dinsdag 30 december 2025

Wereldwijde markt voor anti-vervuilingsmaskers groeit naar ruim 9,7 miljard dollar in 2025

De wereldwijde markt voor anti-pollutiemaskers bereikt in 2025 een geschatte waarde van 9.669,5 miljoen dollar. Dat blijkt uit het marktrapport Anti Pollution Face Mask Market 2025, dat in november is gepubliceerd. De analyse laat zien dat zowel consumenten als bedrijven meer investeren in effectieve adembescherming.

Volgens het rapport groeit de markt de komende jaren met een jaarlijks percentage van 7,7 procent. Op basis van die voorspelling zal de vraag naar anti-vervuilingsmaskers richting 2033 aanzienlijk hoger liggen dan in het huidige jaar. De onderzoekers wijzen daarbij op de toenemende wereldwijde zorgen over luchtvervuiling en de stijgende behoefte aan persoonlijke beschermingsmiddelen met geavanceerde filters.

De studie maakt onderscheid tussen verschillende soorten maskers en toepassingen, variërend van dagelijks gebruik in stedelijke gebieden tot industriële situaties waar werknemers structureel aan fijnstof of schadelijke deeltjes worden blootgesteld. Bedrijven kopen niet alleen adembescherming, maar er is ook een groeiende markt ontstaan voor adembescherming huren, vooral bij bedrijven die geen grote voorraden willen aanhouden, maar wel tijdelijke bescherming nodig hebben.

Het concurrentielandschap bestaat uit een mix van internationale producenten en kleinere regionale spelers. De diversiteit wijst volgens de analyse op een markt waarin innovatie en productontwikkeling een belangrijke rol blijven spelen.

Het rapport benadrukt dat de marktsegmentatie, naar type masker, toepassing en regio, belangrijke handvatten biedt voor bedrijven en investeerders die willen inspelen op de verwachte groei en veranderende vraag naar adembescherming wereldwijd.

maandag 29 december 2025

Kustgebieden kunnen methaanuitstoot niet meer bijbenen

Vervuilde kustwateren die te veel voedingsstoffen krijgen zoals het Grevelingenmeer stoten veel methaan uit, omdat het natuurlijke methaanfilter in de bodem zwaar onder druk staat. Door de overdaad aan voedingstoffen in het water wordt de giftige stof sulfide gemaakt, waardoor de methaaneters doodgaan en er nog meer methaan ontsnapt. Ook natuur en vissen hebben hieronder te lijden. Maar er is hoop: ijzer en mangaan kunnen helpen om methaanuitstoot te verminderen. Op dit onderwerp promoveert microbioloog Anna Wallenius op 15 december aan de Radboud Universiteit.

De concentratie van methaan (een krachtig broeikasgas) in de atmosfeer is meer dan verdubbeld sinds het begin van de industriële revolutie. Dat is geen goed nieuws, want methaan levert een belangrijke bijdrage aan klimaatverandering. Kustgebieden zijn een bron van methaan, omdat daar alle rivieren naartoe leiden, die veel voedingsstoffen (stikstofkunstmest) en organisch materiaal (bijvoorbeeld ongezuiverd rioolwater of dode algen) aanvoeren. Bij de afbraak van dit biologisch materiaal door micro-organismen komt er CO2 en methaan vrij. In een gebalanseerd systeem kunnen andere micro-organismen dit methaan weer opeten, zodat het niet in de lucht komt: het microbiële methaanfilter.

Nu wordt er in het Grevelingenmeer een stuk meer methaan geproduceerd dan op andere plekken, zag Wallenius in haar onderzoek: ‘We waren verrast door de hoeveelheid methaan die in de bodem wordt gemaakt. De methaancyclus is daar helemaal uit balans.’ Wallenius zag dat er in het meer veel sulfide wordt geproduceerd door al het aangevoerde organisch materiaal: niet alleen de methaaneters produceren sulfide, maar het ontstaat ook bij de afbraak van organisch materiaal. Dat is giftig voor onder andere de vissen die er zwemmen, maar het zorgt er ook voor dat methaaneters hun werk niet meer goed kunnen doen: ‘Door de grote hoeveelheid sulfide, kunnen methaaneters niet goed overleven en krijgt de methaanproductie vrij spel.’

Maar, er is hoop. Bij onderzoek dat Wallenius in de veel minder vervuilde Baltische zee deed, zag ze dat er ook andere manieren zijn om methaan op te ruimen. ‘Waar in het Grevelingenmeer de methaaneters sulfaat gebruiken om methaan op te eten, gebruiken ze in de Baltische zee ijzer en mangaan. Die metalen kunnen de methaaneters dus helpen om methaan op te ruimen.’ De microbioloog verzamelde daarvoor monsters uit de bodem van de zee: met een onderzoekschip uitgerust met enorme boor haalde ze ‘modder’ naar boven en bekeek ze in een lab wat er precies in elke laag zat. 

‘Nu we weten dat ijzer en mangaan ook kunnen helpen bij het verminderen van methaanuitstoot, en dit kan ons dan weer helpen om de gezondheid van het methaanfilter te verbeteren en de uitstoot te verminderen. We zullen wel moeten, want als we zo doorgaan, gaan onze kustgebieden er aan onderdoor.’

woensdag 24 december 2025

Milieu Centraal vraagt aandacht voor ventileren tijdens feestdagen

Nu de feestdagen voor de deur staan en mensen massaal samenkomen in huis, vraagt Milieu Centraal, kenniscentrum voor duurzaam leven, extra aandacht voor het goed ventileren in huis. Veel Nederlanders vinden ventileren belangrijk, maar in de praktijk gebeurt het vaak niet optimaal. Dat komt meestal doordat mensen zich niet bewust zijn van het belang of niet goed weten hoe ze het moeten doen. Daarnaast bestaat er verwarring tussen de termen ‘ventileren’ en ‘luchten’. Daarom roept Milieu Centraal op om te zorgen voor een gezonder binnenklimaat. Slechte ventilatie kan namelijk leiden tot gezondheidsklachten en schade aan de woning. Preventief ventileren voorkomt veel van deze problemen. Om Nederlanders te helpen, lanceert Milieu Centraal vandaag een video en een vernieuwde webpagina met praktische tips. Voor meer informatie, zie: www.milieucentraal.nl/energie-besparen/ventilatie/woning-ventileren/

Tijdens de feestdagen, zoals Kerst en Oud & Nieuw, brengen veel mensen langere tijd samen binnenshuis door. Er worden kaarsen aangestoken en er wordt uitgebreid gekookt of gegourmet. Op koude dagen zoals deze houden Nederlanders vaak ramen gesloten om de warmte binnen te houden. De hoeveelheid schadelijke stoffen in huis neemt hierdoor in een snel tempo toe. 

In alle huizen, ongeacht het type ventilatiesysteem in huis, is het belangrijk om extra te ventileren op dit soort momenten. Suzanne Hoogers, expert Isolatie en Ventilatie bij Milieu Centraal, zegt hierover: “Juist tijdens de feestdagen, als we gezellig samen zijn en het huis vol is, is goed ventileren cruciaal. Je merkt het misschien niet direct, maar verse lucht maakt écht het verschil voor je gezondheid en wooncomfort. We hopen dat mensen niet wachten tot er problemen ontstaan, maar nu al kiezen voor gezonde lucht in huis. Het is belangrijk dat iedereen zich hiervan bewust is en weet wat ze zelf kunnen doen om het te verbeteren. Dit kan al met simpele aanpassingen.” 

