vrijdag 27 februari 2026
Satellietproject stikstof en doelsturing in Oss
Het project past binnen de kabinetskoers om het stikstofbeleid sterker te baseren op meten en doelsturing. In het coalitieakkoord is vastgelegd dat het meetnet voor stikstof wordt uitgebreid, onder meer met satellietwaarnemingen, en dat doelvoorschriften een belangrijkere rol krijgen in vergunningverlening. Betrouwbare en objectieve data vormen daarbij een randvoorwaarde. “Dit project laat zien hoe satellietmetingen en data-analyse kunnen bijdragen aan doelsturing in de praktijk,” zegt Martin Smit, oprichter en CEO van Caeli. “Door veranderingen in concentraties over tijd inzichtelijk te maken, ontstaat een feitelijke basis om te beoordelen of maatregelen effect hebben.”
Het project wordt uitgevoerd door het Agrarisch Collectief Oss (ACO), een samenwerkingsverband van boeren in de Osse polders. Door waarnemingen vanuit de ruimte te combineren met gegevens van meetpunten op de grond, ontstaat een gedetailleerd beeld van ammoniakconcentraties en emissiepatronen in het gebied.
Caeli combineert satellietwaarnemingen met grondmetingen en past data-analyse en machine-learningmodellen toe om verschillende databronnen te valideren en te analyseren. De onderliggende technologie bouwt voort op methoden die Caeli ontwikkelt met ondersteuning van de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA), onder meer gericht op het verbeteren van nauwkeurigheid, consistentie en reproduceerbaarheid van satellietgebaseerde emissiemetingen. Daarmee kunnen ontwikkelingen in concentraties worden gevolgd en kan worden onderzocht welke maatregelen aantoonbaar bijdragen aan het verminderen van emissies. De inzichten zijn bedoeld om doelsturing en doelgerichte vergunningverlening verder te ondersteunen.
Volgens Gerrit van Bergen, voorzitter van het Agrarisch Collectief Oss, is het project van groot belang voor de sector. “Wij willen verantwoord gezond voedsel produceren, zonder concessies te doen aan het milieu. Het meten van emissies helpt ons enorm om inzicht te krijgen in onze uitstoot en hoe we die kunnen verminderen. Ik ben trots op alle collega’s in de polder die hieraan willen meewerken.”
Ook de Gemeente Oss ziet het project als een belangrijke stap. Wethouder Sidney van den Bergh (landbouw): “Boeren in de Osse polders mogen trots zijn op deze subsidie. Als overheid willen wij samen met boeren blijven innoveren om antwoorden te vinden op maatschappelijke opgaven.
Het project wordt gevolgd door meerdere overheden en kennisinstellingen. De resultaten zullen ook relevant zijn voor beleid en vergunningverlening op provinciaal en nationaal niveau.
donderdag 26 februari 2026
Provincie stelt gezonde leefomgeving centraal
Gedeputeerde Staten (GS) hebben daarvoor het Beleidskader Gezonde leefomgeving opgesteld. GS leggen het beleidskader voor aan Provinciale Staten (PS) om het vast te stellen.
De provincie stuurt voortaan nadrukkelijker op het terugdringen van uitstoot en overlast van bedrijven, provinciale wegen en regionale luchthavens waarvoor zij bevoegd gezag is. Daarnaast wordt gezondheid volwaardig meegenomen bij beslissingen over de inrichting van de ruimte, zoals bij woningbouw en bedrijvigheid.
De provincie heeft bij het opstellen van het beleidskader professionele belanghebbenden betrokken waaronder bewonersorganisaties, gemeenten, waterschappen en Rijk, kennisinstellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
De inwoners van Noord-Holland zijn betrokken via het participatietraject voor Regie op de Ruimte. Tijdens de participatie werd onder meer genoemd dat focus nodig is op onderwerpen waar de provincie wettelijke bevoegdheden heeft en effectief is. Anderen vragen juist om een brede opvatting van gezondheid. Specifieke thema’s, die werden genoemd en waarover zorgen leven, zijn blootstelling aan schadelijke stoffen en de impact van gewasbeschermingsmiddelen op de gezondheid van omwonenden, secundaire bouwstoffen waaronder staalslakken, en stortplaatsen.
woensdag 25 februari 2026
GGD slaat alarm over gevaarlijk isolatieschuim
Uit een inventarisatie van Zembla blijkt dat bewoners op zeker zeven locaties gezondheidsklachten hebben gekregen. Het gaat om bewoners van huurwoningen in Elst (Utrecht), Dalfsen, Dedemsvaart, Capelle aan de IJssel en Purmerend en om particuliere huiseigenaren in Oostzaan en Nieuwegein. De gemeten formaldehyde-concentraties waren op meerdere locaties zo hoog dat bewoners van de GGD het advies kregen per direct hun huis te verlaten. Sommige huizen zijn al jaren onbewoonbaar.
Op korte termijn veroorzaakt formaldehyde benauwdheid, hoofdpijn en eczeem. De stof is op lange termijn kankerverwekkend. “Wat de GGD betreft, zouden we het nu moeten gaan verbieden”, zegt milieu-epidemioloog Jeroen de Hartog van GGD Utrecht, naar aanleiding van een groeiend aantal gezondheidsklachten dat door zijn organisatie in kaart is gebracht. Alleen als uit onderzoek blijkt dat het schuim veilig kan worden aangebracht ziet de GGD nog ruimte, “maar dat onderzoek ken ik niet”, aldus De Hartog.
