donderdag 11 juni 2026
SolarDew haalt €800K aan financiering op voor opschaling van waterzuiveringstechnologie op zonne-energie
Schaarste aan schoon drinkwater is een groeiend mondiaal probleem, met name in plattelandsgebieden, waar 80 procent van de bevolking geen toegang heeft tot veilig drinkwater (CFR). Daarnaast raken waterbronnen steeds zouter en meer vervuild. “Onze marktprognoses laten zien dat er in 2030 naar verwachting meer dan 100 miljoen mensen behoefte hebben aan een alternatieve bron voor schoon drinkwater,” aldus Alexander van der Kleij, CEO van SolarDew.
Huidige oplossingen, zoals het kopen van flessenwater of het transporteren van water over lange afstanden, bieden onvoldoende perspectief voor de lange termijn. Bovendien zijn huidige waterzuivering- en ontziltingtechnologieën vaak gericht op grootschalige toepassing en complex in gebruik en onderhoudsgevoelig. Hierdoor zijn ze minder geschikt voor kleinere gemeenschappen, scholen, medische klinieken en bedrijven in afgelegen, kust- en droge gebieden (JPHE).
Het Nederlandse SolarDew ontwikkelt een waterzuiveringstechnologie die op basis van verdamping en condensatie, zee- of brak water, via een membraan zuivert en op veilige wijze hoogwaardig drinkwater produceert. Doordat de technologie uitsluitend op thermische zonne-energie en zwaartekracht werkt, is het een zeer eenvoudige oplossing zonder dat er hoge druk, elektriciteit of chemicaliën aan te pas komen. Bovendien vergen de waterstations weinig onderhoud. Afhankelijk van de zoninstraling kan een station met ongeveer 32 units circa 100 liter schoon drinkwater per dag produceren.
Na succesvolle pilots maakte SolarDew het afgelopen jaar de stap van ontwikkelingsfase naar industriële productie van 150 units en is er een toeleveringsketen opgezet met Europese fabrikanten. Daarnaast werd een patent verkregen in Nederland, met Europese en internationale patenten die tegen het einde van het jaar worden verwacht.
De eerste twee projecten zijn inmiddels gerealiseerd. Eén in Chili, in samenwerking met een lokale ondernemer in hydrocultuur (het kweken van planten in water), en één in Griekenland met de Technische Universiteit van Kreta. Daarnaast heeft SolarDew in deze landen sterke samenwerkingen met lokale bedrijven opgezet met het oog op verdere opschaling. Ditzelfde geldt voor Kenia na een succesvolle roadshow. SolarDew streeft ernaar om voor het einde van 2026 de volgende commerciële projecten te installeren.
“We hebben het afgelopen jaar een sterke basis gelegd met schaalbare technologie, sterke partnerschappen en de eerste projecten die de noodzaak van onze oplossing onderstrepen. Ons doel is om nu verder op te schalen en blijvende impact te creëren door schoon drinkwater te leveren aan communities en bedrijven wereldwijd en zo bij te dragen aan betere levensomstandigheden en economische groei,” aldus Van der Kleij, CEO van SolarDew.
Om de ambitieuze plannen uit te voeren heeft SolarDew 800.000 euro aan financiering opgehaald bij onder meer Connect the Drops, een Nederlands investeerder in early stage startups in de water sector, en bij Oost NL, de regionale ontwikkelingsmaatschappij van Gelderland en Overijsel die voor een tweede maal investeert.
woensdag 10 juni 2026
Plastics tot olie koken
Experimenten in het lab hebben de potentie van de STL technologie al laten zien. Foto: PLASTICE.
Het recyclingproces werd ontwikkeld in het kader van het Europese PLASTICE-project onder leiding van groepsleider dr. Shiju Raveendran van het Van 't Hoff Institute for Molecular Sciences (HIMS). Het zet gemengd plastic afval om in olie met behulp van een oplosmiddel, warmte en hoge druk. De donkerbruine olie bevat moleculen die als grondstof kunnen dienen voor de productie van nieuwe kunststoffen, waarmee de recyclingkringloop wordt gesloten.
