donderdag 11 juni 2026

SolarDew haalt €800K aan financiering op voor opschaling van waterzuiveringstechnologie op zonne-energie

SolarDew, ontwikkelaar van innovatieve waterzuiveringstechnologie op zonne-energie, heeft recent 800.000 euro aan financiering opgehaald. De financiering werd verstrekt door Connect the Drops en Oost NL en zal worden gebruikt om de industriële productie, die eind vorig jaar is gestart, verder op te schalen. Het doel is om met de technologie tegen 2035 één miljoen mensen van schoon drinkwater te voorzien.

Schaarste aan schoon drinkwater is een groeiend mondiaal probleem, met name in plattelandsgebieden, waar 80 procent van de bevolking geen toegang heeft tot veilig drinkwater (CFR). Daarnaast raken waterbronnen steeds zouter en meer vervuild. “Onze marktprognoses laten zien dat er in 2030 naar verwachting meer dan 100 miljoen mensen behoefte hebben aan een alternatieve bron voor schoon drinkwater,” aldus Alexander van der Kleij, CEO van SolarDew.

Huidige oplossingen, zoals het kopen van flessenwater of het transporteren van water over lange afstanden, bieden onvoldoende perspectief voor de lange termijn. Bovendien zijn huidige waterzuivering- en ontziltingtechnologieën vaak gericht op grootschalige toepassing en complex in gebruik en onderhoudsgevoelig. Hierdoor zijn ze minder geschikt voor kleinere gemeenschappen, scholen, medische klinieken en bedrijven in afgelegen, kust- en droge gebieden (JPHE).

Het Nederlandse SolarDew ontwikkelt een waterzuiveringstechnologie die op basis van verdamping en condensatie, zee- of brak water, via een membraan zuivert en op veilige wijze hoogwaardig drinkwater produceert. Doordat de technologie uitsluitend op thermische zonne-energie en zwaartekracht werkt, is het een zeer eenvoudige oplossing zonder dat er hoge druk, elektriciteit of chemicaliën aan te pas komen. Bovendien vergen de waterstations weinig onderhoud. Afhankelijk van de zoninstraling kan een station met ongeveer 32 units circa 100 liter schoon drinkwater per dag produceren.

Na succesvolle pilots maakte SolarDew het afgelopen jaar de stap van ontwikkelingsfase naar industriële productie van 150 units en is er een toeleveringsketen opgezet met Europese fabrikanten. Daarnaast werd een patent verkregen in Nederland, met Europese en internationale patenten die tegen het einde van het jaar worden verwacht.

De eerste twee projecten zijn inmiddels gerealiseerd. Eén in Chili, in samenwerking met een lokale ondernemer in hydrocultuur (het kweken van planten in water), en één in Griekenland met de Technische Universiteit van Kreta. Daarnaast heeft SolarDew in deze landen sterke samenwerkingen met lokale bedrijven opgezet met het oog op verdere opschaling. Ditzelfde geldt voor Kenia na een succesvolle roadshow. SolarDew streeft ernaar om voor het einde van 2026 de volgende commerciële projecten te installeren.

“We hebben het afgelopen jaar een sterke basis gelegd met schaalbare technologie, sterke partnerschappen en de eerste projecten die de noodzaak van onze oplossing onderstrepen. Ons doel is om nu verder op te schalen en blijvende impact te creëren door schoon drinkwater te leveren aan communities en bedrijven wereldwijd en zo bij te dragen aan betere levensomstandigheden en economische groei,” aldus Van der Kleij, CEO van SolarDew.

Om de ambitieuze plannen uit te voeren heeft SolarDew 800.000 euro aan financiering opgehaald bij onder meer Connect the Drops, een Nederlands investeerder in early stage startups in de water sector, en bij Oost NL, de regionale ontwikkelingsmaatschappij van Gelderland en Overijsel die voor een tweede maal investeert.

woensdag 10 juni 2026

Plastics tot olie koken

De onderzoeksgroep Catalysis Engineering van de Universiteit van Amsterdam (UvA) heeft een nieuw, robuust proces ontwikkeld voor de recycling van gemengd plastic afval. Met een nieuw ontwikkelde proefinstallatie hopen de onderzoekers in de praktijk aan te tonen dat het plastic in waardevolle grondstoffen is om te zetten. De installatie wordt in Spanje getest bij de verwerking van plastics uit gemeentelijk afval.

Experimenten in het lab hebben de potentie van de STL technologie al laten zien. Foto: PLASTICE.
Het recyclingproces werd ontwikkeld in het kader van het Europese PLASTICE-project onder leiding van groepsleider dr. Shiju Raveendran van het Van 't Hoff Institute for Molecular Sciences (HIMS). Het zet gemengd plastic afval om in olie met behulp van een oplosmiddel, warmte en hoge druk. De donkerbruine olie bevat moleculen die als grondstof kunnen dienen voor de productie van nieuwe kunststoffen, waarmee de recyclingkringloop wordt gesloten.

Een belangrijk kenmerk is dat het nieuwe proces alle soorten plastic tegelijkertijd kan verwerken. Het biedt daarmee een oplossing voor de recycling van complexe mengsels van gemengd plastic afval, zoals die voorkomen in huishoudelijke afvalstromen. Dat moet op dit moment nog grondig worden gesorteerd voordat het te recyclen is. In veel gevallen wordt het verbrand, of belandt het op stortplaatsen.

Het doel van het door de EU gefinancierde onderzoeksproject PLASTICE is de kringloop van kunststofrecycling te sluiten met nieuwe, innovatieve verwerkingsprocessen. Van het totale projectbudget van bijna 20 miljoen euro ontving Raveendran ruim 1,5 miljoen euro. Het bij de UvA ontwikkelde proces staat bekend als Solvothermal Liquefaction, kortweg STL.

De afgelopen jaren heeft Catalysis Engineering groep uitgebreid laboratoriumonderzoek gedaan waarin onder andere nieuwe katalysatoren zijn ontwikkeld en getest. De experimenten lieten zien dat het STL-proces al na 30 minuten reactietijd drie hoofdproducten oplevert: de olie, gas en een koolstofresidu. De koolstof wordt uitgefilterd, het water wordt teruggewonnen en hergebruikt, en de olie wordt afgescheiden. Tests zijn uitgevoerd met verschillende soorten plastic om hun verwerkbaarheid te testen en de samenstelling van de olie te bepalen. Ook werd echt afvalplastic verwerkt en zijn techno-economische analyses uitgevoerd.

De proefinstallatie die nu is ontwikkeld vormt de eerste belangrijke stap op weg naar daadwerkelijke toepassing. Het systeem, ontworpen en gebouwd in samenwerking met een Indiaas ingenieursbureau, beschikt over een reactorvat van 25 liter, opslagtanks, geïntegreerde veiligheidssystemen, en is op afstand te besturen. In april werd de cruciale Factory Acceptance Test in aanwezigheid van Raveendran met succes doorstaan, zodat de installatie klaar is voor ingebruikname.

De installatie wordt momenteel gereedgemaakt voor transport van India naar Spanje en zal naar verwachting in de zomer operationeel worden op het terrein van PLASTICE-partner COGERSA, een afvalverwerkingsbedrijf in de regio Asturië. Samen met COGERSA gaan de UvA-onderzoekers evalueren hoe de STL-technologie presteert bij de verwerking van echt gemengd plastic afval. Raveendran kijkt uit naar de resultaten: “We zullen ongetwijfeld uitdagingen tegenkomen die we niet volledig konden voorzien. Dat is precies het doel van deze opschalingsfase: de technologie naar echte industriële relevantie brengen.”

dinsdag 9 juni 2026

Nieuwe index hittekracht in de KNMI-app

Hittekracht laat zien hoe zwaar hitte kan aanvoelen. De nieuwe index - voortaan in de KNMI-app - is een samenwerking van KNMI, TNO en RIVM. Hittekracht combineert vier elementen in één getal: temperatuur, luchtvochtigheid, wind en zonnestraling. 

De index voor hittekracht is vergelijkbaar met die voor windkracht en zonkracht en loopt van 0 tot en met 10. Zo liep een week geleden, 26 mei, de hittekracht in De Bilt 's middags op tot 8. Hittekracht alleen zegt nog niet alles over het risico van de hitte. 

Of je last krijgt bij een bepaalde hittekracht hangt ook af van jezelf.  Dit speelt allemaal een rol:     

Je leeftijd: 75-plussers en kinderen zijn kwetsbaarder  
Je gezondheid: bijvoorbeeld mensen met een onderliggende aandoening (zoals hart- of longproblemen), maar ook zwangeren zijn gevoeliger voor hitte.   
Wat je doet: sporten, zwaar werk of rustig zitten maakt veel uit.  
Je kleding: lichte kleding helpt beter terwijl sommige mensen in zware kleding buiten moeten werken.  
Het seizoen: in het voorjaar ben je minder gewend aan warmte dan aan het eind van de zomer.   
Het is dus ook wennen aan de nieuwe term hittekracht en wat je hier zelf mee kunt. Na verloop van tijd ontdek je hoe een bepaalde hittekracht voor jou aanvoelt en wat voor effect dat op jou heeft. 

De behoefte aan een extra hitte-index kwam van sectoren als de politie, brandweer en evenementenorganisatoren. Zo kunnen organisaties de risico's beter inschatten en op tijd maatregelen nemen. Soms is het niet uitzonderlijk warm, maar loopt de hittekracht toch op door weinig wind en een hogere luchtvochtigheid. Juist dan kan informatie problemen voorkomen. Zoals bij sportevenementen: afgelopen weekend zijn meerdere hardlopers bij de marathons in Groningen, Utrecht en Amersfoort onwel geworden door de drukkende warmte. In Groningen was de hittekracht 6 en in de andere steden 5. En twee jaar geleden werd de Dam tot Damloop van Amsterdam naar Zaandam gestaakt bij een temperatuur van 23 graden. Hulpdiensten konden het aantal oververhitte hardlopers niet meer aan. De hittekracht was die septemberdag 5. 