Ook Ad Ragas, hoogleraar risicoanalyse van chemische stoffen (Radboud Universiteit), pleit in Zembla voor een direct verbod op toepassing van UF-schuim. Hij wijst erop dat formaldehyde keel- en neuskanker en leukemie veroorzaakt. De stof is bovendien genotoxisch, dus in staat om het DNA te beschadigen, zegt Ragas, en daarom is er ‘geen dosis die absoluut veilig is’. “Alles in mij zegt: verbieden. Ik zou mijn huis nooit van mijn leven laten isoleren met UF-schuim, dat zou ik te gevaarlijk vinden.”
In Dalfsen staan twee appartementencomplexen al drie jaar leeg, omdat in een aantal woningen het formaldehydegehalte nog altijd te hoog is. Op andere locaties konden mensen maandenlang in slechts enkele kamers van hun appartement wonen, omdat verblijf in de rest van de woning niet mogelijk was door te hoge formaldehydeconcentraties. Ad Ragas noemt de gemeten waarden ‘bizar hoog’.
dinsdag 24 februari 2026
Delfland onderzoekt veelbelovende vorm van slibverwerking: Torwash
Torwash behandelt slib onder hoge temperatuur en druk, waardoor waardevolle grondstoffen vrijkomen die opnieuw gebruikt kunnen worden. Dit leidt tot minder verbranding, lagere transportkosten en een lagere CO₂-uitstoot.
Bij andere waterschappen zijn al proeven geweest met deze techniek met positieve onderzoeksresultaten. Er is alleen nog geen onderzoek gedaan op zuiveringen met een omvang als die van ons. De Torwash-techniek lijkt veelbelovend maar er zijn nog onzekerheden en risico’s omdat de techniek nog in ontwikkeling is.
Het onderzoek naar deze techniek wordt een nieuw project binnen Delfland, met collega Werner Krijger als projectleider: “Ik kijk er naar uit om deze innovatieve techniek voor slibverwerking met een enthousiast team binnen Delfland te mogen testen in een proef op onze AWZI De Groote Lucht.”
maandag 23 februari 2026
Bodemschimmel biedt mogelijke oplossing voor fosforrijk industrieel afval
Bij de productie van fosforzuur — een cruciale tussenstap in het maken van fosfaatmeststoffen — komt een bijproduct vrij dat fosfogips heet. Dit materiaal vormt enorme afvalbergen wereldwijd en bevat ongeveer 1 procent fosfor, maar het fosfor zit chemisch zo vastgebonden dat terugwinning lastig is.
In laboratoriumexperimenten hebben onderzoekers aangetoond dat de schimmel Aspergillus niger, die van nature fosfaat uit de bodem kan opnemen, fosfor oplost uit fosfogips. Na 15 dagen behandeling met de schimmel kwam meer dan 40 % van het fosfor beschikbaar in de oplossing.
Wat extra opvallend is: de schimmel neemt het vrijgekomen fosfor niet alleen op, maar slaat het actief op in zijn cellen. Dat wijst erop dat dit niet alleen om chemische oplossende processen gaat, maar om een biologisch opname- en benuttingsmechanisme.
Deze bevinding zou kunnen bijdragen aan zowel het verminderen van fosfogips-afvalbergen als het terugwinnen van waardevolle fosfor voor hergebruik — iets dat steeds belangrijker wordt gezien de mondiale druk op fosforvoorraden voor landbouwtoepassingen.
vrijdag 20 februari 2026
Een jaar later nog steeds geen vergunningen voor pesticides
Critici noemen het gebrek aan voortgang ‘schandalig’, omdat boeren en tuinders hierdoor in onzekerheid verkeren en het lastig is te plannen wat betreft hun bedrijfsvoering. Volgens de uitspraak uit het verleden moet eerst worden beoordeeld of het gebruik van pesticiden natuurgebieden kan schaden, voordat er een vergunning wordt verstrekt — iets dat in de praktijk veel tijd kost en nog nauwelijks is gebeurd.
Door de achterstand bij de vergunningverlening zitten gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen nog steeds in een onzekere positie, vooral rond beschermde natuurgebieden zoals Natura 2000-gebieden. De regelgeving is bedoeld om schade aan deze kwetsbare natuur te voorkomen, maar door het uitblijven van vergunningen werkt het systeem momenteel niet zoals bedoeld.
donderdag 19 februari 2026
Satellietproject in Oss start met meten ammoniak voor doelsturing
Het project past binnen de kabinetskoers om het stikstofbeleid sterker te baseren op meten en doelsturing. In het coalitieakkoord is vastgelegd dat het meetnet voor stikstof wordt uitgebreid, onder meer met satellietwaarnemingen, en dat doelvoorschriften een belangrijkere rol krijgen in vergunningverlening. Betrouwbare en objectieve data vormen daarbij een randvoorwaarde. “Dit project laat zien hoe satellietmetingen en data-analyse kunnen bijdragen aan doelsturing in de praktijk,” zegt Martin Smit, oprichter en CEO van Caeli. “Door veranderingen in concentraties over tijd inzichtelijk te maken, ontstaat een feitelijke basis om te beoordelen of maatregelen effect hebben.”
Het project wordt uitgevoerd door het Agrarisch Collectief Oss (ACO), een samenwerkingsverband van boeren in de Osse polders. Door waarnemingen vanuit de ruimte te combineren met gegevens van meetpunten op de grond, ontstaat een gedetailleerd beeld van ammoniakconcentraties en emissiepatronen in het gebied.
Caeli combineert satellietwaarnemingen met grondmetingen en past data-analyse en machine-learningmodellen toe om verschillende databronnen te valideren en te analyseren. Daarmee kunnen ontwikkelingen in concentraties worden gevolgd en kan worden onderzocht welke maatregelen aantoonbaar bijdragen aan het verminderen van emissies. De inzichten zijn bedoeld om doelsturing en doelgerichte vergunningverlening verder te ondersteunen.