Afhankelijk van het type ventilatiesysteem dat er in huis aanwezig is, zijn verschillende tips van toepassing. Is er geen modern ventilatiesysteem dat verse lucht in huis haalt en vuile lucht naar buiten blaast?  Dan zijn dit de belangrijkste tips om goed te ventileren in huis:
1.       Beschikt het huis over klepraampjes? Laat ze dan altijd op een kier als er iemand thuis is. Zet ze extra wijd open als er veel mensen in huis zijn.
2.       Zitten er ventilatieroosters in de ramen? Laat die altijd open en maak ze minstens 1 keer per jaar schoon.
3.       Wordt er gekookt? Zorg dan voor extra ventilatie in de keuken en zet de afzuigkap aan. Doe dat ook tijdens het gourmetten, steengrillen of fonduen. Doordat er dan langere tijd wordt gekookt, raakt de lucht ook langere tijd vervuild. Een ander bijkomend voordeel: het ruikt een stuk frisser in huis.
4.       Zorg dat de lucht door het huis kan stromen. Het is belangrijk dat onder binnendeuren minstens 1,5 cm ruimte zit. Op deze manier kan vuile lucht ook weer naar buiten en blijft het niet hangen.
5.       Heeft het huis al een vorm van mechanische ventilatie en hebben de badkamer en keuken 'afvoerventielen'? Zorg dan dat de ventilatiebox nooit uitstaat én maak de ventielen één keer per jaar schoon.  
6.       Een CO2-meter meet in huis of de kwaliteit van de lucht nog voldoende is. Zo weet je precies wanneer je extra moet ventileren.
 
Veel mensen verwarren ventileren met ‘even luchten’. Ventileren betekent dat er voortdurend schone lucht binnenkomt én vuile lucht wordt afgevoerd. Bij luchten worden ramen en deuren voor een korte periode tegenover elkaar opengezet. Milieu Centraal weet dat Nederlanders ventilatie belangrijk vinden, maar dat ze vaak niet weten hoe ze dit goed genoeg doen. Pas als de gezondheid of woningkwaliteit verslechtert, komen mensen in actie.

Milieu Centraal wil dat mensen niet wachten tot deze problemen zich voordoen, maar juist preventief ventileren. Slechte ventilatie kan namelijk leiden tot schimmelvorming en vochtproblemen, te veel schadelijke- en fijnstoffen in huis én gezondheidsklachten zoals allergische reacties en luchtwegklachten. 

dinsdag 23 december 2025

Ook in Amsterdam blijkt dat kwetsbare groepen een groter risico hebben om te overlijden door hitte

Klimaatverandering zorgt voor meer tropische dagen, warme nachten in de zomer en minder vorstdagen in de winter. In Nederland neemt het risico om te overlijden toe als het heet is. De gemeente Amsterdam wil weten wat dit voor hun inwoners betekent. Het RIVM onderzocht daarom of er in Amsterdam tussen 2007 en 2019 een verhoogd overlijdensrisico was bij hoge en lage temperaturen. Daaruit blijkt dat ouderen, bewoners van buurten met een lage sociaaleconomische status en buurten met weinig groen een hoger risico hebben om te overlijden door hitte. Vooruitkijkend schat het RIVM dat het aantal overlijdens door hitte in Amsterdam zal stijgen.

Het RIVM schat dat in Amsterdam het aantal sterfgevallen per jaar door hitte stijgt van 110 naar ongeveer 250 in 2050, afhankelijk van het klimaatscenario. Er zijn geen duidelijke verschillen in de risico’s bij lage temperaturen tussen de verschillende groepen inwoners. Het RIVM baseert zich hierbij op de scenario’s van het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut), de relatie tussen temperatuur en sterfte en de verwachte vergrijzing van de Amsterdamse bevolking. De resultaten van dit onderzoek zijn voor het grootste deel vergelijkbaar met andere onderzoeken in Nederland.

Blootstelling aan hoge temperaturen is een ernstig klimaatrisico voor de menselijke gezondheid. Naast hogere sterfterisico’s kan hitte ook leiden tot ziekte of uitval op arbeidsmarkt. Het is belangrijk om onderzoek te doen naar de relatie tussen hoge en lage temperaturen op de gezondheid, om de impact van klimaatverandering op gezondheid te kunnen inschatten.

maandag 22 december 2025

HU start onderzoek naar vrijkomen microplastics bij wassen kleding

Hogeschool Utrecht gaat met een RAAK-PRO subsidie een onderzoek leiden naar micro- en nanoplastics in waswater. Dit project, MICROTEX, gaat kijken hoeveel van deze plastics er in de praktijk vrijkomen bij het wassen van kleding – en hoe effectief de maatregelen zijn die dit moeten tegengaan.

Raymond PietersMicro- en nanoplastics (MNP’s) vormen een toenemende zorg voor het milieu en voor de gezondheid van mens en dier. Ook tijdens het wassen van textiel komen deze minuscule stukjes plastic vrij. Als microvezels gaan ze met het afvalwater het riool en de waterzuivering in. Intussen is er al Europese regelgeving ontwikkeld om MNP’s in de watercyclus te reguleren. Ook zijn MNP-filters ontwikkeld voor wasmachines en worden specifieke textielstoffen ontwikkeld die minder MNP’s zouden afgeven. Maar werken deze mitigerende maatregelen ook? 

“Tot nu toe zijn ze vooral getest in laboratoriumomstandigheden. Eigenlijk weten we niet hoeveel MNP’s er in de praktijk vrijkomen tijdens het wassen van kleding, onder gangbare huiselijke omstandigheden. En ook niet hoeveel er vrijkomen uit industriële wasserijen, waar bijvoorbeeld onze labjassen gewassen worden”, stelt Raymond Pieters, lector Innovative Testing in Life Sciences & Chemistry (ITLC) bij Hogeschool Utrecht.

Om daarachter te komen, start zijn lectoraat nu het project MICROTEX. Het onderzoeksvoorstel is onlangs gehonoreerd met een RAAK-PRO subsidie. Pieters: “Het project gaat onderzoeken hoeveel MNP’s vrijkomen tijdens het wassen van kleding onder reële omstandigheden – zowel in huishoudens als in industriële wasserijen - en welke omstandigheden daarbij van belang zijn. Denk bij omstandigheden aan hoeveelheid kleding per wasbeurt, de wastemperatuur, centrifugesnelheid en het gebruik van wasverzachters. Ook gaan we onderzoeken of het gebruik van filters of van speciale textiel het vóórkomen van MNP’s in afvalwater kan helpen verminderen. Dit project gaat dus over het vóórkomen en voorkómen van microplastics in het afvalwater van onze wasmachines.”


vrijdag 19 december 2025

'Laat fossiele brandstoffen nú in de grond'

Fossiele brandstoffen zijn de voornaamste oorzaak van klimaatverandering, en tegelijk weigeren veel landen over uitfasering te praten. Dat bleek weer tijdens de klimaattop in Brazilië. Maar dat is geen optie meer stelt hoogleraar Joyeeta Gupta met haar team. Met hun vijfjarig onderzoek legden ze bloot hoe diep fossiele belangen zijn verankerd en ontwikkelden ze een Interactieve Atlas en Fossiele Risico-Index om eerlijk af te bouwen.