Een belangrijk kenmerk is dat het nieuwe proces alle soorten plastic tegelijkertijd kan verwerken. Het biedt daarmee een oplossing voor de recycling van complexe mengsels van gemengd plastic afval, zoals die voorkomen in huishoudelijke afvalstromen. Dat moet op dit moment nog grondig worden gesorteerd voordat het te recyclen is. In veel gevallen wordt het verbrand, of belandt het op stortplaatsen.
Het doel van het door de EU gefinancierde onderzoeksproject PLASTICE is de kringloop van kunststofrecycling te sluiten met nieuwe, innovatieve verwerkingsprocessen. Van het totale projectbudget van bijna 20 miljoen euro ontving Raveendran ruim 1,5 miljoen euro. Het bij de UvA ontwikkelde proces staat bekend als Solvothermal Liquefaction, kortweg STL.
De afgelopen jaren heeft Catalysis Engineering groep uitgebreid laboratoriumonderzoek gedaan waarin onder andere nieuwe katalysatoren zijn ontwikkeld en getest. De experimenten lieten zien dat het STL-proces al na 30 minuten reactietijd drie hoofdproducten oplevert: de olie, gas en een koolstofresidu. De koolstof wordt uitgefilterd, het water wordt teruggewonnen en hergebruikt, en de olie wordt afgescheiden. Tests zijn uitgevoerd met verschillende soorten plastic om hun verwerkbaarheid te testen en de samenstelling van de olie te bepalen. Ook werd echt afvalplastic verwerkt en zijn techno-economische analyses uitgevoerd.
De proefinstallatie die nu is ontwikkeld vormt de eerste belangrijke stap op weg naar daadwerkelijke toepassing. Het systeem, ontworpen en gebouwd in samenwerking met een Indiaas ingenieursbureau, beschikt over een reactorvat van 25 liter, opslagtanks, geïntegreerde veiligheidssystemen, en is op afstand te besturen. In april werd de cruciale Factory Acceptance Test in aanwezigheid van Raveendran met succes doorstaan, zodat de installatie klaar is voor ingebruikname.
De installatie wordt momenteel gereedgemaakt voor transport van India naar Spanje en zal naar verwachting in de zomer operationeel worden op het terrein van PLASTICE-partner COGERSA, een afvalverwerkingsbedrijf in de regio Asturië. Samen met COGERSA gaan de UvA-onderzoekers evalueren hoe de STL-technologie presteert bij de verwerking van echt gemengd plastic afval. Raveendran kijkt uit naar de resultaten: “We zullen ongetwijfeld uitdagingen tegenkomen die we niet volledig konden voorzien. Dat is precies het doel van deze opschalingsfase: de technologie naar echte industriële relevantie brengen.”
dinsdag 9 juni 2026
Nieuwe index hittekracht in de KNMI-app
Hittekracht laat zien hoe zwaar hitte kan aanvoelen. De nieuwe index - voortaan in de KNMI-app - is een samenwerking van KNMI, TNO en RIVM. Hittekracht combineert vier elementen in één getal: temperatuur, luchtvochtigheid, wind en zonnestraling.
De index voor hittekracht is vergelijkbaar met die voor windkracht en zonkracht en loopt van 0 tot en met 10. Zo liep een week geleden, 26 mei, de hittekracht in De Bilt 's middags op tot 8. Hittekracht alleen zegt nog niet alles over het risico van de hitte.
Of je last krijgt bij een bepaalde hittekracht hangt ook af van jezelf. Dit speelt allemaal een rol:
Je leeftijd: 75-plussers en kinderen zijn kwetsbaarder
Je gezondheid: bijvoorbeeld mensen met een onderliggende aandoening (zoals hart- of longproblemen), maar ook zwangeren zijn gevoeliger voor hitte.
Wat je doet: sporten, zwaar werk of rustig zitten maakt veel uit.
Je kleding: lichte kleding helpt beter terwijl sommige mensen in zware kleding buiten moeten werken.
Het seizoen: in het voorjaar ben je minder gewend aan warmte dan aan het eind van de zomer.