Volgens Gerrit van Bergen, voorzitter van het Agrarisch Collectief Oss, is het project van groot belang voor de sector. “Wij willen verantwoord gezond voedsel produceren, zonder concessies te doen aan het milieu. Het meten van emissies helpt ons enorm om inzicht te krijgen in onze uitstoot en hoe we die kunnen verminderen. Ik ben trots op alle collega’s in de polder die hieraan willen meewerken.”
Ook de Gemeente Oss ziet het project als een belangrijke stap. Wethouder Sidney van den Bergh (landbouw): “Boeren in de Osse polders mogen trots zijn op deze subsidie. Als overheid willen wij samen met boeren blijven innoveren om antwoorden te vinden op maatschappelijke opgaven. Het concreet meten van uitstoot is een belangrijke eerste stap om inzicht te krijgen, en uiteindelijk toe te werken naar verlaging van de uitstoot.”
Het project wordt gevolgd door meerdere overheden en kennisinstellingen. De resultaten zullen ook relevant zijn voor beleid en vergunningverlening op provinciaal en nationaal niveau.
woensdag 18 februari 2026
Oproep Landelijke Opschoondag op 21 maart: maak Nederland zwerfafvalvrij
De Landelijke Opschoondag is al 24 jaar dé grootste voorjaarsschoonmaak van Nederland. Duizenden groepen, scholen, sportclubs, bedrijven en gemeenten zetten zich in om zwerfafval op te ruimen, waarmee zij samen werken aan een frisse start van het nieuwe seizoen.
Dit jaar introduceert Verpact een vernieuwde campagne die aanstuurt zwerfafval op te pakken, rapen en prikken. Hester Klein Lankhorst, CEO Verpact, zegt: "We willen zo nog meer mensen inspireren. Op een speelse en pakkende manier laten we zien dat je met een simpele handeling het verschil maakt voor een schone, leefbare omgeving. En het is prachtig dat tijdens onze Landelijke Opschoondag zoveel mensen zich al inzetten voor een schone wijk. Afgelopen jaar werden er 2.321 acties aangemeld door heel Nederland, met de meeste geregistreerde deelnemers in Noord-Brabant."
Ze vervolgt: “Ik hoop natuurlijk dat dit jaar nóg meer scholen, bedrijven en buurtinitiatieven zich aansluiten. Iedere actie telt, groot of klein. Dus meld je aan op onze website! Samen maken we Nederland schoner én bewuster.”
Veel leerlingen gaan op de woensdag voorafgaand aan de Landelijke Opschoondag aan de slag om hun schoolomgeving op te schonen. Daarom vindt op woensdag 18 maart de jaarlijkse Scholendag plaats. Door een opruimactie te organiseren en deze te registreren via www.landelijkeopschoondag.nl, maken scholen kans op een exclusieve workshop van plogger Paul Waye. Tijdens deze workshop leren leerlingen op een laagdrempelige manier meer over zwerfafval: hoe het ontstaat, wat de impact is op de leefomgeving en hoe je met kleine handelingen verschil kunt maken. Paul gaat samen met de leerlingen op afvaljacht en laat zien dat opruimen leuk én verbindend is.
Daarnaast organiseert Verpact traditiegetrouw de vrijdag vóór de Landelijke Opschoondag een kick-off bij een gemeente in Nederland die zich actief inzet tegen zwerfafval. Dit als startsein voor de duizenden acties die een dag later door het hele land plaatsvinden. De locatie voor de kick-off wordt binnenkort bekendgemaakt.
dinsdag 17 februari 2026
Rotterdam haalt klimaatdoel en stoot fors minder CO₂ uit
Daarmee laat Rotterdam zien dat de stad in deze collegeperiode grote stappen heeft gezet richting een schonere en duurzamere toekomst. Die daling komt niet vanzelf. Het is het resultaat van alles wat in de stad gebeurt: woningen die van het gas af gaan, schoner vervoer, meer zonnepanelen en windenergie, en bedrijven die verduurzamen.
Steeds meer Rotterdammers wonen in beter geïsoleerde huizen, rijden elektrisch of gebruiken deelvervoer. In steeds meer straten wordt gewerkt aan aardgasvrij wonen en schoner vervoer.
In 2023 lag de uitstoot nog op ongeveer 2.375 kton CO₂. Sindsdien is die verder gedaald door de inzet van bewoners, ondernemers en de gemeente.
Wethouder Chantal Zeegers (o.a. Klimaat ):“Dit is iets waar de hele stad aan heeft meegewerkt. Bewoners, ondernemers, scholen en verenigingen: iedereen heeft op zijn eigen manier bijgedragen. We hebben als stad en als college onze afspraak waargemaakt. Dat geeft vertrouwen voor wat nog komt. En ik wil Rotterdammers oproepen: blijf meedoen, blijf meedenken en blijf stappen zetten. Samen maken we deze stad schoner, gezonder en sterker.”
Met het behalen van dit doel richt Rotterdam zich nu op de volgende stap. De stad wil in 2030 nog veel minder CO₂ uitstoten. Dat betekent doorgaan met isoleren, verduurzamen, schoner reizen en slimmer omgaan met energie. De gemeente blijft samen met bewoners, bedrijven en partners werken aan een gezonde, betaalbare en toekomstbestendige stad. “Dit resultaat is een mijlpaal,” zegt Zeegers. “Maar we blijven doorpakken. Voor onszelf en voor de volgende generatie.”
maandag 16 februari 2026
Uitbreiding lachgasprogramma voor het klimaat
Dagelijks bestuurder Sander Mager: ‘Lachgas zie je niet, maar het vervuilt wel sterk. Door slim te meten en te sturen, kunnen we de uitstoot stevig verminderen. Dat is goed voor het klimaat en laat zien dat innovatie helpt om duurzaam te werken.’