Binnen drie jaar zal ons wereldwijde CO₂-budget voor een leefbare opwarming uitgeput zijn. ‘Dit is de kleine resthoeveelheid CO₂ die we wereldwijd nog kunnen uitstoten voordat de temperatuur met meer dan 1,5 graden stijgt’, legt Gupta uit. ‘Om catastrofale opwarming en verdere schade aan mens en natuur te voorkomen, moeten fossiele brandstoffen zo snel mogelijk in de grond blijven.’

Vijfjaar lang onderzocht Gupta met haar team de rol van diverse stakeholders in de uitfasering van fossiele brandstoffen en hoe rechtvaardigheid te waarborgen. ‘Want klimaatopwarming en het afbouwen raakt niet iedereen even hard.’

Achter de fossiele sector gaat volgens het onderzoeksteam een complex web schuil van politieke, juridische en economische structuren die de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen versterken. ‘Fossiele subsidies, handelsverdragen die bedrijven compensatie bieden, en de invloed van fossiele lobby’s in besluitvorming vertragen de transitie’, stelt Gupta.

Veel landen blijven echter met uitstelplannen komen die de centrale rol van fossiele brandstoffen in het energiesysteem handhaven. Een ander voorbeeld zijn plannen die de hoeveelheid uitgestoten broeikassen afstrepen tegen de hoeveelheid die landen denken op te kunnen nemen met bijvoorbeeld bosaanplant of CO2 opslag. In de praktijk gaat de uitstoot dan onverminderd door en worden echte reducties doorgeschoven.

Het team ontwikkelde twee instrumenten om te ondersteunen bij de afbouw van fossiele brandstoffen: de Interactieve Atlas en de Fossiele Risico-Index. ‘De atlas brengt de verschillende aspecten van de fossiele industrie in kaart’, legt Gupta uit. ‘Het laat zien hoe fossiele brandstoffen worden geproduceerd en geconsumeerd, en welke financiële stromen daarbij horen.’

donderdag 18 december 2025

Lagere CO2-uitstoot bij Europese bankleningen

Banken in de eurozone financieren de laatste jaren steeds minder uitstoot van broeikasgassen via hun leningen aan Europese bedrijven, blijkt uit nieuwe cijfers van DNB en de Europese Centrale Bank (ECB). 

Nederland stond daarmee (in 2023) op plek 9 in de eurozone als het gaat om door banken gefinancierde emissies, terwijl de omvang van de Nederlandse bankensector alleen kleiner is dan die van Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië. Deze relatief lage gefinancierde CO2-uitstoot ten opzichte van de grootte van de nationale bankensector komt doordat Nederlandse banken naar verhouding vaak leningen verstrekken aan sectoren met gemiddeld een lagere CO2-uitstoot, zoals de dienstensector.

Gefinancierde emissies koppelen de CO₂-uitstoot van een bedrijf aan de mate van financiering door een bank. Krijgt een bedrijf bijvoorbeeld een lening van € 100 duizend op een balanstotaal van € 1 miljoen, dan kan tien procent van de uitstoot worden toegeschreven aan de bank. Als het bedrijf in dit geval tien ton aan CO₂ uitstoot, dan ‘financiert’ de bank die de lening heeft verstrekt een ton aan CO₂-emissies.

Hypotheken en effectenportefeuilles zijn niet meegenomen in deze cijfers. In 2023 gaat het om € 4035 miljard aan bedrijfsleningen in het eurogebied, waarvan € 226 miljard afkomstig is van Nederlandse banken.

De omvang van gefinancierde emissies per land is verder grotendeels in lijn met de grootte van de nationale economie en de bankensector van dat land. Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië vormen samen de top 4 van de eurozone: zij nemen gezamenlijk 74% van de gefinancierde uitstoot voor hun rekening.

De daling in gefinancierde emissies bij zowel Nederlandse als Europese banken komt door een combinatie van factoren. Zowel de daling voor het totaal aan eurozonebanken als voor Nederlandse banken is voor een fors deel te verklaren door hogere bedrijfswaarderingen: 12 procentpunt voor de eurozone en 18 procentpunt voor Nederlandse banken. Daarmee wordt de bijdrage van een bank in de financiering van een bedrijf ten opzichte van de waarde van een bedrijf kleiner, waardoor er naar verhouding minder emissies worden gefinancierd (zie eerste kader).

Daadwerkelijke emissiereducties van Europese bedrijven verklaren voor een groot deel het restant van de totale daling voor de eurozonebanken (16 procentpunten). Maar voor Nederlandse banken komt de daling slechts in beperkte mate door emissiereducties bij bedrijven (5 procentpunten) en vooral door verschuivingen in de leningenportefeuilles van banken naar bedrijven die minder CO2 uitstoten (24 procentpunten ten opzichte van 3 procentpunten voor eurozonebanken).

Hoewel er Europees een dalende trend is in de emissies stijgt de wereldwijde CO2-uitstoot(Verwijst naar een externe site), vooral door economische groei in bijvoorbeeld China en India. De uitstoot van bedrijven buiten Europa is in deze resultaten niet meegenomen (zie tweede kader).

dinsdag 16 december 2025

Van wastafel tot Waal: VR-reizen onthullen de wereld van microplastics

Museum De Bastei neemt bezoekers mee op een wervelende ontdekkingsreis in de nieuwe tentoonstelling De Grote Reis van Klein Plastic. In verschillende Virtual Reality-experiences ontdekken bezoekers hoe alledaags plastic uit badkamer, tuin of garage afbreekt tot onzichtbare microplastics die in de rivier terechtkomen. De VR-experiences onthullen daarmee een tot nu toe onzichtbare wereld van plastic. De tentoonstelling is nu te beleven tot en met 14 juni 2026.

Over de hele wereld onderzoeken wetenschappers hoe microplastics zich ophopen in vissen, rivieren en zelfs in ons eigen lichaam. Wat deze deeltjes precies doen met ecosystemen en onze gezondheid is nog grotendeels onbekend. Museum De Bastei geen dan ook geen definitieve antwoorden of kant-en-klare oplossingen, maar vergroot de nieuwsgierigheid en het bewustzijn over de groeiende hoeveelheid microplastics in de natuur. Hoe verweven is plastic met ons dagelijks leven en welke sporen laat het achter in de natuur die ons omringt?

In de tentoonstelling stappen bezoekers in een van drie Virtual Reality-cabines en betreden dan een badkamer, tuin of garage. Vanuit daar volgen ze via verschillende virtuele reizen het spoor van het plastic, van huishouden tot in de rivier. “We laten zien hoeveel impact zoiets kleins kan hebben”, zegt museumdirecteur Hans Hooijmaijers. “Wat begint met een plastic verpakking of zonnebrand eindigt als microscopisch deeltje in de Waal. Dankzij speciaal voor deze tentoonstelling ontwikkelde 360 graden Virtual Reality-belevingen kunnen bezoekers die reis van het plastic zelf ervaren.”