Vanaf het voorjaar neemt de hittekracht toe en in het najaar daalt het weer.  In de zomer is elke hittekracht van 0 tot en met 10 mogelijk. Terugrekenend was de hittekracht tijdens hittegolven de afgelopen dertig jaar meestal 6 of 7. Tegelijkertijd komt een hoge hittekracht van 8 of hoger net zo goed buiten een hittegolf voor. Hittekracht 10 zien we zelden. Dat gebeurde in het noorden en westen van het land zelfs nog nooit en in De Bilt slechts 4 uur sinds 1991. Sowieso zijn de pieken in hittekracht meestal kortdurend, enkele uren. 

Aan de basis van de hittekracht ligt de zogeheten Wet-Bulb Globe Temperature (WBGT), een internationale maat voor hittebelasting die wereldwijd wordt gebruikt. Wat Nederland uniek maakt, is dat deze wetenschappelijke maat is vertaald naar een eenvoudige schaal van 0 tot en met 10 die we hittekracht noemen. De hittekracht geeft aanvullende informatie op de temperatuur, KNMI-waarschuwingen code geel, oranje en rood voor hitte en op het Nationaal Hitteplan van het RIVM. Hittekracht voegt vooral duiding toe waar temperatuur alleen tekortschiet.  

maandag 8 juni 2026

Vewin en EurEau pleiten in consultatie voor scherpe PFAS-restrictie

Op 22 mei hebben zowel Vewin als EurEau, de Europese koepel voor nationale belangenbehartigers voor water, formeel gereageerd op de conceptopinie van het Socio Economic Assessment Committee (SEAC) over de Europese PFAS-restrictie. De opinie van SEAC is een belangrijke stap in het Europese proces om PFAS als groep te verbieden. Het restrictievoorstel is in 2021 door onder meer Nederland gestart, met als doel PFAS als groep volledig te verbieden vanwege de persistente eigenschappen van deze stoffen en de risico’s voor mens en milieu.

De maatschappelijke kosten van de PFAS-vervuiling zijn veel hoger dan de baten. Een breed verbod is volgens Nederland en vier andere Europese landen de enige verantwoorde manier om de blootstelling aan deze stofgroep te beperken

SEAC onderschrijft in grote lijnen dat een brede restrictie nodig is. Tegelijkertijd vindt de SEAC een direct volledig verbod voor alle sectoren niet proportioneel. Voor een aantal sectoren bepleit de SEAC een tijdgebonden uitzondering. Ook wijst SEAC erop dat het onrechtvaardig is dat biociden, pesticiden en geneesmiddelen buiten het brede verbod vallen.

Eureau en Vewin pleiten in hun consultatiereactie voor zo snel mogelijk een volledig verbod op PFAS. Voor veel toepassingen zijn inmiddels alternatieven beschikbaar. Lange overgangstermijnen zijn daarom vaak niet nodig.

Vewin ondersteunt een snelle en brede Europese PFAS-restrictie. Door het persistente en accumulerende karakter is een stevige bronaanpak noodzakelijk om de blootstelling aan PFAS voor mens en milieu te beperken.

vrijdag 5 juni 2026

Start pilot ‘Samen voor schoner water’ in het Drentsche Aa-gebied

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) start samen met de regionale toezichthouders een project in het stroomgebied van de Drentsche Aa. Dat is belangrijk, omdat het oppervlaktewater uit de Drentsche Aa een bron is voor drinkwater voor Groningen en vanwege de Kaderrichtlijn Water.

Het Drentsche Aa-gebied is door de NVWA geselecteerd als pilotgebied in het kader van het programma ’Samen voor schoner water’. Een programma waarin de NVWA landelijk samenwerkt met Rijkswaterstaat (RWS), Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT), Unie van Waterschappen (UvW) en Omgevingsdienst-NL (OD-NL).

De provincie Drenthe, waterschap Hunze en Aa’s en de Omgevingsdienst Drenthe werken regionaal binnen de Drentsche Aa al intensief samen aan schoon water. Nu sluit de NVWA daarbij aan, om de samenwerking binnen toezicht en handhaving te optimaliseren.  

Eind 2025 bracht de NVWA een bezoek aan het Drentsche Aa-gebied. Tijdens dat werkbezoek kwam een belangrijk punt naar voren: door betere samenwerking in de toezicht- en handhavingsketen kan de Drentsche Aa en dus het drinkwater en de KRW-doelen beter beschermd worden. Schoon oppervlaktewater is namelijk niet vanzelfsprekend. Het vraagt om bewust omgaan met middelen en afvalstoffen én om scherp toezicht door overheden.  

In het Drentsche Aa gebied nemen veel partijen, waaronder bedrijven, agrariërs en inwoners, al diverse maatregelen om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk stoffen in het water terechtkomen. Toch zijn het waterleven en de waterkwaliteit kwetsbaar. Als regelgeving niet wordt nageleefd of als er onbedoeld iets misgaat kunnen de normen voor drinkwater overschreden worden. Door het optimaliseren van toezicht zorgen we samen dat de Drentsche Aa goed beschermd blijft. 

In dit project maken de NVWA en de regionale overheden afspraken om het toezicht optimaler te organiseren. Er wordt gestart met een gezamenlijke aanpak, waarbij onder andere in beeld wordt gebracht wie welke rol en taak heeft, gewerkt wordt aan betere opvolging van meldingen en signalen en risico’s voor de waterkwaliteit in het gebied beter in kaart worden gebracht. 

Het doel is om van elkaar te leren, inzicht te krijgen en te zorgen dat door middel van samenwerking toezicht effectief en eenduidig wordt uitgevoerd. Wat bijdraagt om de waterkwaliteit in het Drentsche Aa-gebied te beschermen en verbeteren, maar ook om met toezicht inzichtelijk te maken waar al goede stappen zijn en worden gezet en waar preventief toezicht werkt.  

donderdag 4 juni 2026

Gevel van gerecycled wc-papier voor bedrijfsgebouw waterschap

Het bedrijfsgebouw van de rioolwaterzuivering in De Meern heeft een gevel op basis van gerecycled wc-papier, teruggewonnen uit rioolwater. Dinsdag 26 mei plaatste hoogheemraad Nanda van Zoelen van waterschap De Stichtse Rijnlanden het laatste gevelpaneel. “Wat we eerder als afval beschouwden, hebben we hier gebruikt als grondstof voor een nieuw product. Met deze gevelpanelen laten we zien dat duurzaamheid, circulariteit en technisch hoogwaardige toepassingen goed samen kunnen gaan. En nog mooi kan zijn ook.”

Een waterschap is, onder andere, verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Daarbij hoort ook het zuiveren van het rioolwater voordat het op het oppervlaktewater geloosd wordt. Door de cellulose in het toiletpapier uit het afvalwater terug te winnen, wordt het beter gezuiverd. En dus wordt het oppervlaktewater minder belast.

Tweede winstpunt is dat hergebruik de negatieve klimaatimpact van het maken van nieuwe producten tegengaat. Waterschappen hebben te maken met de gevolgen van klimaatverandering; de toenemende kans op enerzijds wateroverlast en anderzijds watertekort. HDSR streeft er in al zijn werkzaamheden naar om negatieve gevolgen voor het klimaat te voorkomen.

Tot slot scheelt het ook in de hoeveelheid afval. Alles wat opnieuw gebruikt wordt, hoeft niet afgevoerd en vernietigd te worden.

Rioolwater wordt meestal nog gezien als vies water, wat na zuivering bestaat uit enerzijds water wat geloosd kan worden op het oppervlaktewater en anderzijds een restproduct zonder gebruikswaarde. Maar het kán ook een bron zijn voor nieuwe producten en grondstoffen. Uit het rioolslib kunnen we biogas van aardgaskwaliteit terugwinnen. De kaumera uit het rioolslib kan (o.a.) ingezet worden in de land- en tuinbouw en met de warmte van het rioolwater verwarmen we bedrijfsgebouwen en tienduizenden woningen. Cellulose is goed bruikbaar als grondstof voor onder meer damwanden, wegverharding en -nu dus ook- gevelpanelen. Nanda van Zoelen: “We ontwerpen onze zuiveringen steeds meer als grondstoffenfabrieken. Dit draagt direct bij aan een doelmatige inzet van middelen en aan de verbetering van de waterkwaliteit.''

Het waterschap zoekt actief naar nieuwe toepassingen voor zijn restproducten, maar er zijn andere partijen nodig om de nieuwe producten te maken en in de praktijk te gebruiken. Samen met NPSP Delft heeft HDSR een paneel ontwikkeld dat sterk is, bestand tegen weersinvloeden, lang meegaat en voldoet aan de brandveiligheidseisen. Schoots Architecten heeft het mooie en toepasbare paneel ontworpen voor het gebouw in De Meern. Nanda van Zoelen: “Zo hebben we samen een duurzaam, technisch hoogstaand en mooi bouwproduct ontwikkeld. We nodigen projectontwikkelaars en bouwbedrijven van harte uit om samen met ons te bespreken hoe zij dit product kunnen gaan gebruiken.”

Februari 2025 kwam het eerste paneel uit de fabriek, mei 2026 is het eerste gebouw met deze gevelpanelen opgeleverd. Het gebruik van deze panelen betekende een besparing van 75% CO2-uitstoot ten opzichte van een bakstenen gevel.

woensdag 3 juni 2026

NVWA: weinig gecontroleerde tomatentelers houden zich aan regels biociden

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleerde in 2025 bij 29 tomatentelers of zij biociden, zoals desinfectiemiddelen en ratten- en muizengif op de goede manier gebruikten. Maar 10% van de gecontroleerde telers hield zich aan alle regels. De andere 90% gebruikte bijvoorbeeld middelen niet op de goede manier of ze hadden niet de juiste licentie. Dit zijn ernstige overtredingen, die risico’s kunnen opleveren voor mensen en het milieu. In totaal heeft de NVWA alle 26 bedrijven die de fout in gingen boetes opgelegd. Voor mindere ernstige overtredingen heeft de NVWA 7 officiële waarschuwingen gegeven.

De NVWA deed inspecties bij 29 willekeurig gekozen tomatentelers. Maar 3 vande gecontroleerde bedrijven hielden zich aan alle regels. Het ging om 2 biologische telers en 1 bedrijf waar tomatenrassen worden getest. De andere 26 telers gingen in de fout. De NVWA constateerde in totaal 87 overtredingen.