Bij het zuiveren van afvalwater komt lachgas vrij. Dit gebeurt tijdens het biologische proces waarbij stikstof wordt verwijderd. Op een deel van rioolwaterzuivering Amsterdam-West meten we al de uitstoot van lachgas. Hiervoor is kunstmatige intelligentie (AI) gebruikt. Hierdoor is de uitstoot al met bijna 25 procent verminderd. Door dit succes wordt de aanpak nu uitgebreid bij andere rioolwaterzuiveringen.
Op de zuiveringen Horstermeer en Amstelveen komen vaste meetpunten. Op zuivering Amsterdam Westpoort zijn al meetpunten. Daarmee kunnen we precies zien hoeveel lachgas vrijkomt. Dit helpt om later maatregelen te nemen. Samen verwerken deze zuiveringen 85 procent van alle stikstof in het gebied.
Het project kost ruim 3 miljoen euro. Met dit geld worden sensoren geplaatst en systemen voor slimme sturing geïnstalleerd. Het project sluit aan bij het landelijke Versnellingsprogramma Lachgas(U verlaat deze site). In dit programma werken alle waterschappen samen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
vrijdag 13 februari 2026
Financiering voor vervolgonderzoek naar microplastics en menselijke gezondheid
Het consortium brengt partners van universiteiten, ziekenhuizen, onderzoeksinstituten en het bedrijfsleven samen om verder te onderzoeken hoe MNP’s de menselijke gezondheid kunnen beïnvloeden. De focus ligt op kerngebieden zoals toxicologie, microbiële risico’s, risicobeoordeling en interventies. Deze thema’s sluiten aan bij de behoeften die zijn vastgesteld in de Kennisagenda 2025 Microplastics in ons lichaam, die tot stand kwam via een brede stakeholderconsultatie onder coördinatie van ZonMw.
Een kerndoel van MOMENTUM 3.0 is het verder ontwikkelen van een geïntegreerd kader voor risicobeoordeling van blootstelling aan MNP’s. Nu steeds duidelijker wordt dat inademing, met name in binnenruimtes, een belangrijke blootstellingsroute is, ligt er specifieke aandacht op blootstelling via binnenlucht en op interventies die deze blootstelling kunnen verminderen.
De kennis die binnen MOMENTUM 3.0 wordt gegenereerd, versterkt de basis die in eerdere fases van het programma is gelegd en ondersteunt toekomstig onderzoek, beleidsontwikkeling en praktische maatregelen. Om samenwerking te versterken en kennisuitwisseling te versnellen, ondersteunt MOMENTUM 3.0 ook de verdere ontwikkeling van het MOMENTUM Collaborative Network. Dit netwerk heeft als doel stakeholders nationaal en internationaal met elkaar te verbinden op het snijvlak van wetenschap, beleid en praktijk. Geïnteresseerden kunnen hun interesse kenbaar maken via het coördinatieteam. Houd ook onze LinkedIn-pagina en website in de gaten voor updates.
MOMENTUM 3.0 wordt gefinancierd binnen het ZonMw-programma Microplastics & Health, met een budget van €2,26 miljoen. Met aanvullende investeringen van de 17 partnerorganisaties komt het totale projectbudget uit op circa €3 miljoen. Het project start uiterlijk op 31 december 2025 en loopt tot en met 31 december 2029.
donderdag 12 februari 2026
Rechtbank: Nederlandse Staat doet voldoende om PFAS-problemen tegen te gaan
De groep organisaties eiste onder meer een verbod op het lozen van PFAS, een volledige inventarisatie van vervuilde locaties en versnelde sanering. Daar ging de rechter echter niet in mee: volgens het oordeel van de rechtbank heeft de overheid een brede beoordelingsvrijheid over hoe ze de PFAS-problematiek aanpakt. De nu genomen maatregelen zijn “geschikt en voldoende”, aldus het vonnis.
De rechter noemde het niet haar taak om politieke keuzes op te leggen over de aanpak van PFAS-vervuiling. Wel erkende de rechtbank dat PFAS aanzienlijke risico’s voor milieu en gezondheid kan hebben, maar vond zij dat de huidige Nederlandse aanpak binnen de wettelijke kaders valt.
PFAS-stoffen zijn moeilijk afbreekbare chemische verbindingen die in heel veel producten worden gebruikt en in de omgeving terechtkomen. Ze kunnen schadelijk zijn voor mens en dier en worden al breder onderzocht en gereguleerd binnen Europa.
woensdag 11 februari 2026
'Europese investeringen in schone energie zijn zinloos zonder steun aan eigen industrie'
Zolang Europa technologie blijft inkopen uit China, heeft het Europese bedrijfsleven niets aan deze investeringsgolf. Chinese fabrikanten dumpen hun producten op de Europese markt, de top 5 spelers rapporteerden over 2025 verliezen tussen 4 en 5 miljard dollar. Dat ondermijnt de Europese hightech-maakindustrie en kost banen.
Het gereedschap om dit te veranderen ligt klaar. De Net Zero Industry Act maakt het mogelijk om Europese technologie extra te belonen bij aanbestedingen, op basis van criteria als circulariteit, innovatie en CO₂-voetafdruk. De Industrial Acceleration Act, waarvan vorige week een concept is uitgelekt, biedt aanvullende handreikingen om duurzame technologie van Europese bodem te laten komen.
De oproep aan het nieuwe kabinet is helder: gebruik deze instrumenten. Blijf niet alles uit China kopen. In veel Chinese zonnepanelen en windturbines zitten giftige stoffen, zoals PFAS en antimoon. Door te kiezen voor Europese alternatieven voorkom je niet alleen een afvalprobleem, maar stimuleer je ook circulaire oplossingen.
