vrijdag 27 maart 2026

E-waste is een van de snelst groeiende afvalstromen ter wereld: PreZero zet in op hergebruik en recycling

Een gemiddeld Nederlands huishouden heeft tegenwoordig zo’n 140 elektrische apparaten in huis.¹ Al die apparaten worden ooit afgedankt. Alleen al in Nederland kwam in 2024 ruim 255 miljoen kilo elektronisch afval (e-waste) vrij.² Hiervan belandde naar schatting 26 miljoen kilo kleine apparaten alsnog in het restafval, waar het wordt verbrand in plaats van hergebruikt of gerecycled. Dat terwijl apparaten waardevolle en kritieke grondstoffen bevatten en vaak nog (deels) opnieuw te gebruiken zijn.

Die uitdaging is ook zichtbaar bij PreZero, waar het bedrijf op hun locatie in Winschoten jaarlijks grote hoeveelheden e-waste ontvangt. E-waste omvat vrijwel alle apparaten met een stekker of batterij: denk aan oude telefoons, kabels en laptops, maar ook aan wasmachines en koelkasten. PreZero heeft jarenlange kennis en ervaring met het testen en demonteren van e-waste. Van de binnengekomen apparaten is een deel nog prima geschikt voor hergebruik. Ook worden onderdelen uit e-waste gedemonteerd, zodat ze hergebruikt kunnen worden of een nieuw leven kunnen krijgen. Daarnaast levert e-waste waardevolle en kritieke grondstoffen op, zoals kobalt, iridium en goud.

Renzo Bouwzema, site manager van de PreZero-locatie in Winschoten: “Elektronica is in de basis een grondstoffenvoorraad. Te vaak wordt die voorraad te snel afgeschreven. Door eerst te testen en te kijken wat nog een tweede leven kan krijgen, blijft er meer waarde behouden en is er minder behoefte aan nieuwe grondstoffen. Dat is circulariteit in de praktijk.”

Tijdens de Week van de Circulaire Economie laat PreZero op de locatie in Winschoten zien hoe e-waste wordt getest, gesorteerd en gedemonteerd, en zo veel mogelijk wordt klaargemaakt voor hergebruik en recycling. Bij e-waste is recycling belangrijk, maar vaak pas de laatste stap. Bij PreZero begint het proces daarom met testen. Werkt een apparaat, of werken onderdelen van het apparaat, nog? Dan kan het worden hergebruikt, gerepareerd of ingezet voor remanufacturing, waarbij goede onderdelen worden gebruikt om een ander apparaat weer als nieuw te maken.

In Winschoten staat niet alleen techniek centraal, maar ook het menselijke verhaal. Via de E-waste Academy leidt PreZero mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt op tot specialist in het testen en demonteren van elektronica. Op de locatie worden ook praktijkdiploma’s en certificaten behaald, in samenwerking met regionale partners. Zo ontstaat een leer- en werkomgeving waarin vakmanschap wordt opgebouwd en de stap naar regulier werk binnen of buiten PreZero dichterbij komt. In de bijlage vind je een overzicht van de belangrijkste cijfers van de E-waste Academy.
Dennis van Klinken, regiodirecteur Noordoost bij PreZero: “De uitdagingen rond e-waste nemen de komende jaren toe. Nieuwe Europese wetgeving, zoals het Right to Repair, verplicht producenten steeds vaker om apparaten zo te ontwerpen dat ze makkelijker te repareren en demonteren zijn. Dat helpt ons om meer apparaten een tweede leven te geven. Tegelijk zien we meer batterijen in alledaagse producten, met extra risico’s bij inzameling en verwerking. Dat vraagt om samenwerking en bewustwording in de hele keten: van producent tot consument.”

De groei van e-waste is een uitdaging die niemand alleen oplost. PreZero laat in Winschoten zien dat door de combinatie van vakmanschap en innovatie e-waste geen eindstation hoeft te zijn. Hoe beter apparaten worden ingezameld, getest, gesorteerd en gedemonteerd, hoe meer grondstoffen behouden blijven. PreZero roept bedrijven in de hele keten van e-waste dan ook op om zoveel mogelijk samen te werken aan extra oplossingen. Van Klinken: “Met de groeiende stroom e-waste is dat extra belangrijk. De tijd om te handelen is nu.”

donderdag 26 maart 2026

Staat moet ook Bonaire beschermen tegen klimaatverandering

Inwoners van Bonaire vinden dat de Nederlandse overheid veel meer moet doen om het eiland te beschermen tegen klimaatverandering. Volgens hen blijven concrete maatregelen uit, terwijl de gevolgen nu al duidelijk merkbaar zijn.

Vooral boeren zien hun situatie verslechteren. Door extreme hitte en droogte mislukken oogsten, soms zelfs terwijl ze toekijken hoe hun gewassen afsterven. Dat maakt het steeds moeilijker om in hun levensonderhoud te voorzien.

Bewoners benadrukken dat Bonaire een bijzondere gemeente van Nederland is en dus recht heeft op dezelfde bescherming. Toch hebben zij het gevoel dat het eiland wordt vergeten, juist terwijl het extra kwetsbaar is voor klimaatverandering.

Samen met organisaties zoals Greenpeace eisen zij daarom dat de overheid snel met een duidelijk plan komt. Als dat uitblijft, sluiten ze juridische stappen niet uit.

De zorgen zijn groot, want zonder ingrijpen dreigen niet alleen landbouw en natuur schade te lijden, maar ook de leefbaarheid van het eiland zelf.  

woensdag 25 maart 2026

Triodos Bank: Steun voor duurzame transities neemt toe

Een ruime meerderheid van de Nederlanders steunt grote duurzame transities. Klimaatverandering wordt het vaakst genoemd als het grootste mondiale probleem. Dit blijkt uit onderzoek van Triodos Bank onder ruim 1.000 Nederlanders, uitgevoerd door Motivaction. De zorgen over klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en gewapende conflicten namen onder Nederlanders de afgelopen tien jaar sterk toe. 