Het is dus ook wennen aan de nieuwe term hittekracht en wat je hier zelf mee kunt. Na verloop van tijd ontdek je hoe een bepaalde hittekracht voor jou aanvoelt en wat voor effect dat op jou heeft.
De behoefte aan een extra hitte-index kwam van sectoren als de politie, brandweer en evenementenorganisatoren. Zo kunnen organisaties de risico's beter inschatten en op tijd maatregelen nemen. Soms is het niet uitzonderlijk warm, maar loopt de hittekracht toch op door weinig wind en een hogere luchtvochtigheid. Juist dan kan informatie problemen voorkomen. Zoals bij sportevenementen: afgelopen weekend zijn meerdere hardlopers bij de marathons in Groningen, Utrecht en Amersfoort onwel geworden door de drukkende warmte. In Groningen was de hittekracht 6 en in de andere steden 5. En twee jaar geleden werd de Dam tot Damloop van Amsterdam naar Zaandam gestaakt bij een temperatuur van 23 graden. Hulpdiensten konden het aantal oververhitte hardlopers niet meer aan. De hittekracht was die septemberdag 5.
Vanaf het voorjaar neemt de hittekracht toe en in het najaar daalt het weer. In de zomer is elke hittekracht van 0 tot en met 10 mogelijk. Terugrekenend was de hittekracht tijdens hittegolven de afgelopen dertig jaar meestal 6 of 7. Tegelijkertijd komt een hoge hittekracht van 8 of hoger net zo goed buiten een hittegolf voor. Hittekracht 10 zien we zelden. Dat gebeurde in het noorden en westen van het land zelfs nog nooit en in De Bilt slechts 4 uur sinds 1991. Sowieso zijn de pieken in hittekracht meestal kortdurend, enkele uren.
Aan de basis van de hittekracht ligt de zogeheten Wet-Bulb Globe Temperature (WBGT), een internationale maat voor hittebelasting die wereldwijd wordt gebruikt. Wat Nederland uniek maakt, is dat deze wetenschappelijke maat is vertaald naar een eenvoudige schaal van 0 tot en met 10 die we hittekracht noemen. De hittekracht geeft aanvullende informatie op de temperatuur, KNMI-waarschuwingen code geel, oranje en rood voor hitte en op het Nationaal Hitteplan van het RIVM. Hittekracht voegt vooral duiding toe waar temperatuur alleen tekortschiet.
maandag 8 juni 2026
Vewin en EurEau pleiten in consultatie voor scherpe PFAS-restrictie
De maatschappelijke kosten van de PFAS-vervuiling zijn veel hoger dan de baten. Een breed verbod is volgens Nederland en vier andere Europese landen de enige verantwoorde manier om de blootstelling aan deze stofgroep te beperken
SEAC onderschrijft in grote lijnen dat een brede restrictie nodig is. Tegelijkertijd vindt de SEAC een direct volledig verbod voor alle sectoren niet proportioneel. Voor een aantal sectoren bepleit de SEAC een tijdgebonden uitzondering. Ook wijst SEAC erop dat het onrechtvaardig is dat biociden, pesticiden en geneesmiddelen buiten het brede verbod vallen.
Eureau en Vewin pleiten in hun consultatiereactie voor zo snel mogelijk een volledig verbod op PFAS. Voor veel toepassingen zijn inmiddels alternatieven beschikbaar. Lange overgangstermijnen zijn daarom vaak niet nodig.
Vewin ondersteunt een snelle en brede Europese PFAS-restrictie. Door het persistente en accumulerende karakter is een stevige bronaanpak noodzakelijk om de blootstelling aan PFAS voor mens en milieu te beperken.
vrijdag 5 juni 2026
Start pilot ‘Samen voor schoner water’ in het Drentsche Aa-gebied
Het Drentsche Aa-gebied is door de NVWA geselecteerd als pilotgebied in het kader van het programma ’Samen voor schoner water’. Een programma waarin de NVWA landelijk samenwerkt met Rijkswaterstaat (RWS), Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT), Unie van Waterschappen (UvW) en Omgevingsdienst-NL (OD-NL).