De economische impact is evident. Europese productie creëert banen in de hightech-maakindustrie en zorgt voor nieuwe kennisontwikkeling. Bedrijven die lokaal produceren worden nu nog geremd door dumping, maar kunnen bij gerichte overheidssteun snel groeien.
Een concreet voorbeeld dat we vanuit Solarge kunnen noemen, is de opkomst van PV-carports op bedrijventerreinen. Deze combineren zonnepanelen met laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen en ontlasten het elektriciteitsnet. Met lokale toeleveranciers levert dit een enorme werkgelegenheidsimpuls op. In Nederland alleen al gaat het om miljoenen vierkante meters potentieel. Verzekeraar Achmea laat momenteel een carport van 2 ha realiseren met Nederlandse technologie, die in april wordt opgeleverd.
De boodschap is duidelijk: Europese investeringen in schone energie hebben alleen zin als ze ook Europese banen en innovatie opleveren. Het wettelijk kader is er, nu moet de overheid ze toepassen om haar eigen bedrijfsleven een groei impuls te geven.
dinsdag 10 februari 2026
Twee PFAS aandachtlocaties aangepakt
De afgelopen jaren hebben ook de gemeenten Enschede en Hengelo bodemonderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn twee PFAS aandachtlocaties naar voren gekomen: Hasseler Es en Boekelo. De eerste locatie is gesaneerd en voor de tweede locatie zijn de tuinen reeds gesaneerd. De onderzoeksresultaten van provincie en gemeenten geven aanleiding om de inventarisatie verder uit te breiden.
De inventarisatie naar PFAS aandachtlocaties is uitgevoerd op basis van landelijke afspraken. De provincie heeft in totaal 223 locaties geïnventariseerd met een verhoogde kans op PFAS-verontreiniging en bedreiging voor mens en milieu. Hierbij is vooral gekeken naar het historisch gebruik en de geregistreerde activiteiten. Het gaat dan vooral om oude bedrijfslocaties met in een straal van 25 meter gevoelige functies zoals woningen, speeltuinen, moestuinen en drinkwaterwinningen. Met behulp van een analyse van historische gegevens is hieruit een selectie van 23 locaties onderzocht door middel van bodemonderzoek.
PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) vormen een groep van meer dan 10.000 stoffen. Sinds de jaren ‘50 zijn ze in uiteenlopende industriële toepassingen en consumentenproducten gebruikt. Hun unieke stofeigenschappen (water-, vet- en vuilafstotend) maken ze functioneel, maar tegelijk ook problematisch: PFAS breken nauwelijks af in het milieu en worden daarom ook wel ‘forever chemicals’ genoemd. Daarom wordt in Nederland veel onderzoek gedaan naar PFAS.
Als provincie voeren we sinds 2019 onderzoek uit naar PFAS in het water- en bodemsysteem. Dit doen we vanuit onze taken en verantwoordelijkheden op basis van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Wet bodembescherming. De toenemende bezorgdheid die PFAS met zich meebrengt, heeft de afgelopen jaren geleid tot een groeiende druk op overheden om in te grijpen. In 2021 zijn er tussen het Rijk en medeoverheden daarom afspraken gemaakt over het inventariseren van mogelijke ‘PFAS-aandachtslocaties’. Het Rijk heeft financiële middelen beschikbaar voor onderzoek naar en het eventueel saneren van PFAS-verontreinigingen. De provincie Overijssel heeft een beroep gedaan op die middelen en kon daarmee dit onderzoek starten.
Op alle 23 aandachtlocaties is door middel van bodemonderzoek PFAS aangetroffen. Op 21 locaties zijn de toegestane waarden voor risico’s niet overschreden. Op twee locaties was dat wel het geval, maar uit nader onderzoek bleek dat daar geen sprake is van een situatie waarvoor snel saneringsmaatregelen nodig zijn. Voor een van de locaties is in het verleden al een bodemsanering uitgevoerd. De andere was op basis van het gebruik beoordeeld als niet risicovol.
Aanvullend op de 23 locaties zijn nog vijf plekken met activiteiten in de textiel- en tapijtsector onderzocht. Dit is gedaan omdat Overijssel relatief veel textielbedrijven heeft en in het verleden had. Op alle vijf locaties is PFAS gemeten. Op drie locaties wordt de norm overschreden, maar omdat bedrijfsterreinen vaak verhard zijn, is de blootstelling voor mensen zeer beperkt en zijn er geen risico’s voor de volksgezondheid. Voor twee van de drie locaties is het verspreidingsrisico beperkt door een beperkte omvang van de verontreiniging of het ontbreken van ‘gevoelig gebruik’, zoals drinkwaterwinning, in de omgeving. Voor één locatie is een vervolgonderzoek nodig vanwege mogelijke risico’s voor het nabij gelegen oppervlaktewater. De gemeten concentraties in het oppervlaktewater liggen onder de huidige norm. Toch is verslechtering van de oppervlaktewaterkwaliteit op termijn niet uit te sluiten. Blijvend onderzoek naar PFAS-locaties blijft in de toekomst ook nog nodig.
De provincie gaat de komende jaren door met onderzoeken, en waar nodig de sanering oppakken, in overleg met het Rijk. Zo beginnen we onder andere een tweede onderzoeksronde naar mogelijke PFAS-aandachtlocaties die zich onder andere richt op brandweerkazernes en -oefenlocaties en voormalige stortplaatsen. Dit onderzoek doen we in nauwe samenwerking met andere overheden in Overijssel en het Rijk.