Opvallend is dat, ondanks het brede draagvlak, de polarisatie rond met name klimaatverandering ook groeit: een kleine, maar groeiende groep Nederlanders erkent dit probleem juist niet als ernstig. Deze polarisatie vormt volgens de onderzoekers een mogelijke bedreiging voor breed gedragen transities, maar is met verstandig beleid ook op te lossen.

Triodos Bank verwerkte de bevindingen in haar deze week gepubliceerde outlook op de Nederlandse economie in 2026: ‘Transities organiseren in de polder’. In de outlook wijzen de onderzoekers erop dat polarisatie ervoor zorgt dat het niet goed lukt om beleid in te voeren om de grote problemen op te lossen. “Dat ondermijnt voortgang in transities”, zegt hoofdeconoom Hans Stegeman van Triodos Bank. “De oplossing daarvoor is breder draagvlak zoeken voor transities door ze vanaf het begin rechtvaardig te organiseren.”

Klimaatverandering wordt door Nederlanders het vaakst genoemd als grootste wereldwijde zorg; een kwart ziet dit als het belangrijkste probleem, tegenover 16% tien jaar geleden. Terwijl de meerderheid klimaatverandering steeds ernstiger vindt, groeit ook de kleine minderheid die het probleem niet erkent. Triodos-onderzoeker Ernst Hobma constateert dat steeds minder mensen een gematigde mening hebben. “We zien hier een steeds sterkere tegenstelling ontstaan tussen de uitersten met een krimpende groep in het midden.”

Die polarisatie zien de onderzoekers niet terug op het thema biodiversiteitsverlies. Waar in 2015 nog maar 17% van de ondervraagden biodiversiteitsverlies in Nederland als serieus probleem zag, geldt dit inmiddels voor 64%. De groep mensen die biodiversiteitsverlies helemaal niet serieus neemt, kromp van 36% naar 11%. Ernst Hobma: “Dit kan worden verklaard door de stikstofcrisis. Die is expliciet gelinkt aan het verlies van biodiversiteit. Het bewustzijn is hierdoor flink toegenomen. Tien jaar geleden had iets meer dan een derde van de mensen gehoord van het begrip biodiversiteitsverlies, nu is dat meer dan de helft.”

dinsdag 24 maart 2026

Circulaire verpakkingen steeds belangrijker voor frisdranken

Binnen de frisdrankensector groeit het belang van circulaire verpakkingen snel. Producenten zetten steeds vaker in op het gebruik van gerecyclede materialen, met name plastic, om hun impact op het milieu te verkleinen. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door hoge inzamelpercentages, waardoor er meer grondstoffen beschikbaar zijn voor hergebruik.  

De sector werkt actief aan het verminderen van het gebruik van nieuw (virgin) plastic. Door bestaande materialen opnieuw in te zetten, wordt de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen kleiner en neemt de hoeveelheid afval af.

Daarnaast speelt regelgeving en maatschappelijke druk een belangrijke rol. Overheden en consumenten verwachten steeds vaker dat verpakkingen duurzamer en beter recyclebaar zijn. Dit stimuleert producenten om te investeren in innovatieve verpakkingsoplossingen en circulaire systemen.

De overgang naar circulaire verpakkingen is daarmee niet alleen een milieumaatregel, maar ook een strategische keuze voor de toekomst van de sector. Bedrijven die hierin vooroplopen, kunnen beter inspelen op veranderende eisen vanuit de markt en regelgeving.

maandag 23 maart 2026

Wormen belangrijke bron van PFAS in particuliere eieren

In april 2025 concludeerde het RIVM dat in heel Nederland veel meer PFAS (Per- en polyfluoralkylstoffen) in particuliere eieren kan zitten dan in commerciële eieren. Nieuw RIVM-onderzoek bevestigt dat dit vooral komt door de wormen die kippen uit de bodem oppikken.  

Het RIVM onderzocht wat de bron is van PFAS(Per- en polyfluoralkylstoffen) in particuliere eieren. Particuliere eieren komen van kippen die als hobby worden gehouden. Bijvoorbeeld in tuinen, moestuinen, dierenweitjes en zorg- en kinderboerderijen. 

In de eieren van hobbykippen die buiten lopen is de grootste hoeveelheid PFAS gemeten. Het RIVM vond in wormen vaak veel en dezelfde PFAS als in de eieren. Daarom concludeert het RIVM dat wormen een belangrijke bron zijn van PFAS in particuliere eieren. Ook in andere bodemdieren zit veel PFAS. Waar de PFAS in de bodem vandaan komt is bij de locaties van de hobbykippen niet onderzocht.

Daarnaast kunnen water, grond, stro of zaagsel en hout van kippenhokken bijdragen aan de hoeveelheid PFAS in eieren, al is hierin veel minder PFAS gevonden dan in bodemdieren. 

Veel kippen leggen in de winter geen of minder eieren. De verwachting was dat daardoor de hoeveelheid PFAS in de eerste eieren na de winter beduidend hoger zou zijn. Dat blijkt niet het geval te zijn. Hoeveel PFAS gemeten wordt verschilt per locatie en kan elke dag anders zijn. Dit onderzoek heeft geen verklaring gevonden voor de verschillen. De uitkomst van een meting zegt daarom alleen iets over de eieren die op dat moment gemeten zijn.

In heel Nederland zit PFAS in het milieu. Dat komt  door uitstoot van industrie en via consumentenproducten. Eenmaal in het milieu, breekt PFAS vrijwel niet meer af. 