Telers maakten vooral veel fouten met desinfectiemiddelen. Sommige telers voegden deze middelen toe aan het irrigatiewater (bijvoorbeeld waterstofperoxide gestabiliseerd met zilver). Anderen desinfecteerden op de verkeerde manier materialen in de kas, hun handen en schoeisel. Ook gebruikten zij biociden die niet zijn toegelaten voor gebruik in teelten, zoals natriumhypochloriet (chloor) en chemische middelen die helemaal geen toelating hebben. Daarnaast gebruikten telers ratten- en muizengif vaak op de verkeerde manier of hadden zij geen verplichte licentie of bedrijfscertificering.

Bij vier telers had een ingehuurd ontsmettingsbedrijf een gewasbeschermingsmiddel toegevoegd aan een toegelaten biocide en dat vervolgens gebruikt bij het ontsmetten door middel van vernevelen in een lege kas. Dat is niet toegestaan. De NVWA doet hier nog nader strafrechtelijk onderzoek naar. Wanneer telers de voorschriften niet naleven, kunnen risico’s ontstaan voor mensen en het milieu.

Het verkeerde gebruik van desinfectiemiddelen kan naast risico’s voor mensen en het milieu ook risico’s opleveren voor de voedselveiligheid. Daarom is onderzocht of de geteelde tomaten veilig gegeten konden worden. In het laboratorium zijn tomaten uit de betrokken kassen en tomaten uit Nederlandse supermarkten onderzocht. Uit die onderzoeken blijkt dat er geen voedselveiligheidsrisico is en dat de tomaten veilig gegeten kunnen worden.

De NVWA vindt het grote aantal overtredingen zeer verontrustend en is hierover in gesprek met Glastuinbouw Nederland. De sector is actief bezig de naleving te verbeteren en wijst telers bijvoorbeeld nadrukkelijk op de wet- en regelgeving voor gebruik van biociden. De NVWA gebruikt deze eerste inspectieresultaten om de controles van biociden gebruik op agrarische bedrijven in de toekomst risicogerichter uit te kunnen voeren.

dinsdag 2 juni 2026

Amsterdamse haven versnelt verduurzaming met eerste projecten uit Transitiefonds

De eerste projecten die steun ontvangen uit het Transitiefonds van Port of Amsterdam zijn bekend. Met deze steun investeren bedrijven in concrete maatregelen om hun CO₂-uitstoot te verlagen. Het gaat om projecten van biodieselproducent Argent Energy en HF Sinclair, dat op zijn Sonneborn-locatie in Amsterdam witte oliën, petrolatums en wassen produceert. 

Samen leveren zij een directe en meetbare CO₂-reductie op van duizenden tonnen per jaar in het havengebied.  

De eerste projecten richten zich op het slimmer en efficiënter maken van bestaande productieprocessen. Sonneborn gebruikt in haar productieproces koeling om processen onder de juiste omstandigheden te laten verlopen. Door de procesintegratie aan te passen, maakt Sonneborn dit onderdeel energiezuiniger. 

Dit leidt tot een CO₂-reductie van circa 357 ton per jaar, bijna 3 procent van de uitstoot van de fabriek. Argent Energy investeert in het hergebruik van restwarmte. Met een nieuw warmwatercirculatiesysteem wordt warmte die nu verloren gaat opnieuw benut. Daarmee vervangt het bedrijf een deel van het aardgasverbruik. Dit levert naar verwachting een CO₂-reductie op van ruim 2.600 ton per jaar, ongeveer 10 procent van de totale uitstoot van de locatie.   

Met het Transitiefonds ondersteunt Port of Amsterdam bedrijven die voor een grote verduurzamingsopgave staan. Het fonds richt zich op bedrijven met een relatief hoge CO₂-uitstoot of een grote fossiele footprint, omdat daar de grootste impact te realiseren is. Port of Amsterdam stelt hiervoor jaarlijks maximaal 5 miljoen euro beschikbaar, in de vorm van leningen en schenkingen. Het fonds loopt tot en met 2028 en ondersteunt projecten die binnen vijf jaar uitvoerbaar zijn en bijdragen aan CO₂-reductie of de omschakeling naar niet-fossiele activiteiten. 

De Amsterdamse haven is volop in transitie en richt zich

maandag 1 juni 2026

Bestelauto’s met emissieklasse 5 vanaf 1 januari 2027 geen toegang meer tot zero-emissiezones


Bestelauto’s met emissieklasse 5 hebben vanaf 1 januari 2027 geen toegang meer tot de zero-emissiezones in 18 gemeenten in Nederland en Schiphol. Om eigenaren van deze bestelauto’s te waarschuwen, verstuurt de RDW tussen 18 mei en eind juni brieven naar ongeveer 182.000 voertuigbezitters. 

Ondernemers wordt aangeraden om op tijd te starten met de voorbereidingen. Om hierbij te helpen bieden gemeenten gratis hulp bij de overstap naar uitstootvrij vervoer.
Sinds 1 januari 2025 hebben de eerste 18 gemeenten en Schiphol een zero-emissiezone ingevoerd. In deze zones mogen op termijn alleen bestel- en vrachtauto’s rijden die uitstootvrij zijn. Voor bestaande voertuigen geldt een overgangsregeling. De zero-emissiezones gelden voor bestel- en vrachtwagens die rijden op een fossiele brandstof zoals diesel, benzine of LPG. Dit is anders dan bij milieuzones, die in sommige gevallen ook voor diesel personenauto’s gelden.

Op dit moment zijn er drie groepen voertuigen die geen toegang hebben tot de zero-emissiezones: bestelauto’s met emissieklasse 4 of lager, nieuwe bestel- en vrachtauto’s die vanaf 2025 op kenteken zijn gezet en vrachtwagens die vóór 1 januari 2017 op kenteken zijn gezet. Per 1 januari 2027 vervalt ook de toegang voor bestelauto’s met emissieklasse 5.

Om de overstap voor ondernemers haalbaar te maken, geldt er een overgangsregeling voor bestaande voertuigen. De meest vervuilende voertuigen worden het eerst geweerd. Met de kentekencheck op opwegnaarzes.nl zien ondernemers en particulieren na het invoeren van het kenteken meteen tot wanneer hun voertuig toegang heeft en welke mogelijkheden zij hebben.

Ondernemers kunnen gratis hulp krijgen bij de overstap naar uitstootvrij vervoer. Hiervoor kunnen zij contact opnemen met een logistiek adviseur van een gemeente. Op opwegnaarzes.nl/

In sommige gevallen is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen voor zero-emissiezones. Bijvoorbeeld wanneer het voertuig alleen voor privégebruik is. Of als het financieel niet mogelijk is om een elektrische bestelauto te kopen of leasen. Op de website van de RDW staan de verschillende typen ontheffingen, de voorwaarden en de mogelijkheden voor het aanvragen ervan. Voor bestelauto’s met emissieklasse 5 is het vanaf 1 juli mogelijk om ontheffing aan te vragen.

Het aanvragen van een ontheffing neemt enkele weken in beslag, met uitzondering van een dagontheffing voor eenmalige toegang tot een zero-emissiezone. Die is direct online geregeld. Het voertuig heeft pas toegang op het moment dat een ontheffing is verleend.

vrijdag 29 mei 2026

Tata Steel en Ecocem gaan samenwerken aan duurzamer cement en beton

Tata Steel IJmuiden en Ecocem hebben een samenwerkingsovereenkomst ondertekend om nieuwe toepassingen te ontwikkelen voor slak, een inherent bijproduct van staalproductie. Het doel is om cement en beton te maken met een lagere CO₂-uitstoot om zo een bijdrage te leveren aan de circulaire economie.

Nieuwe toepassingen ontwikkelen voor slak, een inherent bijproduct van staalproductie;
Dit is een voorwaarde voor de succesvolle realisatie van het Groen Staal Project;
Bijvoorbeeld slak-toepassingen in cement en beton met een lagere CO₂-uitstoot;
Samenwerking ziet in verduurzaming van bouwsector.

Tata Steel en Ecocem werken al samen aan onderzoek op het gebied van duurzame toepassing van slak. Met deze nieuwe afspraak willen beide bedrijven kijken hoe twee andere soorten staalslak – een inherent bijproduct van staalproductie – beter kunnen worden gebruikt in cement, mortel en beton in Europa. Dit kan helpen om de uitstoot in de bouw te verminderen.

Tot nu toe wordt een ander type slak (Hoogovenslak) al gebruikt in cement en beton. In deze nieuwe samenwerking richten Tata Steel en Ecocem zich op twee andere soorten slak (BOF- en EAF-slakken), die nu nog weinig worden benut in cement en beton. Door deze materialen geschikt te maken voor gebruik in de bouw, kunnen ze bijdragen aan duurzamere bouwmaterialen.

Het doel van de samenwerking is om van deze inherente bijproducten van staalproductie, bruikbare grondstoffen te maken. Zo hoeven er minder nieuwe grondstoffen gewonnen te worden en wordt er minder CO₂ uitgestoten. Tegelijk ontstaat er meer keuze voor bouwbedrijven die duurzamer willen bouwen.

Pieter Roelofsen, Director Strategy, M&A and Partnerships bij Tata Steel Nederland:
“Met deze samenwerking willen we bijdragen aan schonere bouwmaterialen. Door slim gebruik te maken van deze inherente bijproducten van de staalproductie, een voorwaarde voor de succesvolle realisatie van ons Groen Staal Project, zetten we een stap richting een duurzamere industrie.”

Olivier Guise, Executive Director Strategy, Technology and Business Development bij Ecocem:
“Door samen te werken kunnen we materialen die nu nog weinig gebruikt worden, inzetten als alternatief voor traditioneel cement. Dat helpt om de uitstoot te verlagen en maakt de bouwsector duurzamer.”

donderdag 28 mei 2026

Luchtzuiveringssysteem van UHasselt-studenten wint prijs ‘Innovatie van het Jaar’ Vlajo Small Business Project

Het UHasselt-studententeam Brevon heeft de prijs voor ‘Innovatie van het Jaar’ gewonnen tijdens de Vlaamse finale van het Vlajo Small Business Project. Met Brevon ontwikkelden de studenten handelswetenschappen aan UHasselt een innovatief luchtzuiveringssysteem dat luchtkwaliteit monitort en optimaliseert in professionele binnenruimtes. Uit meer dan 800 projecten wisten de studenten de nationale jury te overtuigen. Voor UHasselt is dit al de achtste prijs in de Vlajo-finale in de voorbije zeven jaar. 