Deze VR-experiences worden omlijst door objecten uit de natuurhistorische collectie, plastic vondsten uit de Waal en recente onderzoeksdata van samenwerkingspartners uit het project De Rijn Verbindt / Der Rhein Verbindet, waar de tentoonstelling onderdeel van uitmaakt. In het door de Europese Unie gefinancierde internationale samenwerkingsproject De Rijn Verbindt / Der Rhein Verbindet, werken overheden, natuurorganisaties en kennisinstellingen uit Nederland en Duitsland samen aan een gezonde, groene en leefbare Rijn.

maandag 15 december 2025

Keuringsdienst van waarde toont aan dat ‘plasticvrije’ wasstrips wél plastic bevatten

Het televisieprogramma Keuringsdienst van waarde (KRO-NCRV) onderzocht waar zogenoemd plasticvrije wasstrips van gemaakt zijn en ontdekte dat deze strips grotendeels uit plastic bestaan. Dit geldt ook voor de folies om vaatwastabletten en waspods. In Nederland verkopen inmiddels zo’n twintig bedrijven deze wasstrips onder eigen merk. De meeste importeren de strips uit China en bieden ze online aan. In sociale-mediacampagnes benadrukken deze handelaren dat hun producten milieuvriendelijker zouden zijn dan reguliere wasmiddelen, omdat ze geen plastic bevatten. Op de verpakking staan claims als ‘plasticvrij’, ‘vrij van plastics’ en ‘plastic free’, maar die blijken onjuist. Keuringsdienst van waarde, maandag 15 december om 21.30 uur bij KRO-NCRV op NPO 1 en NPO Start.

Het grootste bestanddeel van de wasstrips is Polyvinyl Alcohol, gemiddeld zo’n zestig procent. Dit PVA staat bij wetenschappers bekend als een synthetisch polymeer en is dus feitelijk een plastic. Handelaren van wasstrips en vaatwastabletten stellen dat de exacte definitie niet relevant is, omdat PVA oplosbaar en afbreekbaar zou zijn in water. De programmamakers tonen in de uitzending aan dat het weliswaar oplost, vergelijkbaar met suiker in heet water, maar daarmee niet verdwijnt.

Wat betreft het afbreken blijken veel van deze verkopers een te rooskleurige voorstelling van zaken te geven. Alleen onder strikt gereguleerde omstandigheden, met specifieke enzymen en bacteriën en bij een temperatuur van pakweg zestig graden is het plastic biologisch afbreekbaar. Nederlandse waterzuiveringen beschikken niet over deze omstandigheden. Rioolwater verblijft daar slechts één dag in koude bassins met andere microben. In de praktijk breekt het PVA dus niet af.

Volgens Jeroen Dagevos van de Plastic Soup Foundation is het jarenlang toestaan van de claim ‘plasticvrij’ een maas in de wet die door de lobby van de industrie is gecreëerd. Sander Mager, bestuurslid van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, maakt zich zorgen: “Ik denk dat mensen iets anders geprobeerd hebben te maken wat beter is, maar als ook PVA milieubelastend is, dan schieten we er niets mee op.”

Onlangs deed de Reclame Code Commissie uitspraak in een klacht over wasstripleverancier Mother’s Earth, een van de meest prominente spelers. De commissie oordeelde dat het bedrijf niet langer mag adverteren met termen als ‘plasticvrij’ of ‘vrij van plastics’, omdat PVA wel degelijk een plastic is. Mother’s Earth heeft de verpakking inmiddels aangepast. Sommige andere leveranciers waren deze uitspraak al voor door hun verpakkingen te wijzigen naar ‘microplasticvrij’. Willem van Ditzhuijzen van wasstripmerk Briters noemt dit in de uitzending van Keuringsdienst van waarde “een woordspelletje”. Volgens de definitie zitten er inderdaad geen microplastics in de strips, omdat deze bestaan uit vaste polymeren. Op de vraag wat PVA dan wel is, antwoordt Van Ditzhuijzen: “gewoon plastic”.

Keuringsdienst van waarde, maandag 15 december om 21.30 uur bij KRO-NCRV op NPO 1 en via NPO Start.

vrijdag 12 december 2025

Triodos Bank zet in op 275 energieprojecten en lagere uitstoot tegen 2030

Na de COP30-klimaatconferentie in Brazilië, waar weinig vooruitgang werd geboekt op het gebied van de integratie van klimaat- en natuurtargets, lanceert Triodos Bank zijn eerste geïntegreerde Klimaat- & Natuurstrategie. Hiermee zet de bank haar ambities om in directe en meetbare stappen.

De strategie bevat concrete doelstellingen om de uitstoot snel te verminderen, de energietransitie te versnellen en hoogwaardige op de natuur gebaseerde oplossingen (NbS) op te schalen. Onder de strategie Dare to Act. Now. brengt Triodos Bank haar commitments samen om:
de absolute gefinancierde uitstoot uiterlijk in 2030 met ten minste 42% te verminderen;
in de komende vijf jaar 275 energietransitieprojecten te financieren, met de nadruk op gedecentraliseerde, next-generation en door de gemeenschap gedreven oplossingen;
€500 miljoen te investeren in NbS, waarbij vanaf 2026 gerapporteerd wordt over de positieve impact op biodiversiteit; en
zich in te zetten voor systeemverandering op het gebied van klimaat en natuur, bijvoorbeeld door te pleiten voor verplichte regels die kapitaalstromen in lijn brengen met 1,5°C en natuurherstel.

Dit is de eerste keer dat Triodos Bank klimaat- en biodiversiteitsambities in één strategie samenbrengt.

Marcel Zuidam, CEO van Triodos Bank: “Klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit zijn geen afzonderlijke crises. Ze zijn nauw met elkaar verbonden. Het herstel van ecosystemen is essentieel om het klimaat te stabiliseren, en klimaatactie moet biodiversiteit beschermen. Onze strategie draait om echte reducties, echte oplossingen en echt leiderschap. We nodigen de financiële sector uit om zich bij ons aan te sluiten in het omarmen van langetermijnwelzijn en actie te ondernemen voor een hoopvolle toekomst. Samen kunnen we de systeemverandering teweegbrengen die nodig is om binnen de planetaire grenzen te blijven. Dit betekent dat kapitaalstromen in lijn moeten worden gebracht met het Akkoord van Parijs, investeren in natuurherstel en een duidelijk stappenplan om de financiering van de fossiele industrie te beëindigen.”

Vier pijlers van de Klimaat- & Natuurstrategie:

1. Verminder echte uitstoot nu
Eerder dit jaar kondigden we aan dat we onze absolute gefinancierde uitstoot met minstens 42% willen verminderen, in plaats van de 32% die we in 2022 aankondigden. De doelstelling richt zich op drie activiteiten die samen 90% van de voetafdruk van de bank veroorzaken: zakelijke leningen, hypotheken en beursgenoteerde aandelen en obligaties van Triodos Investment Management.