Mensen in Nederland krijgen zo via voedsel en drinkwater meer PFAS binnen dan de gezondheidskundige grenswaarde. PFAS in particuliere eieren kan zorgen voor een flinke extra blootstelling. 

vrijdag 20 maart 2026

Luchtkwaliteit Limburg verbetert

De luchtkwaliteit in Limburg is de afgelopen decennia duidelijk verbeterd. Metingen laten zien dat de concentraties van onder meer stikstofdioxide en fijnstof al jaren dalen. Limburg voldoet daarmee aan de huidige Europese normen voor luchtkwaliteit. Tegelijk laten nieuwe, strengere gezondheidsrichtlijnen zien dat verdere verbetering nodig blijft.

Dat blijkt uit de jaarrapportage over de luchtkwaliteit in Limburg tot en met 2025. De provincie laat al meer dan veertig jaar de luchtkwaliteit meten via een netwerk van meetstations verspreid over de provincie.

Gedeputeerde Marc van Caldenberg benadrukt dat de cijfers laten zien dat het beleid effect heeft, maar dat er nog werk te doen is. “De lucht in Limburg is de afgelopen jaren duidelijk schoner geworden. Dat is goed nieuws voor de gezondheid van onze inwoners. Tegelijk laten nieuwe gezondheidsrichtlijnen zien dat we er nog niet zijn. We blijven daarom investeren in maatregelen en kennis om de luchtkwaliteit verder te verbeteren.”

Uit de metingen blijkt dat vooral verkeer, landbouw, industrie, houtstook en vervuiling uit het buitenland invloed hebben op de luchtkwaliteit. Ondanks de positieve ontwikkeling blijft het verminderen van fijnstof en stikstofdioxide een belangrijk aandachtspunt.

Volgens Van Caldenberg vraagt dit om een gezamenlijke aanpak. “Schonere lucht bereik je niet alleen. We werken samen met gemeenten, het Rijk, bedrijven en inwoners om de luchtkwaliteit verder te verbeteren. Iedere stap telt.”

De provincie Limburg blijft daarom investeren in een uitgebreid meetnet en in onderzoek naar nieuwe vormen van luchtvervuiling, zoals ultrafijnstof en zeer zorgwekkende stoffen. De komende jaren wordt ook gewerkt aan maatregelen die bijdragen aan een gezonde leefomgeving.

donderdag 19 maart 2026

Robot met dolfijnvorm moet olie uit zee verwijderen

Onderzoekers werken aan een nieuwe robot die bij olievervuiling kan helpen door zelf actief naar gemorste olie te gaan en die op te ruimen. In tegenstelling tot bestaande systemen – die vaak stilstaan en wachten tot olie naar ze toe drijft – kan deze robot rondvaren en olie opsporen om het direct op te vangen. 

Het apparaat, geïnspireerd op de vorm van een dolfijn, is ontworpen om over het wateroppervlak te bewegen en olie op te zuigen. Het idee is dat het sneller en efficiënter olie kan verzamelen dan traditionele methoden, die afhankelijk zijn van stroming en wind om de olie in de buurt van opvangsystemen te brengen.  

Door zelf naar vervuilde plekken toe te gaan kan deze robot mogelijk een waardevol hulpmiddel worden bij het bestrijden van olierampen op zee, waardoor de schade aan het milieu beter kan worden beperkt.  

maandag 16 maart 2026

Aanvullende informatie nodig voor besluiten over Groen staal Tata Steel

Voor het project Groen staal-Heracless van Tata Steel is er nog onvoldoende informatie opgenomen in het Milieueffectrapport (MER), het verzoek voor een projectbesluit en de eerste vergunningaanvraag voor voorbereidende werkzaamheden.

De provincie en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied hebben deze informatie nodig om het MER, de vergunningaanvragen en het verzoek voor het projectbesluit Groen staal-Heracless te kunnen beoordelen. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, die is gemandateerd door het bevoegd gezag van de provincie Noord-Holland, vraagt aan Tata Steel om de aanvullende informatie aan te leveren. Dit is ook te lezen in de brief aan Provinciale Staten. 

De inschatting van Tata Steel is dat zij negen maanden nodig hebben voor de aanvullingen. Dit betekent dat het ontwerpprojectbesluit en de eerste ontwerp vergunning voor Groen staal niet eerder dan het eerste kwartaal van 2027 ter inzage zullen worden gelegd. Volgens de kwartaalplanning ligt op dat moment ook het aangevulde MER bij de ontwerpbesluiten ter inzage. Iedereen kan dan een zienswijze op de ontwerpprojectbesluit indienen. 

Het MER en de vergunningen zijn onderdeel van het projectbesluit dat de provincie Noord-Holland moet nemen over de Groen staal-plannen van Tata Steel. In juni vorig jaar heeft Tata Steel een MER en in september een gecorrigeerde MER bij de provincie ingediend. De Commissie voor de milieueffectrapportage adviseert de provincie in het MER. De commissie signaleert dat er op onderdelen meer informatie nodig is en adviseert niet alleen de effecten van Groen staal-Heracless, maar ook de milieumaatregelen, die in de Intentieovereenkomst met het Rijk en de provincie zijn opgenomen in beeld te brengen zoals de effecten van het overkappen van grondstofopslagen. 

Verzekering tegen klimaatrisico’s in de hoorn van Afrika werkt

In landen als Kenia, Ethiopië en Somalië leidt steeds vaker voorkomende en heftige droogte tot risicovolle migratie van grote groepen mensen en daarmee ook tot conflicten in de regio. Sinds tien jaar werkt een conglomeraat van onderzoekers, banken en verzekeraars echter aan een verzekering tegen dergelijke risico’s als gevolg van klimaatverandering. Uit de evaluatie van dit project door onder andere Karlijn Morsink van de Utrecht University School of Economics (U.S.E) blijkt nu dat het effect heeft. Meer dan 3,2 miljoen herders zijn nu beschermd door deze verzekering. Daardoor passen huishoudens hun productiestrategie aan, is er minder conflict over hulpbronnen, en gaan er meer kinderen naar school, waardoor nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden ontstaan.