De prijs Innovatie van het Jaar tijdens de Vlaamse finale van het Small Business Project bekroont ieder jaar een studentenproject dat technologie, duurzaamheid en welzijn op een vernieuwende manier combineert. Brevon is een slim en modulair luchtzuiveringssysteem voor professionele binnenruimtes dat sensortechnologie, luchtzuivering en natuurlijke elementen zoals moswanden in één geïntegreerde oplossing combineert. De jury was bijzonder onder de indruk van de innovatieve aanpak, de sterke marktvisie en het professioneel uitgewerkte businessmodel van het team. 

“Met Brevon wilden we een oplossing ontwikkelen die niet alleen technologisch innovatief is, maar ook een echte impact heeft op het welzijn van mensen. Onze visie is ‘breathe better, work smarter’, zo willen we met onze technologie bijdragen aan gezondere en productievere werk- en leeromgevingen. Dat we met ons project deze erkenning krijgen van Vlajo is een enorme bevestiging voor het hele team. We zijn bijzonder dankbaar voor de begeleiding van UHasselt en trots dat we onze universiteit mochten vertegenwoordigen in deze Vlaamse finale”, zegt het Brevon-team. 

Naast Brevon was ook het UHasselt-studentenproject Braillou Vlaamse finalist in de Vlajo wedstrijd. Braillou ontwikkelde een educatief spel, aangepast aan de noden van kinderen met een visuele beperking en waren genomineerd voor de categorie 'ondernemers van het jaar', waarbij het accent ligt op operationele teams en hun ondernemende houding. Braillou ging tijdens de finale in Brussel naar huis met de juryprijs.

woensdag 27 mei 2026

Verduurzaming topprioriteit bedrijven, maar druk op uitvoering neemt toe

Duurzaamheid is voor Nederlandse bedrijven een topprioriteit, maar de uitvoering van plannen staat onder druk door hoge energieprijzen en geopolitieke onzekerheid. Ook de snelle afbouw van overheidssubsidies en de beperkte netcapaciteit helpen niet. Ondanks deze uitdagingen blijft de bereidheid om te investeren in verduurzaming groot. Twee derde ziet duurzame investeringen inmiddels als motor achter innovatie en concurrentiekracht, terwijl meer dan de helft verduurzaming belangrijk tot zelfs essentieel vindt om personeel aan te trekken. Dit blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van ING onder het management van Nederlandse bedrijven.

Inmiddels heeft 66% van de bedrijven duurzaamheid structureel verankerd in de strategie, het hoogste niveau sinds het eerste onderzoek zeven jaar geleden. Bijna driekwart verwacht de verduurzamings-inspanningen in 2026 verder op te voeren. Ook zijn de voorgenomen investeringen vaak vergroot vergeleken met vorig jaar. Die investeringen worden vooral gedreven door de eigen duurzame strategie, het terugdringen van energiekosten en het voldoen aan nationale en Europese wetgeving. Verduurzaming wordt daarbij steeds meer als strategisch instrument gezien om de concurrentiepositie te versterken.

Laurens de Vos, directeur Business Banking ING Nederland: “We zien dat investeringen in verduurzaming versnellen, omdat bedrijven de afhankelijkheid en hoge kosten van energie willen verminderen. Daarnaast merken de ondernemers dat duurzaamheid essentieel is geworden om te innoveren, groei te realiseren en medewerkers aan zich te binden. We doen dit onderzoek inmiddels 7 jaar en signaleren dat verduurzaming in wisselende snelheden gaat. Het ziet er naar uit dat bedrijven nu doorpakken en ik verwacht dat dit op een blijvend hoger niveau doorgaat. Waarbij het ook steeds meer om de kern van de bedrijfsactiviteiten gaat. Juist in deze onzekere tijden kiezen ondernemingen ervoor om te investeren in een duurzame, toekomstbestendige bedrijfsvoering.”

De zorgen over de haalbaarheid van de duurzaamheidsplannen nemen wel toe. De oorlog in het Midden-Oosten en het presidentschap van Donald Trump, stijgende energieprijzen en de verwachte inflatie, zetten de plannen en ook de algemene bedrijfsvoering onder druk, zo stelt 41% van de bedrijven. Het presidentschap van Trump zal volgens 27% de eigen bedrijfsactiviteiten beïnvloeden en deze groep verwacht daardoor minder te gaan exporteren naar de VS en meer te importeren uit Europa. Door de internationale spanningen zullen de inflatie en de rente stijgen, zegt circa 70%, wat invloed heeft op de financiering van duurzaamheid. Verder speelt de beperkte beschikbaarheid van capaciteit op het stroomnetwerk een steeds crucialere rol bij het actief realiseren van duurzame bedrijfsvoering.

Toch blijft het draagvlak groot: bijna acht op de tien bedrijven beschouwt verduurzaming als noodzakelijk. Daarnaast ziet 91 procent verduurzaming als belangrijke bijdrage aan de strategische autonomie van Nederland en Europa. Nederland en Europa blijven een leidende rol houden op het gebied van duurzame innovaties, zo verwachten de ondernemers. Nederland kan vooral op het gebied van duurzame energieopwekking meer competitief voordeel behalen: volgens bijna de helft in wind- en zonne-energie en 39% ziet voordelen in kernenergie.

Ook wordt duurzaamheid crucialer in de krappe arbeidsmarkt voor bedrijven: meer dan de helft noemt het zeer belangrijk of zelfs essentieel voor het aantrekken van personeel.

De Vos: “Groei van duurzame productinnovatie is momenteel tastbaarder dan het implementeren van AI in de bedrijfsvoering van deze Nederlandse mkb- en middelgrote bedrijven en het heeft dan ook een nog hogere prioriteit. Vrijwel alle ondernemers zien verduurzaming als een bijdrage aan de strategische autonomie van Nederland en Europa in de wereld.”

Het Kabinet Jetten zal volgens de helft van de ondernemers een positieve impact hebben op de verduurzaming in Nederland. En terwijl duurzaamheidplannen van de huidige regering vrijwel unaniem als goed worden bestempeld, stelt een ruime meerderheid dat deze niet haalbaar of zelfs onrealistisch zijn. Knelpunten zijn de inconsistentie van het beleid en het te snel afbouwen van subsidies waarvan er al te weinig zijn. Het plannen en opschalen van langetermijninvesteringen is daardoor lastig.

“Zo kunnen ondernemers met een circulair bedrijfsmodel dit jaar op een stuk minder subsidies rekenen en ook zijn stimulansen voor elektrisch rijden voor bedrijven fors afgebouwd. Bied als overheid aan bedrijven een duidelijk en consistenter beleid over de jaren, waarbij de investeringen terugverdiend kunnen worden", aldus De Vos.

De verduurzamingsinvesteringen worden door de bedrijven vooral uit eigen middelen gefinancierd (45%), vervolgens via bankfinanciering en lease (25%), investeerders (17%) en slechts 14% via subsidies (vorig jaar 26%). Meer bedrijven zijn met hun bank actief bezig met een verduurzamingsplan (82%). De meerderheid staat positief tegenover het stellen van ESG‑criteria door banken.
Duurzaamheid is voor Nederlandse bedrijven een topprioriteit, maar de uitvoering van plannen staat onder druk door hoge energieprijzen en geopolitieke onzekerheid. Ook de snelle afbouw van overheidssubsidies en de beperkte netcapaciteit helpen niet. Ondanks deze uitdagingen blijft de bereidheid om te investeren in verduurzaming groot. Twee derde ziet duurzame investeringen inmiddels als motor achter innovatie en concurrentiekracht, terwijl meer dan de helft verduurzaming belangrijk tot zelfs essentieel vindt om personeel aan te trekken. Dit blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van ING onder het management van Nederlandse bedrijven.

Inmiddels heeft 66% van de bedrijven duurzaamheid structureel verankerd in de strategie, het hoogste niveau sinds het eerste onderzoek zeven jaar geleden. Bijna driekwart verwacht de verduurzamings-inspanningen in 2026 verder op te voeren. Ook zijn de voorgenomen investeringen vaak vergroot vergeleken met vorig jaar. Die investeringen worden vooral gedreven door de eigen duurzame strategie, het terugdringen van energiekosten en het voldoen aan nationale en Europese wetgeving. Verduurzaming wordt daarbij steeds meer als strategisch instrument gezien om de concurrentiepositie te versterken.

Laurens de Vos, directeur Business Banking ING Nederland: “We zien dat investeringen in verduurzaming versnellen, omdat bedrijven de afhankelijkheid en hoge kosten van energie willen verminderen. Daarnaast merken de ondernemers dat duurzaamheid essentieel is geworden om te innoveren, groei te realiseren en medewerkers aan zich te binden. We doen dit onderzoek inmiddels 7 jaar en signaleren dat verduurzaming in wisselende snelheden gaat. Het ziet er naar uit dat bedrijven nu doorpakken en ik verwacht dat dit op een blijvend hoger niveau doorgaat. Waarbij het ook steeds meer om de kern van de bedrijfsactiviteiten gaat. Juist in deze onzekere tijden kiezen ondernemingen ervoor om te investeren in een duurzame, toekomstbestendige bedrijfsvoering.”

De zorgen over de haalbaarheid van de duurzaamheidsplannen nemen wel toe. De oorlog in het Midden-Oosten en het presidentschap van Donald Trump, stijgende energieprijzen en de verwachte inflatie, zetten de plannen en ook de algemene bedrijfsvoering onder druk, zo stelt 41% van de bedrijven. Het presidentschap van Trump zal volgens 27% de eigen bedrijfsactiviteiten beïnvloeden en deze groep verwacht daardoor minder te gaan exporteren naar de VS en meer te importeren uit Europa. Door de internationale spanningen zullen de inflatie en de rente stijgen, zegt circa 70%, wat invloed heeft op de financiering van duurzaamheid. Verder speelt de beperkte beschikbaarheid van capaciteit op het stroomnetwerk een steeds crucialere rol bij het actief realiseren van duurzame bedrijfsvoering.