De provincie Drenthe, waterschap Hunze en Aa’s en de Omgevingsdienst Drenthe werken regionaal binnen de Drentsche Aa al intensief samen aan schoon water. Nu sluit de NVWA daarbij aan, om de samenwerking binnen toezicht en handhaving te optimaliseren.
Eind 2025 bracht de NVWA een bezoek aan het Drentsche Aa-gebied. Tijdens dat werkbezoek kwam een belangrijk punt naar voren: door betere samenwerking in de toezicht- en handhavingsketen kan de Drentsche Aa en dus het drinkwater en de KRW-doelen beter beschermd worden. Schoon oppervlaktewater is namelijk niet vanzelfsprekend. Het vraagt om bewust omgaan met middelen en afvalstoffen én om scherp toezicht door overheden.
In het Drentsche Aa gebied nemen veel partijen, waaronder bedrijven, agrariërs en inwoners, al diverse maatregelen om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk stoffen in het water terechtkomen. Toch zijn het waterleven en de waterkwaliteit kwetsbaar. Als regelgeving niet wordt nageleefd of als er onbedoeld iets misgaat kunnen de normen voor drinkwater overschreden worden. Door het optimaliseren van toezicht zorgen we samen dat de Drentsche Aa goed beschermd blijft.
In dit project maken de NVWA en de regionale overheden afspraken om het toezicht optimaler te organiseren. Er wordt gestart met een gezamenlijke aanpak, waarbij onder andere in beeld wordt gebracht wie welke rol en taak heeft, gewerkt wordt aan betere opvolging van meldingen en signalen en risico’s voor de waterkwaliteit in het gebied beter in kaart worden gebracht.
Het doel is om van elkaar te leren, inzicht te krijgen en te zorgen dat door middel van samenwerking toezicht effectief en eenduidig wordt uitgevoerd. Wat bijdraagt om de waterkwaliteit in het Drentsche Aa-gebied te beschermen en verbeteren, maar ook om met toezicht inzichtelijk te maken waar al goede stappen zijn en worden gezet en waar preventief toezicht werkt.
donderdag 4 juni 2026
Gevel van gerecycled wc-papier voor bedrijfsgebouw waterschap
Een waterschap is, onder andere, verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Daarbij hoort ook het zuiveren van het rioolwater voordat het op het oppervlaktewater geloosd wordt. Door de cellulose in het toiletpapier uit het afvalwater terug te winnen, wordt het beter gezuiverd. En dus wordt het oppervlaktewater minder belast.
Tweede winstpunt is dat hergebruik de negatieve klimaatimpact van het maken van nieuwe producten tegengaat. Waterschappen hebben te maken met de gevolgen van klimaatverandering; de toenemende kans op enerzijds wateroverlast en anderzijds watertekort. HDSR streeft er in al zijn werkzaamheden naar om negatieve gevolgen voor het klimaat te voorkomen.
Tot slot scheelt het ook in de hoeveelheid afval. Alles wat opnieuw gebruikt wordt, hoeft niet afgevoerd en vernietigd te worden.
Rioolwater wordt meestal nog gezien als vies water, wat na zuivering bestaat uit enerzijds water wat geloosd kan worden op het oppervlaktewater en anderzijds een restproduct zonder gebruikswaarde. Maar het kán ook een bron zijn voor nieuwe producten en grondstoffen. Uit het rioolslib kunnen we biogas van aardgaskwaliteit terugwinnen. De kaumera uit het rioolslib kan (o.a.) ingezet worden in de land- en tuinbouw en met de warmte van het rioolwater verwarmen we bedrijfsgebouwen en tienduizenden woningen. Cellulose is goed bruikbaar als grondstof voor onder meer damwanden, wegverharding en -nu dus ook- gevelpanelen. Nanda van Zoelen: “We ontwerpen onze zuiveringen steeds meer als grondstoffenfabrieken. Dit draagt direct bij aan een doelmatige inzet van middelen en aan de verbetering van de waterkwaliteit.''