Doordat er een verzekering is tegen klimaatrisico's, gaan mensen andere investeringen doen, zegt Karlijn Morsink, hoofdonderzoeker. Ze doen investeringen die meer productiviteit opleveren omdat ze nu beschermd zijn tegen risico’s. Ze gaan diversifiëren; dus naast veehouderij ook investeren in landbouw bijvoorbeeld.

Toegenomen opleidingsniveau leidt tot kansen op andere banen
Een ander heel belangrijk effect, is dat ze gaan investeren in hun kinderen. Die worden steeds minder vaak als arbeidskracht ingezet en steeds meer kinderen gaan fulltime naar school. Dat leidt er tien jaar na de introductie van dit programma dus toe dat het opleidingsniveau ontzettend is toegenomen. De kinderen krijgen daardoor ook kansen op andere banen, en dat is een enorme verandering. Human capital is de belangrijkste asset die er is. Dit heeft echt impact op hun leven.

Morsink wijst erop hoe belangrijk dat is. De populatie in ‘de hoorn van Afrika’ (waar de drie landen uit het onderzoek toe behoren) is niet alleen een van de armste bevolkingen van de wereld, maar zij verzorgen met hun veehouderij ook voor een belangrijk deel de voedselvoorziening voor een groot deel van Afrika, in de vorm van vlees (proteïnes). Omdat zij de allerarmste populatie zijn, maken zij ook een groot deel uit van de migratiedruk op Europa uit deze regio van Afrika.

Als er droogte is, moeten herders verder migreren om voldoende voedsel voor hun dieren (kamelen, koeien, geiten en schapen) te vinden. Dat leidt ertoe dat ze in gebieden van andere herders komen, en het risico op conflicten groter is. Door uitbetaling van de verzekering tegen klimaatrisico’s zoals extreme droogte, kunnen de herders voedsel en water kopen voor hun dieren. Ze hoeven niet meer zo’n verre migratie te maken, en daardoor neemt de kans op conflicten (en daardoor: verlies van zowel het leven van dieren als mensenlevens) af. 

Maar ook als er goede seizoenen zijn, zien de onderzoekers in de seizoenen daarna meer conflicten ontstaan. Door een goed seizoen zijn de dieren gezond, veel waard – en daardoor interessanter om te stelen. Conflicten ontstaan dus ook op het moment dat mensen zich juist minder druk hoeven te maken over overleven. 

Naast de evaluatie van het verzekeringsprogramma, gaat het onderzoeksteam onder leiding van Karlijn Morsink verder met onderzoek, bijvoorbeeld naar het verbeteren van de publiek-private samenwerking in een dergelijk innovatief en effectief financieel product als deze verzekering, maar ook naar de mogelijke aanpak van de relatie tussen overvloed en schaarste van hulpbronnen en conflicten.

Conflict, dat klinkt heel abstract, zegt Morsink. Maar ik krijg natuurlijk uit eerste hand al verhalen te horen over wat dat voor mensen betekent: het verlies van dierbaren, vrouwen die verkracht worden. Verschrikkelijke verhalen…. Als je dan aan een programma werkt dat die conflicten vermindert, dan is dat heel mooi. 

Maar dat juist tijdens periodes van overvloed van hulpbronnen de kans op conflict het hoogst is, daar hebben we nog geen oplossing voor. 

We zijn nu een soort leerprogramma aan het ontwikkelen voor jongeren, met name jongere mannen, die vaak betrokken zijn bij conflicten. Daarin gaan zij nieuwe vaardigheden leren, bijvoorbeeld om iets te ondernemen naast de veehouderij. Zodat zij niet meer uit ‘pure armoede en gebrek aan alternatieven’ overgaan tot het stelen van dieren.

vrijdag 13 maart 2026

Provincie Fryslân lanceert plan van aanpak voor stikstofreductie en natuurherstel

Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân heeft het concept beleidsstuk voor de Friese Aanpak Stikstofreductie & Natuurherstel vastgesteld. Daarmee is de provincie een traject gestart om te komen tot een gedragen en uitvoerbare aanpak voor stikstofreductie en natuurherstel in Fryslân. Belangrijke doelen zijn het weer mogelijk maken van vergunningverlening in alle sectoren en het realiseren van natuurherstel. De eerste bespreking in Provinciale Staten is op 15 april 2026. Daarna start een participatietraject waarin met overheden en relevante stakeholders verder wordt gewerkt aan de Friese aanpak.

Gedeputeerde Abel Kooistra: “Via innovatieve maatregelen, doelsturing, meten en monitoren en vrijwilligheid tot 2035, is mijn overtuiging dat de Friese aanpak samen met de sectoren gaat werken. Hierbij wachten we niet af. Wat nu opgepakt en verzilverd kan worden, gebeurt ook zodat vergunningverlening zo snel mogelijk op gang komt. De legalisatie van PAS-melders en interimmers heeft daarbij onze hoogste prioriteit. Zij verdienen als eerste een oplossing”. 

Gedeputeerde Matthijs de Vries: “Ons doel is om de natuur te herstellen, natuurbeheer te versterken en Fryslân van het stikstofslot te halen. Het plan van aanpak geeft richting en structuur en is een startpunt voor een gebiedsgerichte aanpak. We zetten actief in op participatie en samenwerking. Wij zijn tevreden met de reacties en betrokkenheid uit de eerste thematafels en geven dit graag een vervolg in de komende periode”. 