2. Versnel de energietransitie
Triodos Bank heeft als doel gesteld om in de komende vijf jaar 275 energietransitieprojecten te financieren. Voortbouwend op onze sterke staat van dienst in de financiering van hernieuwbare energie, richten we ons op een nieuwe generatie oplossingen die knelpunten wegnemen, energie decentraliseren en zorgen voor een eerlijke, inclusieve en veerkrachtige transitie. Een doelstelling op basis van het aantal transacties zorgt ervoor dat kapitaal niet alleen naar grote nutsbedrijven stroomt, maar ook naar coöperaties, innovators en kleinere door de gemeenschap gedreven oplossingen die vaak moeite hebben om toegang te krijgen tot reguliere financiering.

3. Schaal op natuur gebaseerde oplossingen (NbS) op
Triodos Bank kondigde in 2024 aan dat het €500 miljoen wil inzetten voor op natuur gebaseerde oplossingen die klimaat en biodiversiteit gezamenlijk aanpakken, en projecten wil ondersteunen die meetbare ecologische en sociale voordelen opleveren. Vanaf 2026 zullen we voor het eerst rapporteren over onze voortgang op deze doelstelling. Een ander doel is om in het boekjaar 2026 te beginnen met rapporteren over positieve impact op biodiversiteit. Het meten van de positieve biodiversiteitsimpact van NbS helpt aantonen hoe gefinancierde projecten tastbare voordelen opleveren voor biodiversiteit.

4. Pleit voor systeemverandering
Banken pompen jaarlijks nog steeds €650 miljard in fossiele brandstoffen, waardoor de afhankelijkheid blijft bestaan. Overheden, investeerders en bedrijven draaien eerdere regelgeving en toezeggingen terug. Dit maakt sterke belangenbehartiging op het gebied van klimaat en natuur urgenter dan ooit. Wij zullen pleiten voor internationale akkoorden, zoals het Fossil Fuel Non-Proliferation Treaty, om fossiele brandstoffen uit te faseren en kaders te creëren voor hoogwaardige op de natuur gebaseerde oplossingen, terwijl we ook campagne voeren voor energiezuinige woningen en biobased bouwen. Wij vragen om bindende regels over:
Verplichte uitfaseringspaden voor fossiele brandstoffen voor alle banken
Vereiste kortetermijn reductiedoelstellingen (2030–2035) met een transparant actieplan
Afstemming van financiële regelgeving op het Akkoord van Parijs en vasthouden aan het 1,5°C-reductiepad
Aparte doelstellingen voor emissiereductie en koolstofverwijdering
Robuuste integriteitsnormen voor op natuur gebaseerde oplossingen

donderdag 11 december 2025

Uitstoot broeikasgassen vrijwel gelijk in derde kwartaal 2025

In het derde kwartaal van 2025 zijn bijna net zo veel broeikasgassen uitgestoten als in hetzelfde kwartaal van 2024 (+0,1 procent). De uitstoot van de elektriciteitssector was hoger doordat er meer steenkool werd verbruikt. De uitstoot van de industrie en mobiliteitssector waren echter lager. Dit melden het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en RIVM/Emissieregistratie op basis van de voorlopige kwartaalcijfers over de broeikasgassenuitstoot conform de richtlijnen van het IPCC.

In het derde kwartaal van 2025 heeft de elektriciteitssector 20 procent meer broeikasgassen uitgestoten dan in hetzelfde kwartaal van 2024. De export van elektriciteit was hoger dan een jaar eerder, terwijl er minder elektriciteit werd geïmporteerd. Daardoor werd er 10 procent meer elektriciteit geproduceerd in Nederland. Voor de productie werden ook meer fossiele brandstoffen verbruikt, vooral het verbruik van steenkool door kolencentrales was aanzienlijk hoger. De bijdrage van de elektriciteitssector aan de totale uitstoot was bijna 19 procent in het derde kwartaal van 2025, tegen 15,5 procent in hetzelfde kwartaal van 2024.

De industrie stootte 6 procent minder broeikasgassen uit in het derde kwartaal van 2025 dan een jaar eerder. Vooral het verbruik van aardgas door de energie-intensieve chemische industrie en raffinaderijen was lager. Deze branches produceerden minder dan een jaar eerder, terwijl de productie van de totale industrie iets hoger lag. De bijdrage van de industrie aan de totale uitstoot van broeikasgassen nam af van 37 procent in het derde kwartaal van 2024 naar bijna 35 procent in 2025.

De mobiliteitssector heeft in het derde kwartaal van 2025 bijna 5 procent minder broeikasgassen uitgestoten dan een jaar eerder. Dat komt vooral doordat het wegverkeer minder diesel heeft verbruikt. Het verbruik van benzine en lpg was ook lager. De bijdrage van de mobiliteitssector aan de totale broeikasgasuitstoot nam af van 22,5 procent in het derde kwartaal van 2024 naar 21,5 procent in 2025.

Het CBS berekent ook de uitstoot van CO2 door alle Nederlandse economische activiteiten volgens de nationale rekeningen. Hierbij wordt in vergelijking met de uitstoot volgens de IPCC-definities ook de CO2-uitstoot van de internationale lucht- en zeevaart en de uitstoot door verbranding uit biomassa door personen en bedrijven behorend tot de Nederlandse economie meegenomen. In het bericht hieronder worden de CO2-emissies conform de berekeningswijze van de nationale rekeningen gepresenteerd.

woensdag 10 december 2025

Klimaatobstructie vraagt om een ondernemende, transformatieve overheid

Het wordt steeds duidelijker dat Nederland haar klimaatdoelen niet gaat halen (PBL, 2025). Toch blijft adequaat klimaatbeleid uit. Sterker nog, zo beklemtoont innovatiewetenschapper Joeri Wesseling, het klimaatfonds wordt o.a. gebruikt om de elektriciteitsrekening van de industrie te subsidiëren; er werd afgelopen zomer een motie aangenomen om de CO2-heffing voor de industrie uit het Klimaatakkoord te schrappen wat het klimaatfonds €274 miljoen kost (Rijksfinancien, 2025); en – zo bleek onlangs uit interne stukken van het ministerie van Financiën – gaan er ideeën rond om mogelijke dwangsommen voor het niet halen van de 2030 klimaatdoelen uit het klimaatfonds te betalen  (Argos-VPRO, 2025). 

Tegelijkertijd komt nu in Brazilië de COP30 klimaattop bij elkaar om klimaatdoelen en-beleid aan te scherpen. Althans dat is de bedoeling. De VS trok zich (weer) terug uit het klimaatakkoord, plannen werden te laat ingediend, en de fossiele lobby draait traditiegetrouw weer op volle toeren. 

Een belangrijke factor voor het gebrekkige klimaatbeleid in Nederland en wereldwijd is klimaatobstructie: het opzettelijk vertragen, blokkeren of terugdraaien van beleid dat nodig is om klimaatdoelen te halen. In het recent gepubliceerde boek ‘Climate Obstruction: A Global Assessment’ (gratis te downloaden via CSSN, 2025) onderzocht Wesseling klimaatobstructie, samen met meer dan 100 onderzoekers wereldwijd.