Gedeputeerde Tijs de Bree benadrukt dat PFAS blijvend aandacht nodig heeft: “Zolang er op zoveel plaatsen meetbare hoeveelheden PFAS voorkomen, moeten we samen met het Rijk en mede overheden in onze provincie onderzoek blijven doen, de ergst verontreinigde plekken met risico aanpakken en het gebruik van PFAS afbouwen.”
maandag 9 februari 2026
Nieuwe database ondersteunt Caribisch Nederland bij maatregelen klimaatrisico's
Het doel van de database is om de nationale aanpassingsstrategieën van de eilanden te bevorderen en inspiratie, praktische voorbeelden en richtlijnen te bieden. Zo kunnen er weloverwogen en transparante beslissingen nemen om in de toekomst weerbaarder te zijn tegen klimaatrisico's.
De database biedt een gestructureerd overzicht van meer dan 100 opties voor klimaatadaptatie die relevant zijn voor de eilanden. De database kan worden gebruikt door geïnteresseerde beleidsmakers, professionals en studenten. Gebruikers kunnen de opties verkennen via thematische filters en hebben toegang tot kwalitatieve informatie over haalbaarheid, bijkomende voordelen, vraagstukken over rechtvaardigheid, en praktische voorbeelden.
De database is ontwikkeld binnen het programma van het International Panel on Deltas and Coastal Areas (IPDC) en bouwt voort op eerder werk aan klimaatscenario's en -impactatlassen voor de regio. Het project werd geleid door de Vrije Universiteit Amsterdam en mede ontwikkeld in nauwe samenwerking met de Universiteit van Curaçao, de Universiteit van Aruba, de Universiteit van Sint Maarten en een consortium van regionale en internationale kennispartners, waaronder Climate Adaptation Services (CAS).
De ontwikkeling van de database werd geïnformeerd door focusgroepen op Curaçao, Aruba en het eiland Sint Maarten. Martin. Deze sessies brachten beleidsmakers, academisch personeel en maatschappelijke belanghebbenden samen om na te denken over bruikbaarheid, relevantie en governancebehoeften op de lange termijn, waarbij werd gezorgd voor afstemming op de lokale institutionele en gemeenschapscontext.
De database wordt gehost binnen de bestaande Climate Impact Atlases voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Daardoor is continuïteit met eerder IPDC-werk en toegankelijkheid op de lange termijn gewaarborgd. De database ondersteunt direct de adaptatieplanning op elk eiland.
vrijdag 6 februari 2026
Mogelijke gezondheids- en milieurisico’s door gewasbeschermingsmiddelen op geïmporteerde rozen
Dit blijkt uit het vandaag gepubliceerde adviesrapport van bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO), een onafhankelijk adviesorgaan binnen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). BuRO doet duidelijke aanbevelingen om de risico’s te kunnen minimaliseren.
Om de gezondheids- en milieurisico’s in te schatten kocht BuRO in de winter van 2023-24 en in de zomer van 2024 op verschillende plekken in Nederland rozen, goed voor 177 monsters, en liet deze analyseren. De resultaten hiervan zijn gebruikt voor een risicobeoordeling. Op basis hiervan constateert BuRO een mogelijk gezondheidsrisico voor personen die beroepsmatig met geïmporteerde rozen in aanraking komen. Dit is met name het geval als werkers geen gebruik maken van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Consumenten worden, anders dan personen die in de bloemensector werkzaam zijn, beperkt blootgesteld aan geïmporteerde rozen en andere snijbloemen. De verwachting is dat de meeste aangetroffen residuen geen gezondheidsrisico’s opleveren. Als consumenten rozenblaadjes consumeren die daar niet voor bestemd zijn, kan dit wel leiden tot gezondheidsrisico's, met name voor kleine kinderen.
Ook signaleert BuRO risico's voor bodemorganismen en bijen en het risico dat een deel van schimmels resistent wordt tegen azolen (deze worden in gewasbeschermingsmiddelen en geneesmiddelen gebruikt tegen schimmels) op het moment dat de geïmporteerde rozen via het groenafval (gft, groen, fruit en tuinafval) of via de composthoop in de leefomgeving terecht komen.
Om gezondheids- en milieurisico’s te minimaliseren, ligt er in het adviesrapport een duidelijke aanbeveling om de aanwezigheid van residuen van gewasbeschermingsmiddelen op geïmporteerde rozen en andere snijbloemen van buiten de EU te reguleren. Zolang dit niet geregeld is, zijn er passende maatregelen nodig voor de veiligheid en gezondheid van iedereen die beroepsmatig met de bloemen in aanraking komt. Ook is het belangrijk om de consument goed te informeren om geen rozenblaadjes te consumeren. En consumenten en bedrijven moeten erop gewezen worden afval van geïmporteerde rozen en andere snijbloemen niet bij het gft-afval of op de composthoop terecht te laten komen, maar veilig af te voeren via het restafval.
Geïmporteerde snijbloemen uit landen buiten de EU komen via de (lucht)haven binnen. Bij binnenkomst volgt er een inspectie om te zien of ze voldoen aan de wettelijke plantgezondheidseisen binnen de EU, die stellen dat de bloemen vrij van schadelijke organismen moeten zijn. Het is aannemelijk dat de bloemen in het land van herkomst behandeld worden met gewasbeschermingsmiddelen en soms ook met biociden. Deze behandeling in het land van herkomst valt niet onder het toezicht van de NVWA. De aanwezigheid van residuen van gewasbeschermingsmiddelen en/of biociden kan er toe leiden dat in Nederland mensen en organismen in het milieu hieraan blootgesteld worden.