De Friese Aanpak zal het eerdere provinciale Uitvoeringsprogramma Stikstof Fryslân 2035 (UPS) vervangen op basis van nieuwe uitgangspunten. In de aanpak krijgen elementen uit de opzet van het Fries Programma Landelijk Gebied (FPLG) opnieuw een plek en wordt waar mogelijk aangesloten op bestaande opgaven en werkwijzen. 

donderdag 12 maart 2026

Stijging uitstoot broeikasgassen in 2025

In 2025 was de uitstoot van broeikasgassen 0,8 procent hoger dan in 2024. Dat komt vooral doordat de elektriciteitssector 22 procent meer heeft uitgestoten. De industrie en mobiliteitssector hebben in 2025 echter ruim 4 procent minder broeikasgassen uitgestoten dan in 2024. Dit melden het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en RIVM/Emissieregistratie op basis van de voorlopige kwartaalcijfers over de broeikasgassenuitstoot conform de richtlijnen van het IPCC.

Vorig jaar was de uitstoot van broeikasgassen 36 procent lager dan in 1990. De Klimaatwet stelt dat in 2030 de broeikasgasuitstoot 55 procent lager moet zijn dan in 1990. Dat komt neer op een daling van 125 megaton CO2-equivalent. Tussen 1990 en 2024 daalden de emissies met gemiddeld 2,4 megaton per jaar. In 2025 was de uitstoot 1,2 megaton hoger dan in 2024. Om het doel van de klimaatwet te halen, moeten de emissies de komende vijf jaar met gemiddeld 8,7 megaton per jaar dalen.

In 2025 heeft de elektriciteitssector 22 procent meer broeikasgassen uitgestoten dan in 2024. De productie van elektriciteit was hoger. Dat komt door meer vraag uit het buitenland, vooral uit Duitsland en België. De toename van de Nederlandse elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen was niet voldoende om hieraan te voldoen, waardoor er ook meer elektriciteit uit kolen (+25 procent) en aardgas (+11 procent) is geproduceerd. Om het indicatieve restemissiedoel van de sector te halen, zou de uitstoot van de elektriciteitssector tussen 2025 en 2030 moeten halveren.

De industrie stootte 4,5 procent minder broeikasgassen uit in 2025 dan een jaar eerder. Dit hangt samen met minder verbruik van aardgas en olierestgas, vooral in de chemie. Een daling van de uitstoot van de industrie met een derde is nodig om het indicatieve sectordoel van 2030 te halen.

De uitstoot in 2025 van de mobiliteitssector was 4 procent lager dan in 2024. Dat komt onder meer door de toename van elektrische personenauto’s en een afname van het aantal benzine- en dieselauto’s. Om het indicatieve sectordoel voor 2030 te halen, is een daling van de uitstoot van een kwart vereist.

Het CBS berekent ook de uitstoot van CO2 door alle Nederlandse economische activiteiten volgens de nationale rekeningen. Hierbij wordt in vergelijking met de uitstoot volgens de IPCC-definities de CO2-uitstoot van de internationale lucht- en zeevaart en de uitstoot door verbranding uit biomassa door personen en bedrijven behorend tot de Nederlandse economie meegenomen, maar de uitstoot door landgebruik niet. In het bericht hieronder worden de CO2-emissies conform de berekeningswijze van de nationale rekeningen gepresenteerd.

In 2025 lag de CO2-uitstoot door alle Nederlandse economische activiteiten 0,8 procent hoger dan in 2024. Het bruto binnenlands product (bbp) groeide vorig jaar met 1,9 procent. Het was in 2025 kouder dan in 2024. Gecorrigeerd voor het weerseffect bleef de uitstoot vrijwel gelijk aan die in 2024.

De hogere uitstoot van de Nederlandse economie hangt vooral samen met een toename van het verbruik van steenkool en aardgas door energiebedrijven. Het cluster energie- en waterbedrijven en afvalbeheer stootte hierdoor bijna 12 procent meer CO2 uit. De toegevoegde waarde (het verschil tussen productie en verbruik van energie, materialen en diensten) was bijna 3 procent hoger.

In 2025 stootte de transportsector bijna 3 procent meer CO2 uit. Dit komt door een hoger brandstofgebruik bij de zeevaart en luchtvaart, sectoren die niet worden meegenomen in de IPCC-berekening voor Nederland. De toegevoegde waarde van de transportsector was bijna 2 procent hoger.

In de overige sectoren waren de emissies lager. De afname in het cluster delfstoffenwinning, industrie en bouwnijverheid komt vooral doordat er minder aardgas is verbruikt in de chemische en aardolie-industrie. Ook bij huishoudens en de overige dienstverlening namen de emissies af. Dat is vooral toe te schrijven aan een lager dieselverbruik, onder andere door een afname van het aantal dieselauto’s. De daling ging samen met een stijging van de toegevoegde waarde van het cluster landbouw, delfstoffenwinning, industrie en bouwnijverheid en van de dienstensector.


woensdag 11 maart 2026

Nieuwe Klimaatcrisis-Index: bedrijven en kabinet moeten aan de slag

De Klimaatcrisis-Index laat zien dat 28 grote vervuilers nog steeds geen goed klimaatplan hebben en daarmee blijven bijdragen aan gevaarlijke klimaatverandering. Terwijl sommige bedrijven wel belangrijke stappen vooruit zetten, blijven anderen flink achter. De resultaten vragen om actie van kabinet Jetten, zegt Milieudefensie.

Nog steeds hebben geen van de 28 bedrijven een klimaatplan dat voldoet aan het Klimaatakkoord van Parijs. En dat terwijl de klimaatcrisis steeds ernstiger wordt. Alhoewel geen van de 28 bedrijven voldoende scoort, zetten 7 bedrijven, waaronder Vattenfall en BAM, wel stappen in de goede richting. 7 anderen, waaronder Exxonmobil, Vitol en Vion scoren 'zeer slecht'.