Het waterschap zoekt actief naar nieuwe toepassingen voor zijn restproducten, maar er zijn andere partijen nodig om de nieuwe producten te maken en in de praktijk te gebruiken. Samen met NPSP Delft heeft HDSR een paneel ontwikkeld dat sterk is, bestand tegen weersinvloeden, lang meegaat en voldoet aan de brandveiligheidseisen. Schoots Architecten heeft het mooie en toepasbare paneel ontworpen voor het gebouw in De Meern. Nanda van Zoelen: “Zo hebben we samen een duurzaam, technisch hoogstaand en mooi bouwproduct ontwikkeld. We nodigen projectontwikkelaars en bouwbedrijven van harte uit om samen met ons te bespreken hoe zij dit product kunnen gaan gebruiken.”
Februari 2025 kwam het eerste paneel uit de fabriek, mei 2026 is het eerste gebouw met deze gevelpanelen opgeleverd. Het gebruik van deze panelen betekende een besparing van 75% CO2-uitstoot ten opzichte van een bakstenen gevel.
woensdag 3 juni 2026
NVWA: weinig gecontroleerde tomatentelers houden zich aan regels biociden
De NVWA deed inspecties bij 29 willekeurig gekozen tomatentelers. Maar 3 vande gecontroleerde bedrijven hielden zich aan alle regels. Het ging om 2 biologische telers en 1 bedrijf waar tomatenrassen worden getest. De andere 26 telers gingen in de fout. De NVWA constateerde in totaal 87 overtredingen.
Telers maakten vooral veel fouten met desinfectiemiddelen. Sommige telers voegden deze middelen toe aan het irrigatiewater (bijvoorbeeld waterstofperoxide gestabiliseerd met zilver). Anderen desinfecteerden op de verkeerde manier materialen in de kas, hun handen en schoeisel. Ook gebruikten zij biociden die niet zijn toegelaten voor gebruik in teelten, zoals natriumhypochloriet (chloor) en chemische middelen die helemaal geen toelating hebben. Daarnaast gebruikten telers ratten- en muizengif vaak op de verkeerde manier of hadden zij geen verplichte licentie of bedrijfscertificering.
Bij vier telers had een ingehuurd ontsmettingsbedrijf een gewasbeschermingsmiddel toegevoegd aan een toegelaten biocide en dat vervolgens gebruikt bij het ontsmetten door middel van vernevelen in een lege kas. Dat is niet toegestaan. De NVWA doet hier nog nader strafrechtelijk onderzoek naar. Wanneer telers de voorschriften niet naleven, kunnen risico’s ontstaan voor mensen en het milieu.
Het verkeerde gebruik van desinfectiemiddelen kan naast risico’s voor mensen en het milieu ook risico’s opleveren voor de voedselveiligheid. Daarom is onderzocht of de geteelde tomaten veilig gegeten konden worden. In het laboratorium zijn tomaten uit de betrokken kassen en tomaten uit Nederlandse supermarkten onderzocht. Uit die onderzoeken blijkt dat er geen voedselveiligheidsrisico is en dat de tomaten veilig gegeten kunnen worden.
De NVWA vindt het grote aantal overtredingen zeer verontrustend en is hierover in gesprek met Glastuinbouw Nederland. De sector is actief bezig de naleving te verbeteren en wijst telers bijvoorbeeld nadrukkelijk op de wet- en regelgeving voor gebruik van biociden. De NVWA gebruikt deze eerste inspectieresultaten om de controles van biociden gebruik op agrarische bedrijven in de toekomst risicogerichter uit te kunnen voeren.
dinsdag 2 juni 2026
Amsterdamse haven versnelt verduurzaming met eerste projecten uit Transitiefonds
Samen leveren zij een directe en meetbare CO₂-reductie op van duizenden tonnen per jaar in het havengebied.
De eerste projecten richten zich op het slimmer en efficiënter maken van bestaande productieprocessen. Sonneborn gebruikt in haar productieproces koeling om processen onder de juiste omstandigheden te laten verlopen. Door de procesintegratie aan te passen, maakt Sonneborn dit onderdeel energiezuiniger.