De NVWA benut de risicobeoordeling voor haar meerjarige, risicogerichte en kennisgedreven toezichtstrategie. Het is van belang om te komen tot een reductie van de risico’s uit de risicobeoordeling, het voorkomen van toekomstige risico’s en het (laten) doen van vervolgonderzoek naar andere snijbloemen en sierteeltproducten geïmporteerd uit landen buiten de EU; sierteeltproducten uit andere landen waaruit deze producten geïmporteerd worden; en eetbare bloemen op de Nederlandse markt. De risico’s voor volksgezondheid en milieu geven aanleiding tot monitoring door bemonstering en onderzoek van geïmporteerde rozen en andere snijbloemen aan de buitengrens.
De NVWA doet vooruitlopend op mogelijke beleidsmaatregelen en vervolgonderzoek een appèl op alle betrokkenen in en rondom de keten om meer te doen dan de huidige wettelijke eisen voorschrijven bij de import van rozen en andere snijbloemen en zodoende de risico’s van residuen van bestrijdingsmiddelen te beperken. Gebruik van middelen buiten de EU dat leidt tot risicovolle gehaltes aan residuen op rozen en andere snijbloemen bestemd voor de EU moet voorkomen worden De hele keten kan hieraan bijdragen.
donderdag 5 februari 2026
Dordrecht brengt mogelijke PFAS-bronnen in kaart
Een vergelijkbaar onderzoek is recent ook uitgevoerd door de provincie Zuid-Holland. Alle resultaten worden gedeeld met het Rijk, dat hiermee een landelijk totaalbeeld wil opstellen. PFAS zijn door de mens gemaakte stoffen die in veel producten worden toegepast en nauwelijks afbreken in het milieu.
In totaal heeft de gemeente 171 (bedrijfs)locaties geïnventariseerd. Dat een locatie in deze inventarisatie voorkomt, betekent niet automatisch dat daar daadwerkelijk PFAS zijn gebruikt. En zelfs als dat wel het geval is, hoeft er nog steeds geen sprake te zijn van bodemverontreiniging. Mocht er toch PFAS in de bodem terecht zijn gekomen, dan betekent dat bovendien niet direct dat er risico’s zijn voor de volksgezondheid of het milieu. Met deze informatie kan de gemeente wel gericht vervolgonderzoek uitvoeren en, indien nodig, passende maatregelen nemen om mens en milieu te beschermen.
De gemeente start in 2026 met het uitvoeren van vervolgonderzoek op – in eerste instantie – 37 locaties om met zekerheid vast te stellen of daar daadwerkelijk PFAS in de bodem aanwezig zijn. Deze locaties zijn geselecteerd omdat zij in de nabijheid liggen van kwetsbare gebieden, zoals woonwijken, moestuinen en grondwaterbeschermingsgebieden, en/of omdat zij nog niet eerder zijn onderzocht of gesaneerd. De overige locaties worden, indien nodig, op een later moment nader onderzocht. Bijvoorbeeld bij geplande momenten als een herontwikkeling of andere werkzaamheden.
Ook het uitvoeren van vervolgonderzoek betekent niet automatisch dat er PFAS is gebruikt op de betreffende locatie of dat er sprake is van bodemverontreiniging. “Juist om dit helder te krijgen is vervolgonderzoek nodig. We onderzoeken uit voorzorg óf en waar mogelijk sprake is van verontreiniging, zodat we kunnen vaststellen of vervolgmaatregelen nodig zijn en adequaat kunnen handelen om mens en milieu te beschermen,” aldus wethouder Tanja de Jonge, die zich al jaren inzet voor een PFAS-vrije samenleving.
woensdag 4 februari 2026
Inwoners IJmond meten zelf luchtkwaliteit op terrein Tata Steel
Tot nu toe ontbraken meetgegevens van het Tata Steel-terrein in het netwerk van Hollandse Luchten. Dankzij de nieuwe sensoren krijgen inwoners nu inzicht in de verspreiding van fijnstof (PM2,5) op en rond het fabrieksterrein. Gerard van Zelst, inwoner en deelnemer aan het project: “Meten is weten. Nu kunnen we als inwoners zelf zien hoe de fijnstof zich verspreid op en rond het terrein van Tata.”
De sensoren zijn opgehangen in samenwerking met Tata Steel. Het is voor het eerst dat inwoners binnen Hollandse Luchten op deze schaal metingen mogen doen op een bedrijfsterrein. De data wordt gebruikt om het gesprek aan te gaan met het bedrijf, experts zoals het RIVM en overheden.
De meetgroep IJmond van Hollandse Luchten bespreekt de resultaten regelmatig met inwoners, experts van onder meer de GGD, het RIVM en Waag Futurelab, en beleidsmakers van gemeente en provincie. Ook bestuurders schuiven aan om rechtstreeks in gesprek te gaan over schonere lucht.
De burgerwetenschap-sensoren geven een lokaal beeld van de luchtkwaliteit, maar zijn niet geschikt voor nauwkeurige vergelijkingen met wettelijke normen of gezondheidsadviezen van de WHO. Voor officiële metingen verwijst Hollandse Luchten naar het landelijke luchtmeetnet Opent een externe link , dat jaarlijks rapportages publiceert op de website van de provincie.
De metingen van Hollandse Luchten vallen niet onder het toezicht van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG).
dinsdag 3 februari 2026
‘Koele daken’ kunnen impact van hittegolven in steden sterk verminderen
Extreme hitte vormt een groeiend risico voor de volksgezondheid, zeker in sterk verstedelijkte regio’s zoals België. Tijdens de uitzonderlijke hittegolf van juli 2019 — met de hoogste temperatuur ooit gemeten in het land — liepen de temperaturen in steden sterk op, met ernstige gevolgen voor kwetsbare groepen. In een studie die zopas verscheen in het tijdschrift Environment International onderzochten wetenschappers van KU Leuven, Sciensano, VITO en University College London hoe Belgische steden zich beter kunnen aanpassen aan dergelijke extreme weersomstandigheden.