Om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C moeten bedrijven in hun klimaatplan laten zien hoe zij hun CO₂-uitstoot uiterlijk in 2030 met 48 procent verminderen.

Veel bedrijven zeggen dat ze in 2050 klimaatneutraal willen zijn, maar laten niet zien hoe ze dat willen bereiken. De rechter maakte in de recente rechtszaak van Greenpeace over Bonaire al duidelijk dat vage beloftes niet genoeg zijn. Wie vervuilt, moet kunnen laten zien hoe de uitstoot stap voor stap omlaag gaat, met concrete tussendoelen voor 2030, 2035 en 2040.

Van de 28 onderzochte bedrijven scoren BAM, ABP en AkzoNobel wel goed op het doel om in 2030 hun uitstoot met 48% te verminderen. Vattenfall valt op met het doel om de uitstoot in 2040 naar netto 0 te brengen. 

dinsdag 10 maart 2026

Attero rondt ontwerp nieuwe nascheidingsinstallatie af

Afval- en recyclingbedrijf Attero heeft het ontwerp afgerond voor een nieuwe, geavanceerde nascheidingsinstallatie op haar locatie in Moerdijk. De installatie is gebaseerd op een innovatief concept en zal ongekend hoge scheidingsrendementen en materiaalkwaliteiten realiseren. Daarmee zet Attero een belangrijke stap in de verdere verduurzaming van de verwerking van huishoudelijk restafval.

Attero opereert al sinds 2010 een nascheidingsinstallatie in Wijster waar onder andere het restafval van de gemeente Eindhoven wordt nagescheiden. Vorig jaar is in Wijster een nieuwe lijn in gebruik genomen waarmee de recyclingresultaten wederom verbeterd worden. Met de nieuwe nascheidingsinstallatie in Moerdijk komt Attero tegemoet aan de langgekoesterde wens van verschillende Brabantse gemeenten om ook nascheidingscapaciteit in eigen provincie te realiseren. Dankzij deze nieuwe installatie is er ruim voldoende nascheidingscapaciteit om het restafval van nascheidende gemeenten uit Zuid-Nederland te verwerken. De ontwikkeling van deze nieuwe nascheidingscapaciteit is de afgelopen jaren meermalen aangekondigd tijdens marktconsultaties en in gesprekken met gemeenten.

De nieuwe nascheidingsinstallatie is ontworpen om een maximale hoeveelheid waardevolle grondstoffen uit restafval terug te winnen. De planning is erop gericht de installatie in 2028 in gebruik te nemen.

Volgens Attero’s CEO Paul Ganzeboom sluit de ontwikkeling naadloos aan bij de ambities van het bedrijf: “Dit past geheel bij onze missie om zoveel mogelijk grondstoffen en hernieuwbare energie uit afval te halen om daarmee onze bijdrage te leveren aan het tegengaan van grondstoffenschaarste en klimaatverandering.”

De locatie in Moerdijk onderscheidt zich daarnaast door vergaande plannen voor grootschalige CO2-afvang. In combinatie met de nieuwe nascheidingsinstallatie zal dit ervoor zorgen dat de locatie uitgroeit tot de meest duurzame locatie voor restafvalverwerking van Nederland.

maandag 9 maart 2026

Verpact roept scholen op tot actie tijdens Scholendag van Landelijke Opschoondag

Tijdens Scholendag op woensdag 18 maart worden leerlingen in heel Nederland aangemoedigd om hun directe schoolomgeving op te ruimen. De Scholendag valt elk jaar op de woensdag voorafgaand aan de Landelijke Opschoondag van Verpact, die op zaterdag 21 maart plaatsvindt. Dit jaar krijgt Scholendag extra betekenis, omdat 18 maart ook samenvalt met de Internationale Dag van het Recyclen. 

Hierdoor sluit de dag goed aan bij de bredere boodschap om leerlingen bewust te maken van afvalscheiding, hergebruik en het belang van een schone leefomgeving. Verpact stimuleert scholen en BSO’s dit jaar opnieuw om hun initiatief te registreren via www.landelijkeopschoondag.nl. Door een actie aan te melden, maken scholen kans op een exclusieve workshop van plogger Paul Waye.

Tijdens deze interactieve sessie leren leerlingen op een toegankelijke manier over het ontstaan van zwerfafval, de invloed ervan op de leefomgeving en hoe zij zelf met kleine handelingen verschil kunnen maken. Paul gaat samen met de leerlingen op pad om afval te verzamelen en laat daarbij zien dat opruimen niet alleen zinvol, maar ook leuk en verbindend is. Om hiervoor in aanmerking te komen moeten scholen en BSO's hun initiatief aanmelden via www.landelijkeopschoondag.nl en mailen naar info@verpact.nl.

“We willen dat kinderen begrijpen dat ze een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan hun eigen leefomgeving door bewust met afval om te gaan. En waar kan dat beter dan op school? En wat je op school leert, werkt door in buurten en gezinnen. Daarom is het zo ontzettend mooi dat zo veel scholen meedoen aan de Scholendag van de Landelijke Opschoondag. Zo laten we zien dat kleine acties een groot verschil kunnen maken.” aldus Hester Klein Lankhorst, CEO Verpact.

vrijdag 6 maart 2026

PolyBiotic Solutions haalt financiering op voor doorbraak in afbreekbaar plastic

Betaalbaar bioplastic dat zichzelf afbreekt zodra het in de natuur terechtkomt. Dat is geen toekomstmuziek meer. Het in Eindhoven gevestigde PolyBiotic Solutions heeft een investeringsronde van 500.000 euro succesvol afgerond om deze gepatenteerde technologie op te schalen en klaar te maken voor toepassing.