Dit leidt tot een CO₂-reductie van circa 357 ton per jaar, bijna 3 procent van de uitstoot van de fabriek. Argent Energy investeert in het hergebruik van restwarmte. Met een nieuw warmwatercirculatiesysteem wordt warmte die nu verloren gaat opnieuw benut. Daarmee vervangt het bedrijf een deel van het aardgasverbruik. Dit levert naar verwachting een CO₂-reductie op van ruim 2.600 ton per jaar, ongeveer 10 procent van de totale uitstoot van de locatie.
Met het Transitiefonds ondersteunt Port of Amsterdam bedrijven die voor een grote verduurzamingsopgave staan. Het fonds richt zich op bedrijven met een relatief hoge CO₂-uitstoot of een grote fossiele footprint, omdat daar de grootste impact te realiseren is. Port of Amsterdam stelt hiervoor jaarlijks maximaal 5 miljoen euro beschikbaar, in de vorm van leningen en schenkingen. Het fonds loopt tot en met 2028 en ondersteunt projecten die binnen vijf jaar uitvoerbaar zijn en bijdragen aan CO₂-reductie of de omschakeling naar niet-fossiele activiteiten.
De Amsterdamse haven is volop in transitie en richt zich
maandag 1 juni 2026
Bestelauto’s met emissieklasse 5 vanaf 1 januari 2027 geen toegang meer tot zero-emissiezones
Bestelauto’s met emissieklasse 5 hebben vanaf 1 januari 2027 geen toegang meer tot de zero-emissiezones in 18 gemeenten in Nederland en Schiphol. Om eigenaren van deze bestelauto’s te waarschuwen, verstuurt de RDW tussen 18 mei en eind juni brieven naar ongeveer 182.000 voertuigbezitters.
Ondernemers wordt aangeraden om op tijd te starten met de voorbereidingen. Om hierbij te helpen bieden gemeenten gratis hulp bij de overstap naar uitstootvrij vervoer.
Sinds 1 januari 2025 hebben de eerste 18 gemeenten en Schiphol een zero-emissiezone ingevoerd. In deze zones mogen op termijn alleen bestel- en vrachtauto’s rijden die uitstootvrij zijn. Voor bestaande voertuigen geldt een overgangsregeling. De zero-emissiezones gelden voor bestel- en vrachtwagens die rijden op een fossiele brandstof zoals diesel, benzine of LPG. Dit is anders dan bij milieuzones, die in sommige gevallen ook voor diesel personenauto’s gelden.
Op dit moment zijn er drie groepen voertuigen die geen toegang hebben tot de zero-emissiezones: bestelauto’s met emissieklasse 4 of lager, nieuwe bestel- en vrachtauto’s die vanaf 2025 op kenteken zijn gezet en vrachtwagens die vóór 1 januari 2017 op kenteken zijn gezet. Per 1 januari 2027 vervalt ook de toegang voor bestelauto’s met emissieklasse 5.
Om de overstap voor ondernemers haalbaar te maken, geldt er een overgangsregeling voor bestaande voertuigen. De meest vervuilende voertuigen worden het eerst geweerd. Met de kentekencheck op opwegnaarzes.nl zien ondernemers en particulieren na het invoeren van het kenteken meteen tot wanneer hun voertuig toegang heeft en welke mogelijkheden zij hebben.
Ondernemers kunnen gratis hulp krijgen bij de overstap naar uitstootvrij vervoer. Hiervoor kunnen zij contact opnemen met een logistiek adviseur van een gemeente. Op opwegnaarzes.nl/
In sommige gevallen is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen voor zero-emissiezones. Bijvoorbeeld wanneer het voertuig alleen voor privégebruik is. Of als het financieel niet mogelijk is om een elektrische bestelauto te kopen of leasen. Op de website van de RDW staan de verschillende typen ontheffingen, de voorwaarden en de mogelijkheden voor het aanvragen ervan. Voor bestelauto’s met emissieklasse 5 is het vanaf 1 juli mogelijk om ontheffing aan te vragen.
Het aanvragen van een ontheffing neemt enkele weken in beslag, met uitzondering van een dagontheffing voor eenmalige toegang tot een zero-emissiezone. Die is direct online geregeld. Het voertuig heeft pas toegang op het moment dat een ontheffing is verleend.