Een van de onderzochte ingrepen is het gebruik van ‘koele daken’. Dat zijn daken die bewust lichter of reflecterender worden gemaakt, bijvoorbeeld door een witte of lichtgekleurde dakbedekking, speciale coatings of specifieke materialen die zonnestraling weerkaatsen. Waar klassieke, donkere daken zonnestraling absorberen en sterk opwarmen, kaatsen koele daken een groot deel van die straling terug.
Daardoor slaan gebouwen minder warmte op en warmt ook de omliggende lucht minder sterk op. Wanneer koele daken op grote schaal worden toegepast — bijvoorbeeld over volledige wijken of steden — kan dat leiden tot temperatuurdalingen in de buitenlucht, vooral tijdens hete, wolkenloze zomerdagen.
“Je kan het vergelijken met het verschil tussen het dragen van een zwart of een wit T-shirt in de zon,” zegt onderzoekster Fien Serras van KU Leuven. “Het witte T-shirt blijft duidelijk koeler. Hetzelfde principe geldt voor daken, maar dan met impact op de hele stad.”
Met behulp van een hoog resolutie (1 km) klimaatmodel simuleerden de onderzoekers hoe Belgische steden zouden reageren op verschillende aanpassingsstrategieën tijdens de hittegolf van juli 2019. Daarbij hielden ze rekening met verschillen in bebouwingsdichtheid, stedelijke structuur en bevolkingsspreiding.
“Uit de simulaties blijkt dat koele daken vooral de maximale dagtemperaturen verlagen,” zegt Fien Serras. “Gemiddeld daalde de luchttemperatuur in stedelijke gebieden met iets meer dan 2 graden Celsius, met nog grotere effecten in dichtbebouwde stadscentra waar veel dakoppervlak aanwezig is.”
Naast koele daken onderzochten de wetenschappers ook het effect van meer stedelijk groen. Dit vertaalt zich bijvoorbeeld in meer bomen, parken en onverharde zones. Extra groen in combinatie met de koele daken bleek vooral belangrijk om de nachtelijke temperaturen te verlagen, wat cruciaal is voor het herstel van het lichaam na warme dagen.
Aanzienlijke gezondheidswinst
De onderzoekers koppelden hun temperatuurresultaten aan een bestaande hitte-mortaliteits relatie van Sciensano over hittegerelateerde sterfte in Brussel. Tijdens de vijfdaagse hittegolf in juli 2019 werden naar schatting 47 overlijdens gelinkt aan extreme hitte. Volgens de studie had een grootschalige toepassing van koele daken ongeveer 25 procent van die overlijdens kunnen voorkomen.
Gecombineerde strategieën — koele daken én meer groen — leveren eveneens aanzienlijke gezondheidsvoordelen op, doordat ze zowel overdag als ’s nachts verkoeling bieden.
België behoort tot de meest verstedelijkte landen van Europa, en door klimaatverandering zullen hittegolven in de toekomst frequenter en intenser worden. Dit onderzoek biedt beleidsmakers wetenschappelijk onderbouwde en concreet toepasbare inzichten om steden weerbaarder te maken tegen extreme hitte.
“De resultaten tonen aan dat relatief eenvoudige ingrepen aan bestaande gebouwen — zoals het verhogen van de reflectie van daken — een groot maatschappelijk rendement kunnen opleveren, zeker wanneer ze strategisch worden gecombineerd met groenbeleid,” besluit co-auteur Inne Vanderkelen (KU Leuven en Koninklijk Metereologisch Instituut).
maandag 2 februari 2026
'Nieuw kabinet moet Nederland van het stikstofslot afhalen'
Nederland zit al jaren muurvast door te veel stikstofuitstoot. Woningen kunnen nauwelijks worden gebouwd, de energietransitie stokt en boeren zitten in onzekerheid. De economische schade loopt intussen in de miljarden euro’s. Het volgende kabinet heeft de kans om dit probleem eindelijk op te lossen. Zodat de natuur verbetert, ondernemers kunnen vergroenen en uitbreiden en we het woningtekort kunnen oplossen.
Energie-Nederland spreek haar volle steun uit voor het plan Een stabiele route uit de stikstofcrisis van Bouwend Nederland, Natuur & Milieu, Natuurmonumenten en VNONCW en de onafhankelijke beoordeling van het plan op effectiviteit en kostenefficiëntie. Met integrale uitvoering van de dit plan lossen we het stikstofprobleem eindelijk op en komt de vergunningverlening weer op gang.
Het plan zorgt voor 40% emissiereductie in 2030 en 50% in 2035. Hiermee kunnen de huidige stikstofdoelen worden gehaald. Pas dan ziet ook de rechter weer ruimte voor nieuwe vergunningen zoals voor projecten voor de energietransitie, voor woningbouw en voor groei van bedrijven. Het plan biedt een einde aan de onzekerheid voor veel sectoren en er wordt budget uitgetrokken om boeren steun en perspectief te bieden. Het pakket vergt een investering van totaal € 19,7 miljard boven op de huidige begroting.
Investeren nu in natuurherstel en ruimte voor vergunningen voorkomt miljardenschade later
Nu aan de slag. De kosten van niets doen lopen op tot vele miljarden aan schade voor woningbouw, economie en natuur. De investering die je nu één keer doet om het stikstofprobleem op te lossen is bijna gelijk aan de kosten die je elk jaar maakt als je het niet doet. En er komt dan ook eindelijk weer perspectief voor vergunningen: voor woningbouwprojecten, de energietransitie, PAS-melders en interimmers, en verduurzaming van de industrie. De onzekerheid die alle sectoren al jaren in zijn greep houdt, komt dan eindelijk ten einde.



