De investering is gedaan door een consortium van partijen met aanvullende expertises. Value Factory Ventures (NL, Ridderkerk) en Rodenburg Biopolymers (NL, Oosterhout NB) treden toe als nieuwe aandeelhouders. Bestaande aandeelhouders PJ Milieu (NL, Nijkerk) en MGS (UK, Bury-St-Edmonds) investeren opnieuw en blijven nauw betrokken.

PolyBiotic Solutions ontwikkelt een nieuwe soort bioplastic dat een fundamenteel ander antwoord geeft op het probleem van plasticvervuiling. In het materiaal zit een mengsel van microben (verschillende stammen van bacteriën)  verwerkt die het plastic afbreken na gebruik. Het materiaal is net zo sterk en betrouwbaar als conventioneel plastic. Zodra deze vorm van bioplastic in de natuur belandt, bijvoorbeeld in de bodem of in water, worden de microben actief en breken zij het materiaal af tot onschadelijke natuurlijke stoffen, zoals mineralen, water en CO₂.  Door het toepassen van deze nieuwe bioplastics worden milieu-vervuilende microplastics voorkomen.

Waar veel biologisch afbreekbare plastics alleen onder industriële composteercondities afbreken, is de technologie van PolyBiotic Solutions juist ontwikkeld om ook onder natuurlijke omstandigheden gecontroleerd af te breken.

Polybiotic Solutions bevindt zich in de fase waarin wordt opgeschaald van ontwikkeling naar praktische toepassingen. Met de toetreding van nieuwe aandeelhouders verwacht het bedrijf deze stap aanzienlijk te versnellen, met een duidelijke focus op sectoren waar al veel (bio-)plastic wordt gebruikt, of gebruikt kan gaan worden op korte termijn, zoals geotechnologie, bouw en non-food verpakkingen.

Value Factory Ventures ondersteunt als strategisch investeerder bij opschaling, strategie en marktintroductie.“Wij investeren in technologieën die echte klimaatimpact maken,” zegt Jacco Zuijdweg van Value Factory. “De oplossing van PolyBiotic Solutions is technisch vernieuwend en direct toepasbaar in sectoren geotechnologie,  landbouw en non-foodverpakkingen, waar de plasticvoetafdruk groot is. Dit kan écht een game-changer zijn.”

Rodenburg Biopolymers brengt industriële en operationele expertise in en zal actief ondersteunen bij de opschaling van productie en de verkoop en toepassing binnen bestaande productieketens. “Wat ons aanspreekt is dat deze technologie niet losstaat van de industrie, maar juist aansluit op bestaande productieprocessen,” zegt Thijs Rodenburg van Rodenburg Biopolymers. “Dat maakt het mogelijk om deze innovatie sneller en op grotere schaal toe te passen.”

Met het oog op de volgende groeifase is Machiel Resink benoemd tot nieuwe CEO van PolyBiotic Solutions. Samen met de oprichter vormt hij het managementteam.

Ray Tiemessen heeft zijn operationele rol neergelegd, maar blijft betrokken als aandeelhouder en strategisch adviseur. “Vanaf het begin was het doel om plastic te ontwikkelen dat niet blijft rondzwerven in het milieu,” zegt Ray, oprichter van PolyBiotic Solutions. “Met deze investering en dit team is het bedrijf klaar om de stap te maken van belofte naar praktijk.”

donderdag 5 maart 2026

Luchtkwaliteit in Zeeland voldoet aan de EU-grenswaarden

De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging in Zeeland zijn scheepvaart en industrie. De luchtkwaliteit in Zeeland voldoet aan de EU-grenswaarden. Dat blijkt uit onderzoek dat GGD Zeeland heeft gedaan in opdracht van Provincie Zeeland en gemeente Terneuzen.

“Zelfs bij lage blootstelling aan luchtvervuilende stoffen zoals fijnstof ontstaan al gezondheidseffecten”, concludeert Yvonne Bosch, onderzoeker en adviseur Milieu & Gezondheid bij GGD Zeeland. In haar onderzoek naar luchtkwaliteit en gezondheid in Zeeland benadrukt zij dat blijvende én extra inzet nodig is om de Zeeuwse lucht schoon te houden – en te verbeteren. 

Gedeputeerde Daniëlle de Clerck: "De luchtkwaliteit is de afgelopen jaren al verbeterd en voldoet aan de EU grenswaarden. In Zeeland is de kwaliteit gemiddeld gunstiger dan in grote delen van Nederland. Als Provincie werken we al aan de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord. Maar dit rapport maakt wel duidelijk dat dit onderwerp hoog op de agenda moet blijven staan. En het maakt goed inzichtelijk wat overheden, maar ook inwoners zelf, kunnen doen."

woensdag 4 maart 2026

Gemeenteraad stemt in: Utrecht wordt aandeelhouder van HVC

De gemeente Utrecht wordt aandeelhouder van het publieke energie- en afvalbedrijf HVC. De gemeenteraad stemde daar vanavond mee in. Met dit besluit kiest Utrecht voor een publiek warmtebedrijf om de stad sneller, betaalbaar en betrouwbaar aardgasvrij te maken.

Door toe te treden tot HVC krijgt Utrecht direct invloed op de ontwikkeling van warmtenetten, de inzet van duurzame warmtebronnen en de betaalbaarheid voor inwoners. HVC is volledig publiek eigendom en keert geen dividend uit aan aandeelhouders. In plaats daarvan wordt de winst opnieuw geïnvesteerd in nieuwe activiteiten die ten goede komen aan de deelnemende overheden.

