese moeten worden ingebouwd. Maar het mooie is dat het materiaal nog gewoon gerecycled kan worden met bestaande methoden; de afbraak begint pas wanneer het product niet langer gebruikt wordt en de breekpunten worden geactiveerd.
woensdag 7 januari 2026
Bedrijven investeerden in 2024 minder in milieu
Milieu-investeringen zijn kosten voor voorzieningen om het milieu te beschermen, herstellen of verbeteren, zoals lucht- en afvalwaterzuiveringsinstallaties en vloeistofdichte vloeren. De cijfers gaan over bedrijven in de delfstoffenwinning, industrie en openbare energie- en watervoorziening. Samen zijn deze bedrijven goed voor bijna alle milieu-investeringen.
In 2024 investeerden bedrijven 1 595 miljoen euro in milieuvoorzieningen, dat is 39 procent minder dan een jaar eerder. Ook in verhouding tot de totale investeringen van deze bedrijven ligt het aandeel milieu-investeringen lager. 9 procent van het totale investeringsbedrag gaat naar milieuvoorzieningen, tegen gemiddeld 14 procent van 2020 tot 2024.
De milieuvoorzieningen worden onderverdeeld in investeringen in water, lucht en energie, bodem, afval, geluid en landschap. De meeste investeringen gaan naar lucht en energie, zoals luchtvervuiling verminderen, energiebesparing of hernieuwbare energie.
Bedrijven investeren vooral minder in hernieuwbare energie dan eerder. Onder andere de groei van het aantal windmolens neemt af. Ook investeren bedrijven minder in andere milieuvoorzieningen. Milieu-investeringen schommelen van jaar tot jaar omdat ze vaak maar een keer nodig zijn, zoals een windmolen, en het bedrag afhangt van een klein aantal grote investeringsprojecten.
In 2024 bedroegen de totale financiële (netto-)milieulasten van bedrijven 2 763 miljoen euro. Dat is 426 miljoen (18 procent) meer dan in 2023. Sinds 2020 zijn de netto-milieulasten toegenomen met 1 260 miljoen euro, gemiddeld met ruim 16 procent per jaar.
dinsdag 6 januari 2026
Jongvolwassenen melden het vaakst schimmel in huis
Uit het onderzoek komt naar voren dat 18–34-jarigen het vaakst aangeven ‘altijd’ last te hebben van schimmel in huis. In 15% van de gevallen rapporteren jongvolwassenen schimmel in de slaapkamer. Oudere leeftijdsgroepen melden dit minder vaak. Ook maken jongvolwassenen zich vaker zorgen over de impact van vocht en schimmel: 19% zegt zich regelmatig zorgen te maken, tegenover 7% van ouderen.
Volgens het RIVM kan langdurige blootstelling aan schimmel leiden tot luchtwegklachten, allergieën en verergering van astma.
“Schimmel verdwijnt niet vanzelf. Hoe langer je wacht, hoe groter het probleem wordt,” zegt John Zentveld, Senior product manager bij HG. “We zien dat bijna drie op de tien Nederlanders schimmel pas aanpakken na weken of maanden, terwijl schimmelsporen zich al in een paar dagen kunnen verspreiden.”
Uit cijfers van de Huurcommissie blijkt dat vooral jonge huurders relatief weinig meldingen maken van achterstallig onderhoud, terwijl zij volgens het Burgerlijk Wetboek recht hebben op een veilige en gezonde woning. Zestig procent van de jongvolwassenen geeft aan onvoldoende kennis te hebben over bestrijding en preventie van schimmel. Bij ouderen geldt dit voor 29%. Veel jongvolwassenen wijzen een hoge luchtvochtigheid aan als belangrijkste oorzaak, terwijl structurele ventilatie- of bouwkundige problemen eveneens kunnen bijdragen. Volgens het RIVM en de GGD GHOR Nederland versterken onvoldoende ventilatie en bouwkundige gebreken samen het ontstaan van schimmel.
Waar ouderen vaak dagelijks ventileren, doen jongvolwassenen dit veel minder consequent. En als er dan schimmel wordt geconstateerd, geeft slechts 24% van de jongvolwassenen aan schimmel direct te behandelen. Daarnaast wacht 13% langer dan een maand met actie ondernemen.