Klimaatobstructie is een wereldwijde miljardenindustrie, hoofdzakelijk gevoed door de fossiele industrie, de transportsector, de zware industrie, en de agrarische industrie.  Terwijl deze bedrijven klimaatbeleid publiekelijk prijzen, verzetten zij zich op minder zichtbare manieren. Zo lobbyen zij via hun brancheverenigingen die pretenderen te spreken namens de gehele industrie, terwijl ze doorgaans het belang van het minst progressieve lid vertegenwoordigen. Naast de industrie, belemmeren ook bepaalde overheden klimaatbeleid, zoals de VS en OPEC-landen, doordat zij internationale klimaattoponderhandelingen vertragen of blokkeren.

In klimaatobstructie worden tal van argumenten gebruikt. Zo was de Nederlandse overheid gegrepen door angst voor het vertrek van de industrie; vragen de echt innovatieve oplossingen nog steeds meer ontwikkelingstijd; zorgt streng beleid ervoor dat de industrie zich elders vestigt en daar nóg meer gaat uitstoten (carbon leakage); moet er eerst infrastructuur komen voordat innovatieve oplossingen uitgerold kunnen worden; zou er geen vraag zijn naar duurzame oplossingen; en kunnen we met fossiele oplossingen toch ook een heel eind komen.

Er zijn tal van klimaatobstructie-strategieën. Bedrijven nemen deel in advies- en beleidsprocessen; ze stellen oud-ambtsdragers aan voor hun politieke netwerk; ze lobbyen voor hardere regels tegen klimaatactivisten; ze financieren protesten tegen klimaatbeleid; en ze spannen rechtszaken aan tegen overheden. Ondertussen werden de belangen van de vervuilende industrieën op de vorige klimaattopen in Dubai en Azerbeidzjan behartigd door duizenden aanwezige lobbyisten (The Guardian, 2023). Zij beïnvloedden zowel de procedures als de inhoud van de onderhandelingen.

Klimaatobstructie wordt aangepakt door transparantie te verhogen, via regulering en onderzoek. Er zijn coalities en informatiecampagnes zoals ‘Beyond Coal’ om desinformatie te weerleggen. Greenwashing is strafbaar geworden onder Europees beleid en Europese regels tegen belangenverstrengeling zijn aangescherpt. Ook zijn er wereldwijd steeds meer klimaatrechtszaken. Het is daarnaast belangrijk dat fossiele lobbyisten geweerd worden op de COP.

Provincie helpt Monumentenwacht op weg met emissievrije inspectiebussen

De inspecteurs van Monumentenwacht Noord-Brabant krijgen nieuwe elektrische werkbussen. Met steun van de Provincie Noord-Brabant kunnen de monumentenwachters daardoor ook in emissievrije zones blijven werken.

Monumentenwachters inspecteren dagelijks kerken, molens en andere historische gebouwen. Een deel van de locaties ligt in historische en steeds vaker emissievrije stadskernen.

Gedeputeerde Bas Maes (Erfgoed): “Juist in historische binnensteden, waar veel van ons erfgoed staat, moeten inspecteurs goed bij monumenten kunnen komen. Deze elektrische werkbussen maken dat mogelijk, zonder uitstoot. Zo beschermen we niet alleen het Brabantse erfgoed, maar geven we ook het goede voorbeeld in de energietransitie: zorgvuldig omgaan met het verleden én vooruitkijken naar een duurzame toekomst.”

Monumentenwacht Noord-Brabant wil de komende jaren alle 14 inspectiebussen elektrificeren. Daarmee draagt de organisatie bij aan de energietransitie én laat zij zien dat verduurzamen en erfgoedzorg goed samen kunnen gaan. Monumentenwacht ondersteunt eigenaren daarbij ook via het Loket Duurzame Monumenten en met verduurzamingsadviezen.

dinsdag 9 december 2025

Nederlandse industrie produceert iets groener, maar trendbreuk blijft uit

De grote industriële bedrijven in Nederland hebben in 2024 iets CO₂-efficiënter geproduceerd dan het jaar daarvoor. Dat blijkt uit de jaarlijkse analyse van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) van gegevens van bedrijven die deelnemen aan het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS). Meerjarig echter is er nog geen sprake van een trendbreuk. De gerapporteerde verbetering is daarvoor ook te klein.

Een meerderheid van de installaties stootte in 2024 per eenheid geproduceerd product minder CO₂ uit dan in 2023. Mede hierdoor verbeterde de totale CO₂-efficiëntie met 1,6 procentpunt, tot –15,3% ten opzichte van de Europese benchmark (zie kader). Tegelijkertijd nam de totale uitstoot van de ETS-deelnemende industrie toe, zoals de NEa eerder dit jaar rapporteerde, net als de totale productie.
 
In de fluctuaties is, voorzichtig, wel een trend te ontdekken: Stijgt de productie dan wordt er CO2-efficiënter geproduceerd. Daalt de productie echter dan zien we het omgekeerde.
Mark Bressers, directeur-bestuurder van de NEa: “Sommige bedrijven zagen kans hun productie te verhogen en daarmee hun installaties efficiënter in te zetten. Voor een echt sterke verbetering is het wachten op meer investeringen in verduurzaming van productieprocessen en de afvang van CO₂.”

Verbetering in de efficiëntie kunnen het gevolg zijn van productiestijging maar er zijn ook andere factoren die maken dat een bedrijf beter of minder goed presteert. Bedrijven kunnen technische aanpassingen doen, meer biogene brandstoffen gaan gebruiken of deels overstappen op het maken van minder energie intensieve producten. 

maandag 8 december 2025

Slibverwerking in het gedrang

Bij het zuiveren van afvalwater ontstaat zuiveringsslib. De verwerking van dit slib staat momenteel onder druk. Terwijl de hoeveelheid slib groeit, daalt de verwerkingscapaciteit. Ook de extra heffing op slibverwerking en onzekerheid over export baren de sector zorgen.

Zuiveringsslib, het afvalproduct dat ontstaat bij het zuiveren van afvalwater, moet bij wet verbrand worden. Het slib bevat onder meer organische verontreinigingen, medicijnresten, microplastics en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Vanwege zware metalen is het uitrijden van zuiveringsslib in de Nederlandse landbouw al dertig jaar verboden. Ook storten en composteren mag in Nederland niet meer. Zuiveringsslib wordt verwerkt in speciale slibverbrandingsinstallaties (SVI’s), ook wel mono-verbranding genoemd. De andere route is co-verbranding, waarbij het slib wordt vermengd met ander afval. Dit gebeurt vooral in afvalenergiecentrales (AEC’s), maar ook in cementovens en biomassacentrales.

Bij de waterzuivering ontstaat in Nederland jaarlijks 1,3 miljoen ton ontwaterd zuiveringsslib. Terwijl het aanbod van zuiveringsslib groeit, neemt de verwerkingscapaciteit af.

Het overheidsvoornemen om 567 miljoen euro extra belasting te heffen op afvalverwerking, waaronder een heffing op slibverwerking, valt de slibverwerkers rauw op het dak. De heffing werkt kostenverhogend voor bedrijven en burgers, en zet een rem op innovatie en verduurzaming. Door de belastingheffing ontstaat een ongelijk speelveld. Co-verbranding valt er namelijk wel onder, terwijl mono-verbranding blijft vrijgesteld. “Ruim zeventig procent van het in Nederland vrijgekomen zuiveringsslib wordt verwerkt door mono-verbranding. Het overige deel gaat via co-verbranding, al dan niet na biologische of thermische droging van het slib”, legt Bart Wicherink, commercieel manager van GMB, uit. Mono- en co-verbranding zijn milieutechnisch vrijwel gelijkwaardig, voldoen aan de verwerkingsstandaarden uit het Circulair Materialenplan en zijn gericht op productie van hernieuwbare energie en grondstoffenterugwinning. “Er is dus geen enkele reden om onderscheid te maken en de één zwaarder te belasten dan de ander”, stelt Wicherink vast.