Toch blijft het draagvlak groot: bijna acht op de tien bedrijven beschouwt verduurzaming als noodzakelijk. Daarnaast ziet 91 procent verduurzaming als belangrijke bijdrage aan de strategische autonomie van Nederland en Europa. Nederland en Europa blijven een leidende rol houden op het gebied van duurzame innovaties, zo verwachten de ondernemers. Nederland kan vooral op het gebied van duurzame energieopwekking meer competitief voordeel behalen: volgens bijna de helft in wind- en zonne-energie en 39% ziet voordelen in kernenergie.

Ook wordt duurzaamheid crucialer in de krappe arbeidsmarkt voor bedrijven: meer dan de helft noemt het zeer belangrijk of zelfs essentieel voor het aantrekken van personeel.

De Vos: “Groei van duurzame productinnovatie is momenteel tastbaarder dan het implementeren van AI in de bedrijfsvoering van deze Nederlandse mkb- en middelgrote bedrijven en het heeft dan ook een nog hogere prioriteit. Vrijwel alle ondernemers zien verduurzaming als een bijdrage aan de strategische autonomie van Nederland en Europa in de wereld.”

Het Kabinet Jetten zal volgens de helft van de ondernemers een positieve impact hebben op de verduurzaming in Nederland. En terwijl duurzaamheidplannen van de huidige regering vrijwel unaniem als goed worden bestempeld, stelt een ruime meerderheid dat deze niet haalbaar of zelfs onrealistisch zijn. Knelpunten zijn de inconsistentie van het beleid en het te snel afbouwen van subsidies waarvan er al te weinig zijn. Het plannen en opschalen van langetermijninvesteringen is daardoor lastig.

“Zo kunnen ondernemers met een circulair bedrijfsmodel dit jaar op een stuk minder subsidies rekenen en ook zijn stimulansen voor elektrisch rijden voor bedrijven fors afgebouwd. Bied als overheid aan bedrijven een duidelijk en consistenter beleid over de jaren, waarbij de investeringen terugverdiend kunnen worden", aldus De Vos.

De verduurzamingsinvesteringen worden door de bedrijven vooral uit eigen middelen gefinancierd (45%), vervolgens via bankfinanciering en lease (25%), investeerders (17%) en slechts 14% via subsidies (vorig jaar 26%). Meer bedrijven zijn met hun bank actief bezig met een verduurzamingsplan (82%). De meerderheid staat positief tegenover het stellen van ESG‑criteria door banken.

dinsdag 26 mei 2026

Aankondiging procedure intrekking vergunning Kooksgasfabrieken Tata Steel

Namens de provincie Noord-Holland, bevoegd gezag voor de vergunningen Tata Steel, heeft de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) Tata Steel aangekondigd dat zij een ontwerp-intrekkingsbesluit voorbereidt voor de intrekking van de vergunningen van kooksgasfabriek 1 (KGF1) en kooksgasfabriek 2 (KGF2).

Aanleiding hiervoor zijn structurele overschrijdingen van milieunormen, waaronder een te hoge uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Deze stoffen zijn schadelijk voor het milieu en voor de gezondheid.

Ondanks eerdere maatregelen zijn de overtredingen niet beëindigd. Ook is gebleken dat het niet aannemelijk is dat binnen afzienbare tijd aan de geldende normen kan worden voldaan. De Omgevingsdienst heeft Tata Steel geïnformeerd over deze vervolgstap.

Eerder heeft de OD NZKG Lasten onder Dwangsom (LOD) opgelegd om het bedrijf de gelegenheid te geven de emissies binnen de gegeven termijn in overeenstemming met de regels te brengen. Het bedrijf heeft daarvan geen gelegenheid gemaakt. Daarnaast blijkt uit gesprekken met het bedrijf dat aannemelijk is dat er geen reële mogelijkheid voor het bedrijf is om, zelfs na afloop van de reeds gegeven termijn, alsnog de emissies binnen een redelijke termijn met de in de LOD’s genoemde regels in overeenstemming te brengen.

Op grond van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht LHSO bepaalt de OD NZKG de vervolgstap aan de hand van de ernst en duur van de overtreding. Deze strategie verplicht tot strengere maatregelen als lichtere maatregelen onvoldoende werken. Intrekking van de vergunningen is in dit geval de volgende stap in het handhavingstraject.

Eerder is in verband met overschrijdingen van emissiegrenswaarden een procedure gestart die kan leiden tot intrekking van de vergunning voor de kooksgasfabriek 2. In december 2024 heeft de OD NZKG een aanzegging tot herstel van overtredingen naar Tata Steel gestuurd. Tata Steel heeft een jaar de gelegenheid gekregen tot herstel. De OD NZKG voert inspecties bij de KGF2 uit om te verifiëren of de overtredingen zijn hersteld.

Jeroen Olthof, gedeputeerde milieu en gezonde leefomgeving: “Voor een mogelijke intrekking van de vergunningen voor de kooksgasfabrieken 1 en 2 wordt een zorgvuldige procedure gevolgd. We begrijpen dat dit onzekerheid met zich meebrengt voor Tata Steel en de medewerkers van het bedrijf. Voorop staat dat de fabrieken aan de wet- en regelgeving moeten voldoen. Als blijkt dat de verouderde kooksgasfabrieken niet meer daaraan kunnen voldoen, zal het bevoegd gezag moeten besluiten over intrekking van de vergunningen. Het bevoegd gezag wil ook in de vervolgstappen zorgvuldig te werk gaan. Vooruitlopend op definitieve besluitvorming over intrekking van de vergunningen doet de OD NZKG onderzoek naar een redelijk termijn om te kunnen komen tot het gecontroleerd stilleggen van beide kooksgasfabrieken”.

vrijdag 22 mei 2026

'Bescherm de bevolking tegen de toenemende gezondheidsrisico’s van klimaatverandering'

Het klimaat verandert en dat gaat sneller dan gedacht. Met het huidige beleid is de bevolking onvoldoende beschermd tegen de toenemende gezondheidsrisico’s van klimaatverandering. De Gezondheidsraad en de Wetenschappelijke Klimaatraad doen in een gezamenlijk advies omdat de klimaatgerelateerde gezondheidsrisico’s hier groter zijn.

De raden adviseren te beginnen bij groepen die zich moeilijk aan klimaatverandering kunnen onttrekken of aanpassen. Ook Caribisch Nederland verdient prioriteit

Door klimaatverandering verandert de leefomgeving, met grotere en nieuwe gezondheidsrisico’s als gevolg. Mensen worden steeds meer blootgesteld aan hoge temperaturen, uv-straling, zomersmog en pollen. Dit leidt tot een hoger risico op bijvoorbeeld hittestress, huidkanker en hooikoorts. Daarnaast neemt het risico op uitbraken van bestaande en nieuwe infectieziekten toe. Ook neemt de kans op hittegolven, extreme neerslag en natuurrampen toe, met gevolgen voor de fysieke en mentale gezondheid. De raden constateren dat er in het huidige beleid nog weinig aandacht is voor het beperken van klimaatgerelateerde gezondheidsrisico’s en voor de voorbereiding op nieuwe infectieziekten, extreem weer en rampen.

Sommige groepen lopen meer risico op gezondheidsschade door klimaatverandering dan andere. Hierbij gaat het vooral om groepen die zich moeilijk kunnen onttrekken of aanpassen aan klimaatverandering. Dit zijn bijvoorbeeld mensen die beperkte middelen of mogelijkheden hebben om hun huurhuis klimaatbestendig te maken, of kinderen in een warm schoolgebouw. Hierdoor worden onrechtvaardige gezondheidsverschillen.

In het Caribisch deel van Nederland, de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zijn de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering ernstiger en meer divers. Dat komt onder meer door het steeds warmere klimaat, met toenemende kans op infectieziekten en extreem weer zoals zware orkanen en  aardverschuivingen. Bovendien kunnen in Caribisch Nederland veel mensen zich niet onttrekken aan de gezondheidsrisico’s vanwege beperkte basisvoorzieningen en lage inkomens.

De raden concluderen dat met het huidige beleid de gezondheidsrisico’s door klimaatverandering verder zullen toenemen. Ze adviseren preventief beleid te ontwikkelen om de bevolking beter te beschermen en om voorbereid te zijn op nieuwe risico’s. Daarbij verdienen hoogrisicogroepen en Caribisch Nederland prioriteit.

Voor het beleid is structurele financiering en organisatie nodig. Ook is samenhang tussen beleidsdoelen en samenwerking tussen beleidsterreinen belangrijk. Zo kunnen bijvoorbeeld woningen zowel energiezuinig als hittebestendig worden gemaakt.

De raden doen concrete aanbevelingen waarmee nu kan worden gestart. Zo adviseren ze om woningen,
woonwijken, scholen en gebouwen voor langdurige zorg bestendig te maken tegen hitte en wateroverlast, en te beginnen bij de plekken waar mensen de hoogste gezondheidsrisico’s lopen. Volgens de raden is ook beleid nodig om werknemers beter te beschermen tegen toenemende blootstelling aan hitte, uv-straling en infectierisico’s. Verder is meer kennis nodig over de gezondheidsrisico’s van klimaatverandering, en betere monitoring van bijvoorbeeld nieuwe infectieziekten. Ook is het belangrijk om de weerbaarheid van de samenleving te versterken en de zorgsector voor te bereiden op risico’s door bijvoorbeeld extreem weer, uitbraken van (nieuwe) infectieziekten en rampen.

donderdag 21 mei 2026

Kia-partner The Ocean Cleanup breidt plasticopvang in Los Angeles uit

Kia Corporation en The Ocean Cleanup breiden hun samenwerking uit in de agglomeratie Los Angeles om er plastic afval uit rivieren te onderscheppen voordat het in de Stille Oceaan belandt. De opvangsystemen worden naar verwachting vóór de start van de Olympische Spelen van LA28 operationeel en ingezet in de Los Angeles River en de San Gabriel River.

De uitbreiding maakt deel uit van het internationale 30 Cities Program van The Ocean Cleanup. Met dit programma wil de organisatie tegen het einde van dit decennium wereldwijd een derde van het plastic uit rivieren opvangen. Uit onderzoek van The Ocean Cleanup blijkt dat via de rivieren rond Los Angeles jaarlijks tussen de 380 en 570 ton plastic in zee terechtkomt. Wereldwijd zijn slechts 1.000 van de circa drie miljoen rivieren verantwoordelijk voor bijna 80 procent van de aanvoer van plastic naar de oceanen.