Voor inwoners verandert er op korte termijn niets aan hun warmtevoorziening. De komende periode richt HVC zich in Utrecht eerst op warmtenetten voor nieuwbouwprojecten. Daarna volgt uitbreiding naar bestaande wijken. Op de langere termijn levert dit de stad een constant, duurzaam en betaalbaar warmtenet op, waarin publieke belangen vooropstaan. Door publieke regie kan Utrecht sturen op betrouwbaarheid, betaalbaarheid en een geleidelijke overstap per wijk, met oog voor bewoners en ondernemers.

Met het aandeelhouderschap komt ook de verwerking van Utrechts restafval en gft-afval in publieke handen. Bewoners blijven hun afval op dezelfde manier aanbieden. De inzameling van afval is in handen van de gemeente Utrecht zelf en dat zal zo blijven. HVC is ook een afvalverwerkingsbedrijf en werkt aan het verder verduurzamen van afvalverwerking. De gemeente krijgt achter de schermen meer invloed op verduurzaming en kostenbeheersing in de afvalketen.  

Utrecht wil uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn, zoals afgesproken in het landelijke Klimaatakkoord. Dat is nodig om klimaatverandering tegen te gaan en de uitstoot van CO2 sterk te verminderen. De keuze voor een publiek warmtebedrijf past bij de nieuwe Wet collectieve warmte, die bepaalt dat warmtenetten grotendeels in publieke handen moeten zijn en betaalbaar moeten blijven voor inwoners.  

HVC werkt samen met haar aandeelhouders in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Friesland en Utrecht aan de ontwikkeling van een circulaire economie en de energietransitie. Met dit raadsbesluit zet de stad Utrecht de stap om zich daarbij aan te sluiten als nieuwe aandeelhouder. HVC heeft veel ervaring met de aanleg en exploitatie van warmtesystemen en met het verduurzamen van afvalverwerking. Door aan te sluiten bij een bestaande publieke partij kan Utrecht sneller vooruitgang boeken dan wanneer er een volledig nieuw gemeentelijk warmtebedrijf zou worden opgericht.

dinsdag 3 maart 2026

Peru sluit iconisch strand vanwege enorme afvalberg

In Lima, de hoofdstad van Peru, hebben de autoriteiten besloten om één van de meest bezochte stranden tijdelijk te sluiten.  

Beachgangers laten elk weekend enorme hoeveelheden afval achter, waardoor het zand onbruikbaar is geworden. Ongeveer 20 ton vuilnis per week wordt verzameld langs het stuk kust. Tot wel 70.000 mensen bezoeken het strand elk weekend tijdens het zomerseizoen van december tot maart.  

Volgens de burgemeester van het Chorrillos-district, Richard Cortez, moet de eenmalige sluiting bezoekers bewust maken van de vervuiling die ze zelf veroorzaken. Het strand wordt gesloten om schoonmaakploegen de kans te geven het gebied grondig schoon te maken.  

maandag 2 maart 2026

Synthesizer is gemaakt van elektronisch afval

Een creatieve en duurzame twist op muziekinstrumenten: een unieke synthesizer is gebouwd uit elektronisch afval en haalt daarmee zowel visuele aandacht als een boodschap voor hergebruik.  

De instrumentenmakers van de groep The Avalanches uit Australië zijn vooral bekend om hun gebruik van samples en nostalgische geluiden, maar ze hebben nu ook een bijzonder apparaat laten maken dat volledig past bij hun esthetiek.  

Deze synthesizer, uitgevoerd in een retrostijl en opvallend oranje gekleurd, is voor ongeveer 80 % opgebouwd uit onderdelen van oude mobiele telefoons, gameconsoles, kabels en andere elektronica die anders op de afvalberg waren beland. 

Het project maakt deel uit van een bewustwordingscampagne rond e-waste, geïnitieerd door een Australische mobiele provider die wil laten zien hoeveel waardevolle materialen er in afgedankte elektronica zitten en hoe belangrijk recycling en hergebruik zijn.  

In Australië vormt elektronisch afval een groeiend probleem; er wordt verwacht dat er in 2030 honderden duizenden tonnen aan e-waste zal zijn. Het initiatief benadrukt dat onderdelen zoals metalen in smartphones prima hergebruikt kunnen worden in nieuwe producten.  

Lab wil al het Amerikaanse kernafval binnen 30 jaar opruimen

Het Amerikaanse onderzoekslaboratorium Jefferson Lab werkt aan een techniek die de langlevende radioactiviteit van kernafval drastisch kan verkorten — van tientallen duizenden jaren tot slechts honderden jaren — én tegelijkertijd elektriciteit kan opwekken.  

De VS-bestuur geeft ongeveer 8 miljoen dollar subsidie aan twee onderzoeksprojecten rond zogenoemde accelerator-driven systems (ADS). Daarbij worden protonen met enorme snelheid op een vloeibaar metaaldoel (zoals kwik) geschoten, waardoor neutronen vrijkomen. Die neutronen worden vervolgens ingezet om radioactieve materialen in het afval zodanig te raken dat ze sneller onschadelijk worden gemaakt.  

In de huidige aanpak moet kernafval tot ongeveer 100.000 jaar veilig worden opgeslagen voordat de radioactiviteit is afgenomen. Het ADS-proces zou die tijd kunnen terugbrengen tot ongeveer 300 jaar, wat het afval veel minder lang gevaarlijk maakt.  

Een ander voordeel van deze techniek is dat het niet alleen afval neutraliseert, maar ook energie produceert tijdens het transformatieproces.  

Jefferson Lab werkt samen met commerciële partners om de technologie uiteindelijk op industriële schaal te kunnen toepassen. Hun ambitie is groot: binnen 30 jaar al het Amerikaanse kernafval te verwerken met behulp van ADS.