De heffing die wordt doorgeschoven naar de afvalsector, had eigenlijk opgebracht moeten worden door de chemische industrie. De zogenoemde polymerenheffing (de ‘plastictaks’) was bedacht om de plasticindustrie te innoveren en te verduurzamen. Dit zou een stimulans zijn voor hergebruik in plaats van meer nieuwe virgin plastics te produceren. De plastictaks verdween echter uit het Voorjaarsnota-pakket, waardoor de minister van Financiën de ingeboekte 567 miljoen euro zou mislopen.

“Het doorschuiven naar de afvalsector ontdoet de heffing van op zich nobele intenties waarbij de bron – de vervuiler – betaalt”, zegt Silvester Bombeeck, directeur van N.V. Slibverwerking Noord-Brabant (SNB). De rekening verschuift volgens hem van het begin van de keten, waar veranderingen realiseerbaar zijn, naar het eind van de keten waar de invloed op de voorgaande stappen nul is. “Het besluit is onlogisch en remt innovatie. We kunnen een euro maar één keer uitgeven”, aldus Bombeeck.

Extra investeringen zijn juist nu hard nodig. De Nederlandse slibverwerking kampt met een ondercapaciteit. Al jaren komt er meer zuiveringsslib vrij dan in eigen land verwerkt kan worden. Na een kleine daling in het vorige decennium, groeit het slibaanbod de afgelopen jaren, onder meer als gevolg van de bevolkingsgroei, terwijl de verwerkingscapaciteit afneemt. Door de Europese Green Deal worden in binnen- en buitenland steeds meer kolencentrales gesloten waardoor die route voor co-verbranding in het buitenland in de nabije toekomst doodloopt. Van de zes Nederlandse slibdrogers gestookt op aardgas wordt de laatste actieve eind 2025 gesloten. De Nederlandse sector investeert in het verhogen van de capaciteit. Enerzijds door efficiencyslagen in bestaande verwerkingslocaties, anderzijds door de bouw van nieuwe installaties. September 2025 opende EEW Energy from Waste een nieuwe slibverbrandingsinstallatie in Delfzijl. In Alkmaar bouwt HVC een installatie die slib droogt met restwarmte uit de eigen AEC.

vrijdag 5 december 2025

Volgende stap in uitvoering van nieuwe stikstofaanpak veehouderijen

Gedeputeerde Staten (GS) doen een voorstel aan Provinciale Staten (PS) om de nieuwe stikstofaanpak voor veehouderijen door te vertalen naar de Omgevingsverordening. Daarmee zet de provincie Noord-Brabant een volgende stap in het juridisch en praktisch uitvoerbaar maken van de koerswijziging in de stikstofaanpak. De provincie kiest bewust voor een aanpak die natuurherstel centraal stelt en ook rekening houdt met de investeringskracht van ondernemers. Hierdoor is de aanpak houdbaar en haalbaar en draagt het bij aan het doel ‘Brabant openhouden’.

Eind oktober 2025 presenteerde de provincie Noord Brabant een nieuwe aanpak voor het terugdringen van stikstofemissie door veehouderijen die aansluit bij de landbouw-bouwsteen van IPO, VNG, Unie van Waterschappen, NAJK en LTO. In deze aanpak kunnen veehouders volstaan met een melding in plaats van een vergunningaanvraag, mits zij maatregelen nemen die aantoonbaar bijdragen aan natuurherstel. De provincie legt deze maatregelen vast in een wijziging van de omgevingsvergunning of als die er niet is, in een maatwerkbesluit.

De aanpak sluit aan bij de beleidslijn die de provincie in 2017 heeft vastgesteld: veehouders moeten hun stallen moderniseren na 15 jaar (voor hokdieren) of 20 jaar (voor rund- en melkvee) of hun bedrijfsvoering aanpassen (verbreding of natuurinclusief). Zo wordt stikstofreductie gekoppeld aan reguliere investeringsmomenten. Zo kan de stikstofuitstoot daadwerkelijk verminderen en dat draagt bij aan het doel ‘Brabant openhouden.’ In diverse brede overleggen heeft de provincie gesproken met natuur- en agrarische partners over deze nieuwe stikstofaanpak.

GS stellen voor om bij het moderniseren van stallen per diercategorie een norm aan stikstofreductie vast te leggen. Bij melkveebedrijven wordt onderscheid gemaakt tussen grotere en kleinere bedrijven. De 25% kleinste bedrijven binnen de melkveesector krijgen een lagere reductieopgave, omdat zij minder investeringsruimte hebben. Zo ontstaat een aanpak die recht doet aan verschillen binnen de sector.

Verder legt de provincie een menukaart vast met toegestane systemen en maatregelen om de stikstofreductie te bereiken. Deze stikstofnormen en de door de veehouder gekozen maatregelen vormen de basis voor de wijziging van de vergunning of het maatwerkbesluit dat veehouders ontvangen na het melden van hun maatregelen.

De provincie verwacht dat de veehouderijsector met deze aanpak de beoogde reductie van gemiddeld 46% ten opzichte van 2019 zal realiseren. Dit is berekend door adviesbureau Pouderoyen Tonnaer. De aanpak betekent een belangrijke stap om natuurherstel mogelijk te maken, wat ook zal bijdragen aan het op den duur weer mogelijk maken van economische ontwikkelingen zoals woningbouw, infrastructuur en economische ontwikkelingen in de landbouwsector.

De voorgestelde normen zijn voor het grootste deel van de sector economisch haalbaar. Dit blijkt uit een analyse van Connecting Agri & Food. GS hebben juridische adviezen ingewonnen over de voorgestelde aanpak omdat deze nieuw is en daarmee nog niet eerder ervaring is opgedaan.

Het voorstel van GS wordt in december 2025 besluitvormend besproken in Provinciale Staten. Bij instemming wordt de aangepaste Omgevingsverordening in 2026 van kracht.

donderdag 4 december 2025

Onderzoek toont hoe consumenten samenwerken om plastic afval terug te dringen

Consumenten zijn eerder bereid om samen op te trekken in de strijd tegen vervuiling door wegwerp­plastic flessen als zij zich onderdeel voelen van een groep die zich hier gezamenlijk voor inzet. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek in het tijdschrift Journal of Social Marketing. In de studie, getiteld “Motivating consumers to collaborate in reducing single-use plastic bottle pollution using an extended social identity model of collective action”, analyseren de auteurs welke psychologische en sociale factoren de bereidheid tot collectief consumentengedrag bevorderen.