De nieuwe installaties in Los Angeles bouwen voort op het succes van Interceptor 007 in het nabijgelegen Ballona Creek, die sinds 2024 al 386.945 pond afval heeft opgevangen. Samen vormen de systemen straks op drie locaties in de agglomeratie Los Angeles een gecoördineerd netwerk dat de regionale kustlijn beter moet beschermen.

Kia is sinds 2022 wereldwijd partner van The Ocean Cleanup en ondersteunt de non-profitorganisatie bij de ontwikkeling van schaalbare oplossingen tegen plasticvervuiling in zeeën en oceanen. Kia biedt financiële support, technische expertise en materiële ondersteuning op het gebied van logistiek, mobiliteit en onderzoek. Kia werkt ook samen met The Ocean Cleanup aan het verwerken van opgevangen plastics in nieuwe materialen. Die samenwerking heeft inmiddels al concrete resultaten opgeleverd, waaronder een kofferbakmat voor de Kia EV3.

woensdag 20 mei 2026

Onderzoek gestart naar emissievrij treinvervoer op noordelijke spoorlijnen

ProRail start samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincies Fryslân en Groningen een onderzoek naar de beste oplossing voor emissievrij treinvervoer op de noordelijke regionale spoorlijnen. In het najaar van 2026 wordt een definitieve keuze gemaakt voor duurzaam treinvervoer in Noord-Nederland.

De noordelijke regionale spoorlijnen hebben samen een lengte van zo'n 250 kilometer en zijn niet geëlektrificeerd. Op dit moment rijden hier dieseltreinen. In de Klimaatwet is vastgelegd dat het spoorvervoer in Nederland uiterlijk in 2050 klimaatneutraal moet zijn.

In december 2035 start de nieuwe regionale treinconcessie voor de Noordelijke lijnen. Dat is een logisch moment om over te stappen op volledig emissievrij treinvervoer. Veel van de huidige dieseltreinen zijn dan aan het einde van hun levensduur. Daarom hebben Rijk en regio afgesproken om in het najaar een definitieve keuze maken voor de manier waarop de reizigerstreinen op deze lijnen straks worden aangedreven.

In het nieuwe onderzoek brengen de betrokken partijen in kaart welke combinatie van materieel en energievoorziening het meest geschikt is. De scenario’s worden beoordeeld op gevolgen voor infrastructuur, materieel, uitvoering, kosten en toekomstbestendigheid.
Gelijk- versus wisselstroom

Het verschil tussen 1500 volt gelijkstroom en 25 kilovolt wisselstroom zit vooral in efficiëntie en prestaties. Het 1500 volt-systeem, dat in het overgrote deel van Nederland wordt gebruikt, vereist veel onderstations, omdat de spanning sneller afneemt over langere afstanden. Het 25kV-systeem, dat gebruikt wordt op de HSL Zuid en de Betuweroute, is efficiënter, heeft minder onderstations nodig en levert meer vermogen, maar vraagt zwaardere transformatoren aan boord van de trein.

“Batterijtreinen kennen we in Nederland eigenlijk nog niet”, vertelt Michiel Deerenberg, programmamanager Innovatie & Technologische Vernieuwing bij ProRail. “In de ons omringende landen rijden ze al en je ziet het concept sterk opkomen. Het grote voordeel is dat je met veel minder laadinfrastructuur toch de stap naar emissievrij rijden maakt. Het belangrijkste verschil tussen batterijtreinen die opladen via 1500V gelijkstroom en 25kV wisselstroom zit daarbij in de oplaadsnelheid, de infrastructuur en het gewicht van de trein.”
Gezamenlijke ambitie

De betrokken partijen hebben een gezamenlijke ambitie. “De trein is een onmisbare schakel in het openbaar vervoer in Fryslân. We willen het spoorvervoer verduurzamen op een manier die past bij onze regionale lijnen en reizigers,” zegt Matthijs de Vries, gedeputeerde van de provincie Fryslân.Erik Jan Bennema, gedeputeerde van de provincie Groningen: “Samen met het Rijk en ProRail onderzoeken we welke oplossing het meest toekomstbestendig is. Zo werken we stap voor stap aan een schoon en betrouwbaar spoor in Noord-Nederland.”

Ook ProRail benadrukt het belang van samenwerking. “De overgang naar emissievrij spoorvervoer vraagt om slimme keuzes in materieel en infrastructuur. Door dit gezamenlijk te onderzoeken, kunnen we bepalen wat het beste werkt voor de treindiensten op deze lijnen én houden we het spoorvervoer betaalbaar”, zegt Danou Veenhof, regiodirecteur Noord-Oost van ProRail.

dinsdag 19 mei 2026

Cement bakken met stroom kan uitstoot reduceren

Onderzoekers en bedrijven werken aan een opvallend idee om de enorme CO₂-uitstoot van cementproductie drastisch terug te dringen: cement “bakken” met elektriciteit in plaats van fossiele brandstoffen. Dat zou een grote doorbraak kunnen zijn voor de bouwsector, want cementproductie is wereldwijd verantwoordelijk voor ongeveer 8 procent van alle uitstoot van broeikasgassen.  

Het probleem zit vooral in de traditionele productie van portlandcement. Daarbij worden kalksteen en klei verhit tot temperaturen van ongeveer 1.400 graden Celsius, meestal met kolen of gas. Dat kost enorm veel energie én veroorzaakt extra uitstoot doordat kalksteen tijdens het proces zelf CO₂ vrijlaat.  

Nieuwe elektrische productiemethoden moeten dat veranderen. In plaats van fossiele ovens gebruiken bedrijven elektrische verhitting, bijvoorbeeld via industriële e-heaters of andere elektrische ovens. Als die stroom afkomstig is van duurzame bronnen zoals zon en wind, kan de uitstoot sterk dalen. Sommige projecten claimen zelfs energiebesparingen tot 90 procent ten opzichte van traditionele cementfabrieken.  

maandag 18 mei 2026

Carl Berlo nieuwe CEO Milieu Service Groep

Milieu Service Groep, het grootste afvalplatform van Nederland, heeft per 4 mei Carl Berlo aangesteld als nieuwe CEO. Berlo komt over van 247TailorSteel, waar hij als CEO een sterke internationale groei realiseerde. Met zijn komst zet Milieu Service Groep in op verdere groei in Nederland en daarbuiten.

Berlo brengt ruim twintig jaar ondernemerschap mee. Bij 247TailorSteel verdrievoudigde het bedrijf onder zijn leiding in vijf jaar in zowel omzet als productiecapaciteit, en breidde hij het bedrijf uit van twee naar zes vestigingen in Nederland, België en Duitsland. Daarvoor was hij vijftien jaar CEO van het verwarmingsbedrijf ATAG Heating. Serge Flantua, CFO van Milieu Service Groep, over de aanstelling: “Met de aanstelling van Carl Berlo zetten we een belangrijke volgende stap voor Milieu Service Groep. Zijn ondernemerschap, internationale ervaring en bewezen vermogen om bedrijven te laten groeien sluiten naadloos aan op onze ambities: blijven groeien in Nederland en stappen zetten over de grens. We hebben er alle vertrouwen in dat Carl die ambitie met ons gaat waarmaken.”

Milieu Service Groep groeide de afgelopen jaren sterk door autonome ontwikkeling, strategische overnames en uitbreiding van het partnernetwerk. De organisatie verzorgt het afvalmanagement voor 40.000 zakelijke klanten via een in eigen beheer ontwikkeld platform dat afvalstromen koppelt aan het meest geschikte netwerk van inzamelaars en verwerkers. Onder leiding van Berlo zet de groep nog dit jaar de volgende stap: uitbreiding richting Duitsland én België.

vrijdag 15 mei 2026

Hitteonderzoek: groen vraagt in 2050 dezelfde aandacht als wegen en woningen

Alleen bomen planten is niet genoeg om steden koel te houden. In de strijd tegen hitte moeten parken en bomen in de toekomst net zo'n vaste plek krijgen in het stedelijk beleid als bijvoorbeeld wegen en woningen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek naar de hittebestendigheid van Vlaardingen, waarin de ontwikkeling van hitte is doorgerekend tot 2050.

In het onderzoek nemen wetenschappers Arka Bhattacharyya (TU Delft) en Sylvia Bergh (Erasmus Universiteit Rotterdam), samen met onderzoeksassistent Lukas van der Wolf (TU Delft), de hittebestendigheid van Vlaardingen in de komende decennia onder de loep.

Hun rapport, dat duizenden verschillende toekomstscenario's doorrekent, laat zien dat de temperatuur in dichtbebouwde wijken tijdens hittegolven tot wel vier graden hoger kan oplopen dan in het omliggende gebied. Vooral het stadscentrum en havenwijken blijken kwetsbaar voor het zogenoemde 'urban heat island'-effect.

De gemeente Vlaardingen heeft ambitieuze vergroeningsplannen, met onder meer meer bomen en schaduwrijke plekken. Die plannen zijn in het onderzoek 'gestresstest' met behulp van een zogeheten Decision Making under Deep Uncertainty-model, dat allerlei mogelijke toekomsten simuleert — van extreme hitte tot budgettekorten en bevolkingsgroei.

Daaruit blijkt dat veel plannen kwetsbaar zijn. Als onderhoud achterblijft of dode bomen niet tijdig worden vervangen, verdwijnt het verkoelende effect snel. In sommige scenario's neemt hitte ondanks vergroening zelfs toe.

Stedelijk groen is volgens de onderzoekers vergelijkbaar met infrastructuur: het vergt structurele financiering en planning. Een belangrijke aanbeveling aan de gemeente Vlaardingen luidt dan ook: benader bomen en parken net als wegen en woningen.

Het rapport onderstreept dat hitte een groeiend, maar vaak onderschat klimaatrisico is in Nederland. Hittegolven zullen door klimaatverandering intensiever worden, vaker voorkomen en langer aanhouden.

Dat heeft gevolgen voor de leefbaarheid van steden en het welzijn en de gezondheid van bewoners. Kwetsbare groepen — zoals ouderen, kinderen, zwangeren en mensen met een laag inkomen — lopen daarbij het grootste risico.

De onderzoekers pleiten daarom voor een bredere aanpak. Naast vergroening zijn ook maatregelen nodig zoals hittemonitoring met sensoren, aangepaste bouwmaterialen en betere integratie van klimaatbeleid in stedelijke planning.