De GGD benadrukt dat zowel gedrag (zoals onvoldoende ventileren) als woningkwaliteit kunnen bijdragen aan vochtproblemen, vooral in kleinere kamers en slecht geventileerde huurwoningen.
maandag 5 januari 2026
Gemeenten legden in 2025 bijna 30.000 boetes op voor overtredingen zero-emissiezones
In september 2025 werden in heel Nederland 8.895 boetes opgelegd voor overtredingen van de zero-emissiezone. Dat is het hoogste maandelijkse aantal sinds de invoering van deze zones. In totaal zijn er tot nu toe in de periode van juli tot en met oktober ruim 29.536 boetes uitgedeeld.
Voordat de boetes werden ingevoerd, verstuurden gemeenten in de periode van januari tot en met juni ruim 85.297 waarschuwingsbrieven. Sinds juli 2025 zijn de meeste steden echter overgegaan op handhaving via boetes. De boetes bedragen € 120,- voor bestelauto's en € 310,- voor vrachtauto's.
Rotterdam is koploper qua aantal uitgedeelde boetes, met 14.021 boetes in totaal. Dit hoge aantal is mede te verklaren doordat de gemeente de recidivetermijn vanaf september heeft verkort naar twee dagen. Dat betekent dat een bestuurder al na 48 uur opnieuw een boete kan krijgen voor dezelfde soort overtreding. Ook Den Haag (4.646 boetes) heeft de handhaving verscherpt door vanaf 1 oktober over te gaan op dagelijks beboeten.
Tilburg (3.638 boetes) en Maastricht (2.390 boetes) volgen Rotterdam en Den Haag qua aantal boetes. Opvallend is dat Amsterdam, met slechts 663 boetes in totaal, veel minder boetes heeft uitgedeeld. Dit komt doordat de Gemeente Amsterdam bij een dubbele overtreding van de Milieuzone en de ZE-zone maar één boete verstrekt.
Gemeenten hebben ZE-zones ingevoerd om de luchtkwaliteit in binnensteden te verbeteren. In meerdere gemeenten ligt de naleving inmiddels boven de 95 procent, met uitschieters richting 98 tot 99 procent in onder andere Tilburg en Maastricht. Gemeenten melden dat veel ondernemers tijdens de waarschuwingsperiode hun routes hebben aangepast, ontheffingen hebben geregeld of zijn overgestapt op schonere voertuigen.
vrijdag 2 januari 2026
Vanaf 1 januari 2026 zero-emissiezone bij Schiphol Centrum
Vanaf 1 januari 2026 geldt in een deel van Schiphol Centrum een zero-emissiezone. Schiphol heeft als doel om in 2030 volledig uitstootvrij en afvalvrij te zijn. Om dit te bereiken wil Schiphol het aantal vervuilende voertuigen verminderen.
Alle bestel- en vrachtauto’s die rijden op benzine, (bio)diesel of LPG mogen uiteindelijk de zero-emissiezone niet meer binnenrijden. De zone wordt geleidelijk ingevoerd om de overstap naar uitstootvrij voor ondernemers en particulieren haalbaar te maken. Daarom worden momenteel alleen de meest vervuilende bedrijfswagens geweerd. De zero-emissiezone geldt niet voor personenauto’s. Deze mogen de zone gewoon in- en uitrijden.
Vanaf 1 januari 2026 hebben de volgende voertuigen geen toegang meer tot de zero-emissiezone:
Bestelauto’s met emissieklasse 4 of lager
Vrachtauto’s die vóór 2017 op kenteken zijn gezet
Nieuwe bestel- en vrachtauto’s op fossiele brandstoffen die vanaf 1 januari 2025 op kenteken zijn gezet
Vanaf 2027 mogen bestelauto’s met emissieklasse 5 of lager de zero-emissiezone niet meer in.
Voor sommige bestel- en vrachtauto’s zijn tijdelijke ontheffingen of vrijstellingen mogelijk. Ondernemers die slechts af en toe in Schiphol Centrum moeten zijn, kunnen een dagontheffing aanvragen. Dit kan maximaal twaalf keer per jaar per kenteken. Daarnaast zijn er ontheffingen voor bijzondere voertuigen zoals voertuigen met zware laadkranen, voertuigen die zijn aangepast voor een handicap of voertuigen die niet uitstootvrij te koop zijn.


