Zo wapenen steden zich niet alleen tegen extreme hitte met vergroening, maar met veerkrachtig beleid dat bestand is tegen onzekerheid.

woensdag 13 mei 2026

Studententeam Polar onthult GENTOO, de vernieuwde rover voor Antarctisch milieuonderzoek

Na 3,5 jaar innoveren komt studententeam Polar van de Technische Universiteit Eindhoven goed beslagen ten ijs. Op 13 mei onthult het team zijn tweede prototype rover genaamd GENTOO, de opvolger van rover Ice Cube uit 2023. Met deze volledig nieuwe en verbeterde versie kan Team Polar zijn ultieme missie voltooien: duurzaam milieuonderzoek doen én stimuleren op Antarctica.

De naam GENTOO is geïnspireerd op de arctische Gentoo-pinguïn en een knipoog naar ‘generation two’ als opvolger van Ice Cube, het eerste prototype van studententeam Polar. Die onderging 3,5 jaar geleden al een geslaagde vuurdoop in de Noorse sneeuw. Maar om de nóg extremere weersomstandigheden op Antarctica te trotseren, was volgens het team een compleet nieuwe rover nodig.

Ruim twee jaar besteedden de studenten aan een volledige upgrade: ze ontwierpen een veersysteem om het Antarctische landschap te doorkruisen, ontwikkelden grotere wielen, verplaatsten de zonnepanelen en installeerden een accu die bestand is tegen temperaturen tot -40 graden. Kortom, alles is heruitgevonden. Daarmee is deze tweede generatie rover klaar voor de koudste plekken op onze planeet. 

Volgend jaar zal GENTOO autonoom onderzoek uitvoeren op Antarctica om te demonstreren dat dit op een duurzame manier mogelijk is. Uiteindelijk moet het voertuig in staat zijn om waardevolle gegevens te verzamelen over de gevolgen van en de factoren achter klimaatverandering. Gegevens die alleen kunnen worden verzameld in extreem koude en afgelegen gebieden, zoals de Noordelijke IJszee, Antarctica en de oudste gletsjers.

Onderzoek doen op die plekken is vaak inefficiënt en vereist dure en niet-duurzame methoden. Studententeam Polar wil hier met zijn rover een oplossing voor bieden. Daarom is GENTOO in december 2025 met succes getest in Zweden en zal het nog meer testritten maken, onder andere naar Svalbard in Noorwegen. Dat ligt dicht bij Antarctica, waar de definitieve missie eind 2027 gepland staat.

Om zo’n avontuurlijke maar uiterst serieuze missie mogelijk te maken, werkt het team samen met verschillende grote internationale poolorganisaties, waaronder het Dutch Polar Program, SCAR (Scientific Committee on Antarctic Research), AntartiQ en de European Polar Board.

Op woensdag 13 mei wordt GENTOO officieel onthuld op de TU/e campus. Het perfecte moment om de rover van dichtbij te bekijken, kennis te maken met het indrukwekkende team van vijftig leden (met achttien verschillende nationaliteiten) en vragen te stellen over hun werk aan de rover.

maandag 11 mei 2026

Plastic afval wordt mogelijk nieuwe bron van schone brandstof dankzij zonlicht

Onderzoekers hebben een techniek ontwikkeld waarmee plastic afval met behulp van zonlicht kan worden omgezet in brandstoffen zoals waterstof, syngas en andere waardevolle chemische stoffen. Daarmee kan plastic volgens wetenschappers veranderen van milieuprobleem in een potentiële energiebron.  

Wereldwijd wordt jaarlijks meer dan 460 miljoen ton plastic geproduceerd, waarvan een groot deel eindigt op stortplaatsen of in het milieu. Tegelijk groeit de vraag naar duurzame alternatieven voor fossiele brandstoffen. Volgens onderzoekers van de University of Adelaide biedt de nieuwe methode een oplossing voor beide problemen.  

De techniek maakt gebruik van zogeheten fotokatalysatoren die zonlicht opvangen en de lange polymeerketens in plastic afbreken. Daarbij komen onder meer waterstof, organische zuren en zelfs dieselachtige stoffen vrij. In sommige experimenten bleef het systeem meer dan 100 uur stabiel draaien.  

Toch zijn er nog uitdagingen voordat de technologie op grote schaal kan worden ingezet. Plastic afval bestaat uit veel verschillende soorten materialen en additieven, wat verwerking lastig maakt. Ook moeten de katalysatoren efficiënter en goedkoper worden om commerciële toepassing haalbaar te maken.  

De onderzoekers zien de technologie vooral als een stap richting een circulaire economie, waarin plastic niet langer wordt weggegooid, maar opnieuw wordt ingezet als grondstof voor energie en chemische producten.

vrijdag 8 mei 2026

Niet alle biobased plastics zijn biologisch afbreekbaar, en dat hoeft ook niet

Onderzoeker Maarten van der Zee legt uit wat het verschil is tussen biobased en biologisch afbreekbaar plastic. Samen met zijn team ontwikkelt hij een nieuwe test om de afbreekbaarheid van plastic te meten, met het oog op een duurzamere en schone toekomst.

Niet elk biobased product is biologisch afbreekbaar. Een draagtas van bio-polyethyleen is duurzamer, want de uitstoot van het productieproces ligt lager. Maar wie zo’n bio-boodschappentas in het bos verliest, kan grofweg 2.000 jaar later de resten nog terugvinden. Begrijpelijk dus dat Van der Zee aan het begin van het gesprek meteen even duidelijk maakt waar we het nu precies over hebben. Hij ontwikkelt met zijn team namelijk een nieuwe methode om biologische afbreekbaarheid te meten – een belangrijke stap in de richting van plastics die niet alleen duurzamer zijn, maar ook veiliger voor het milieu.

Hoe kan het dat plastics die zijn gemaakt van zetmeel, suiker of zelfs houtvezels niet afbreken in de natuur? Dat heeft te maken met het feit dat ‘plastic’ een materiaaltype is, zoals metaal of keramiek. Anders gezegd: al die materialen die we onder de noemer ‘plastic’ scharen, worden vooral getypeerd door hun plasticiteit; het feit dat het zich in allerlei vormen laten gieten, buigen of blazen. Verder kunnen plastics juist behoorlijk sterk van elkaar verschillen. Een hard legoblokje is gemaakt van ABS, een hard plastic dat lang meegaat; terwijl een boterhamzakje juist licht en elastisch is.

“Dat betekent niet dat plastics naast biobased ook allemaal biologisch afbreekbaar moeten zijn”
Als je een boodschappentas van biobased polyethyleen maakt, verandert de chemische samenstelling niet. Net als fossiele polyethyleen, is de biobased variant opgebouwd uit kettingen ethyleenmoleculen. Het verschil zit in de grondstof waaruit die bouwsteen is gewonnen. Ethyleen komt normaliter uit aardolie, een fossiele bron, maar het kan ook uit suikerriet worden gehaald. Dat maakt de productie duurzamer, maar het betekent niet dat je de tas nu wel kunt laten slingeren. Biobased of niet, de natuur weet zich geen raad met polyethyleen. 

‘Dat betekent echter niet dat plastics naast biobased ook nog eens allemaal biologisch afbreekbaar zouden moeten zijn,’ zegt Van der Zee. ‘Er zijn producten die lang mee moeten gaan en goed bestand moeten zijn tegen verweer, denk bijvoorbeeld aan raamkozijnen of een regenton. Voor die producten kan niet-afbreekbaar plastic de juiste keuze zijn.’

donderdag 7 mei 2026

TAUW-project ‘PFAS zuivering door schuimfractionering met surfactants’ genomineerd voor de Vernufteling

TAUW dingt mee naar de ingenieursaward De Vernufteling met een innovatief project voor het verwijderen van PFAS uit bodem- en grondwater. Het project ‘PFAS zuivering door schuimfractionering met surfactants’, uitgevoerd in samenwerking met saneringsaannemer NTP, laat zien hoe een slimme, vernieuwende zuiveringstechniek kan bijdragen aan het oplossen van één van de meest urgente milieuproblemen van dit moment.

PFAS vormen een groeiend maatschappelijk probleem. PFAS zijn extreem persistente stoffen die lastig te verwijderen zijn uit (grond)water, met name als het gaat om korte‑keten PFAS. TAUW ontwikkelde een techniek waarbij met surfactants gestimuleerde schuimfractionering wordt toegepast in een conventioneel beluchtingssysteem. Door de toevoeging van specifieke surfactants hechten PFAS zich effectief aan het lucht‑wateroppervlak en kunnen ze als schuim worden afgescheiden.

In een veldpilot bij een bestaande grondwaterzuivering in Doetinchem is aangetoond dat deze aanpak meer dan 98% van zowel lange als korte keten PFAS kan verwijderen. Door schuimfractionering in te zetten als voorzuivering wordt de belasting van nageschakelde zuiveringsstappen, zoals actief kool of ionenwisselaars, sterk verminderd. Dit leidt tot lagere kosten, minder reststromen en een beter milieurendement.

De techniek is direct toepasbaar in bestaande en nieuwe zuiveringsinstallaties, is hoog efficiënt voor lange én korte PFAS-ketens en vormt een veelbelovende stap richting betaalbare en schaalbare PFAS‑sanering.

De Vernufteling wordt sinds 2005 jaarlijks uitgereikt aan het advies- of ingenieursbureau dat het meest vindingrijke project inzendt. NLingenieurs en tijdschrift De Ingenieur organiseren de Vernufteling. Op 11 juni 2026 vindt de awarduitreiking plaats.

TAUW maakt kans op de publieksprijs en juryprijs. Stemmen voor de publieksprijs kan tot en met 8 mei 2026 op de site van De Vernufteling via onderstaande button.

woensdag 6 mei 2026

Donald Pols vertrekt bij Milieudefensie

Algemeen directeur Donald Pols gaat Milieudefensie verlaten. Hij heeft besloten in dienst te treden bij Tata Steel als directeur duurzaamheid.

Dit vertrek naar een bedrijf op wiens vervuiling Milieudefensie zich richt is in de ogen van de Raad van Toezicht (RvT) onverenigbaar met het voortzetten van het directeurschap bij Milieudefensie tot de indiensttreding bij zijn nieuwe werkgever in juni.

Marty Smits, voorzitter van de RvT: “Wij zijn verrast door het vertrek van Donald Pols en zeer teleurgesteld in zijn keuze om naar Tata Steel te gaan, een van de grootste vervuilers van Nederland. Wij nemen daarom per direct afscheid van hem als algemeen directeur. Milieudefensie spreekt bedrijven aan op hun verantwoordelijkheden. Wij zijn gedreven door wetenschap, kritisch en onverzettelijk. We zijn pas tevreden wanneer alle grote vervuilers Paris Proof zijn. Daarbij zoeken we actief de dialoog, maar behouden we altijd onze onafhankelijkheid. Wij hebben dan ook geen begrip voor deze keuze van Donald Pols.”

Milieudefensie strijdt onverminderd voor klimaatrechtvaardigheid. Zij blijft grote vervuilende bedrijven wijzen op hun verantwoordelijkheid om gevaarlijke klimaatverandering te stoppen. Op korte termijn zal de RvT een interim-algemeen directeur aanstellen om samen met zakelijk directeur Jessica Mahn en het managementteam de werkzaamheden van Pols over te nemen. Vervolgens wordt een permanente opvolger gezocht.

dinsdag 5 mei 2026

Duurzaam syngas kan fossiele afhankelijkheid Rotterdamse chemie halveren

De Rotterdamse chemische industrie kan in 2050 tot wel 50% minder fossiele grondstoffen nodig hebben. Dat blijkt uit nieuw onderzoek naar een grootschalige, duurzame syngasketen. Daarmee ligt er een concreet perspectief op een toekomstbestendige en circulaire haven.

De haven van Rotterdam vormt al decennia het kloppend hart van de Noordwest-Europese grondstoffenstromen. Hier worden de basismaterialen verwerkt die we dagelijks gebruiken: van verpakkingen en bouwmaterialen tot medicijnen. Maar die sterke positie heeft ook een keerzijde. De chemische industrie leunt zwaar op aardolie en aardgas, en dat maakt haar kwetsbaar. De recente wereldwijde schaarste en prijsstijgingen laten dat elke dag zien.

De omslag naar een duurzame en circulaire basischemie is daarom geen vrijblijvende ambitie meer, maar een noodzaak. Tegelijkertijd biedt die transitie een strategische kans voor Zuid-Holland. In opdracht van de provincie is onderzocht hoe een alternatieve grondstof – syngas – hierbij kan helpen. Het resultaat: een duidelijke route richting een toekomstbestendige chemiesector (opent in nieuw venster).

De chemische industrie gebruikt nu vooral aardolie en aardgas als basis voor haar producten. Met de techniek van vergassing kunnen afvalstromen en biomassa worden omgezet in syngas: een veelzijdig gas dat kan dienen als nieuwe duurzame bouwsteen voor de chemie.

Het onderzoek laat zien dat syngas niet alleen duurzaam is, maar ook op grote schaal kan worden geproduceerd. Zelfs zo grootschalig, dat het in 2050 tot de helft van de fossiele grondstoffen in de Rotterdamse chemie kan vervangen. Daarmee wordt de industrie minder afhankelijk van olie en gas, en krijgt circulair grondstoffengebruik echt vorm.

Volgens Arne Weverling, gedeputeerde haven en industrie, vraagt duurzaam syngas om ambitie en samenwerking. "Als we succesvol willen zijn met duurzaam syngas, dan moeten we het grootschalig aanpakken. Dat komt naar voren uit dit onderzoek", zegt hij. "Ik nodig partijen uit om samen de volgende stap te zetten en het idee van een syngasketen in Zuid-Holland verder uit te werken, met als doel een meer autonoom en duurzaam Nederland en Europa."

Die oproep sluit aan bij de bredere opgave waar de sector voor staat. De chemische industrie blijft onmisbaar: nu en in de toekomst. Voor vrijwel alles wat we dagelijks gebruiken. De ambitie is dat deze producten in 2050 grotendeels worden gemaakt van circulaire grondstoffen.

maandag 4 mei 2026

Groene recyclemethode voor lithium-ion-batterijen

Wetenschappers hebben een milieuvriendelijkere methode ontwikkeld om lithium-ionbatterijen te recyclen. Met het nieuwe proces kunnen waardevolle grondstoffen uit oude accu’s eenvoudiger worden teruggewonnen en opnieuw gebruikt voor nieuwe batterijen. Dat moet recycling goedkoper en duurzamer maken.  

Bij bestaande recyclemethodes zijn vaak hoge temperaturen of agressieve chemicaliën nodig. De nieuwe aanpak gebruikt mildere omstandigheden, waardoor minder energie nodig is en er minder schadelijk afval ontstaat. Daardoor kan de ecologische voetafdruk van batterijrecycling flink dalen.  

Volgens onderzoekers is de techniek vooral belangrijk nu de vraag naar batterijen snel groeit door elektrische auto’s, smartphones en energieopslag. Door materialen zoals lithium, nikkel en kobalt efficiënter terug te winnen, wordt de afhankelijkheid van nieuwe mijnbouw kleiner.  

Als de methode op grote schaal toepasbaar blijkt, kan dat zorgen voor een meer circulaire batterij-industrie waarin oude accu’s de basis vormen voor nieuwe exemplaren.

vrijdag 1 mei 2026

Aangepaste prullenbak zorgt voor minder zwerfafval

Sinds de invoering van statiegeld op blikjes en flesjes is er veel zwerfafval in Amsterdam. Mensen breken prullenbakken open en laten ze open staan in hun zoektocht naar statiegeld. De schade en het opruimen daarvan kosten de gemeente minimaal 11 miljoen euro per jaar. Daarom heeft men een proef gedaan met aangepaste prullenbakken. Die was een succes.

Om alle prullenbakken in de stad aan te passen naar het nieuwe model is veel geld nodig. De gemeente vraag statiegeldbedrijf Verpact om bij te dragen in de kosten.

De aangepaste prullenbakken hebben een zelfsluitende deur met magneten, een robuuster binnenwerk en een recyclevoorziening voor statiegeldflesjes en -blikjes. We gebruiken taps toelopende vuilniszakken. Daardoor komt de zak niet tussen de deur en blijft de deur niet openstaan.

In februari zijn acht bakken getest op vier locaties in het centrum en Zuid. De bakken werden meerdere keren per dag gecontroleerd. Bij 83 procent van de aangepaste bakken bleef de deur gesloten. Bij de 'normale' prullenbakken is dat maar 38 procent. Dit percentage kan nog stijgen omdat tijdens de proef niet altijd de juiste vuilniszakken werden gebruikt. In enkele gevallen bleven bakken open door verkeerd gebruik. Bijvoorbeeld omdat bewoners en ondernemers vuilniszakken dumpten.

donderdag 30 april 2026

Nieuw natuurlijk filter zuivert historisch vervuild grondwater Grenspark Kalmthoutse Heide

In het Grenspark Kalmthoutse Heide, op de grens tussen Vlaanderen en Nederland, is woensdag 29 april een innovatief fosfaatfilter officieel opgeleverd. Dankzij een nauwe samenwerking tussen beide landen wordt historisch vervuild grondwater voortaan op een natuurlijke en energievrije manier gezuiverd, vóór het afstroomt naar het kwetsbare Nederlandse natuurgebied de Groote Meer.

De Steertse Heide, een deelgebied van het Grenspark Kalmthoutse Heide, is een voormalig landbouwgebied dat tegenwoordig fungeert als één groot wateropvangbekken. Regenwater verzamelt zich er en stroomt via greppels richting de Groote Meer in Nederland. Door het intensieve landbouwgebruik in het verleden raakte het gebied sterk belast en werd de ontwikkeling van waardevolle heide- en venvegetaties belemmert.

Het langdurige landbouwgebruik heeft geleid tot een hoge belasting van meststoffen zoals fosfaten en nitraten. Hoewel nitraten relatief snel uit de bodem verdwijnen, zijn fosfaten bijzonder hardnekkig en blijven ze lang aanwezig in het watersysteem. Om die belasting aan te pakken, werd in 2020 al een eerste fosfaatfilter geïnstalleerd op Nederlandse bodem. Die installatie zuivert het water uit het noordelijke deel van de Steertse Heide. Het succes van die eerste filter gaf het vertrouwen om het project, en daarmee de resultaten uit te breiden.

De werking van het systeem is technisch eenvoudig maar doeltreffend. Regenwater wordt opgevangen en stroomt door een filterlaag van ijzerzand, een restproduct uit de drinkwaterwinning. Fosfaten binden zich aan dat zand, zonder pompen of energieverbruik. Zo wordt het water duurzaam gezuiverd voordat het de grens overgaat.

Het nieuwe, tweede fosfaatfilter richt zich op het zuidelijke deel van het gebied. De installatie ligt op Belgisch grondgebied, en wordt gefinancierd door de provincie Noord-Brabant. Een investering van 1,4 miljoen euro. Deze investering is het resultaat van jarenlange grensoverschrijdende samenwerking binnen het Grenspark Kalmthoutse Heide. Vlaamse en Noord-Brabantse overheden, terreinbeheerders en waterpartners werken er al jaren samen aan één samenhangend landschap.

Hagar Roijackers, gedeputeerde provincie Noord-Brabant (Natuur, Milieu en Aanpak Landelijk Gebied): “De Groote Meer is een kwetsbaar natuurgebied dat wordt bedreigd door fosfaten en verdroging. Met deze maatregelen voorzien we het gebied van zuiver water dat ten goede komt van de biodiversiteit(De verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied) in de Groote Meer en verder in natuurgebied de Brabantse Wal. Ook de waterhuishouding is verbeterd waardoor het nieuwe ecosysteem veel meer tegen een stootje kan. Ik ben trots op de jarenlange nauwe samenwerking met de Vlaamse en Noord-Brabantse partners. Iedereen heeft zijn verantwoordelijkheid genomen voor dit robuuste natuurgebied. Natuur en water stoppen nou eenmaal niet bij landsgrenzen.”

De oplevering van de fosfaatfilter past in de bredere natuurhersteloperatie. Tegelijk werd ook het Evertandven, een gedempt ven van vier hectare, opnieuw ingericht. Door natuurlijke schommelingen in het waterpeil ontstaat zo opnieuw een dynamisch ecosysteem met grotere variatie aan planten- en diersoorten.