Volgens de onderzoekers vergroot een gedeelde sociale identiteit, waarbij consumenten zichzelf zien als lid van een beweging die plasticvervuiling bestrijdt, de intentie om samen op te treden. In hun uitgebreide sociaal-identiteitsmodel laten zij zien dat individuele motivatie weliswaar meespeelt, maar dat samenwerking vooral groeit wanneer mensen het groepsdoel als relevant en haalbaar ervaren. Communicatie die benadrukt wat “wij samen” kunnen bereiken, werkt daarbij effectiever dan boodschappen die uitsluitend de individuele verantwoordelijkheid aanspreken.

De bevindingen bieden organisaties handvatten om hun campagnes anders vorm te geven. Bedrijven, ngo’s en overheden die plasticvervuiling willen terugdringen, kunnen hun boodschap versterken door consumenten duidelijk als collectief aan te spreken. In die context kunnen duurzame alternatieven, zoals herbruikbare bedrukte mokken, een logische en praktische rol spelen. Ook bedrukte waterflessen sluiten aan bij het gezamenlijke doel om minder wegwerpplastic te gebruiken en maken het voor groepen, van bedrijven tot scholen en verenigingen, eenvoudiger om gezamenlijk zichtbaar en consistent duurzaam gedrag te vertonen.

De onderzoekers benadrukken dat de aanpak juist nu relevant is, omdat vervuiling door wegwerpflessen wereldwijd een hardnekkige milieuproblematiek blijft. Het onderzoek biedt daarom zowel een theoretische basis voor beter begrip van collectief consumentengedrag als een praktisch kader voor organisaties die gedragsverandering rond duurzaamheid willen stimuleren.

woensdag 3 december 2025

Vuilstortplaats Selibon Lagun eind 2028 dicht

De vuilstortplaats Selibon Lagun op Bonaire moet al eind 2028 definitief dicht en het Bestuurscollege van Bonaire stelt in 2025 en 2026 voldoende geld beschikbaar voor een gezonde bedrijfsvoering. Om de meest urgente risico’s voor volksgezondheid, natuur en milieu aan te pakken, gaat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Bonaire ondersteunen.

Deze afspraken staan in een vandaag ondertekende overeenkomst tussen het Bestuurscollege van Bonaire en de Staatssecretaris Eddie van Marum van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bonaire en Nederland werken op deze manier samen aan een beter en gezonder afvalverwerkingsketen. 

De problemen bij de vuilstortplaats Selibon Lagun zijn de afgelopen tientallen jaren ontstaan. Het oplossen van de situatie bij Selibon vraagt daarom om een grote inspanning van alle partijen. Het meest recente rapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) laat zien dat de situatie nog steeds zorgwekkend en complex is. ILT stelt vast dat toezicht en handhaving aangescherpt moeten worden. Het bestuurscollege wordt hierin ondersteund door Omgevingsdienst Nederland. Via een tijdelijke omheining of cameratoezicht, wordt voorkomen dat onbevoegden het terrein op kunnen. Op termijn zal een permanente omheining om het terrein komen.

Er wordt een nieuw stortvak ingericht dat voldoet aan de geldende milieunormen. Het kabinet streeft er naar op korte termijn een bijdrage te leveren aan de eerste maatregelen bij de stortplaats. Om Selibon in staat te stellen het werk goed uit te voeren, trekt het bestuurscollege dit en volgend jaar geld uit voor de aanschaf van afdekmateriaal, stortplaatsmachines en inzameltrucks. In totaal gaat het om € 6,1 miljoen. Daarnaast stelt het bestuurscollege voor 1 januari 2027, kostendekkende tarieven vast voor de afvalinzameling en afvalverwerking voor bedrijven en particulieren. Uiterlijk 1 januari 2026 komt het bestuurscollege met een plan waarin alle aanbevelingen uit het laatste ILT-rapport zijn verwerkt.

Naast de kortetermijnmaatregelen om de meest urgente problemen op te lossen, zijn ook afspraken gemaakt voor verbeteringen voor de lange termijn. Er wordt gewerkt aan een langetermijnperspectief voor afvalverwerking op Bonaire. Onderdeel hiervan is het zoeken naar een alternatieve locatie en vervroegde sluiting van Selibon Lagun; uiterlijk per 1 december 2028 in plaats van 2030. Het bestuurscollege besluit uiterlijk 1 juli 2026 over een alternatieve locatie voor afvalverwerking en de maatregelen die daarvoor nodig zijn.

Gedeputeerde Clark Abraham was de ondertekenaar namens Bonaire: “Met de vervroegde sluiting van de vuilstortplaats, komen we tegemoet aan een grote wens van bewoners van Lagun. Ik ben blij dat we met deze afspraken zowel het welzijn van omwonenden en werknemers van Selibon Lagun, de fysieke leefomgeving en de inwoners van Bonaire, binnen afzienbare tijd kunnen verbeteren. Het is ook goed dat het kabinet achter de aanbevelingen van onder meer de Raad voor de Leefomgeving staat, dat er op structurele basis financiering nodig is voor investeringen en onderhoud van de eilandelijke infrastructuur.”

Staatssecretaris BZK Eddie van Marum: “We hebben stevige afspraken kunnen maken over de toekomst van de afvalstort op Bonaire. Ik ben het bestuurscollege erkentelijk voor het feit dat zij verantwoordelijkheid nemen voor een complex probleem dat in de afgelopen tientallen jaren is ontstaan. Het bestuurscollege werkt op deze manier aan zichtbare en merkbare resultaten voor inwoners van Bonaire.“

dinsdag 2 december 2025

Ons voedsel wordt calorierijker en minder voedzaam door CO2-stijging

Voedselgewassen worden calorierijker, minder voedzaam en mogelijk ook giftiger door de toename van CO2 in de atmosfeer. Dit kan zonder ingrijpen leiden tot ondervoeding, zelfs bij bevolkingsgroepen die nu voldoende te eten hebben. Dit blijkt uit Leids onderzoek, gepubliceerd in Global Change Biology.

Wie vandaag een gezonde maaltijd van aardappels en bonen eet, krijgt in de toekomst bij hetzelfde gerecht mogelijk niet genoeg belangrijke voedingsstoffen binnen. Door toename van het CO2-gehalte in de lucht neemt de voedingswaarde van gewassen af: ze bevatten onder andere minder zink, ijzer en eiwitten. Gemiddeld dalen deze voedingsstoffen met 4,4%, maar er zitten ook dalingen bij van 38%. Tegelijkertijd neemt het aantal calorieën toe, wat kan bijdragen aan overgewicht. Ook zijn er aanwijzingen dat schadelijke stoffen zoals lood in concentratie toenemen. Hoewel er meer data nodig zijn om dit laatste verder te onderzoeken.

Wereldwijd zijn veel mensen afhankelijk van rijst of tarwe voor hun voeding. Deze gewassen laten allebei een aanzienlijke afname zien van essentiële voedingsstoffen als het CO2-niveau stijgt. Een afnemende voedingswaarde kan, zelfs als er genoeg voedsel is, grote gevolgen hebben voor de gezondheid en bijdragen aan (verdere) ondervoeding. Milieuwetenschapper Sterre ter Haar ziet haar studie dan ook als een wake-upcall. ‘Vaak denken we bij voedselzekerheid aan de vraag of mensen hun maag kunnen vullen. Met ons onderzoek benadrukken we dat voedselzekerheid ook betekent dat ons voedsel voldoende voedingsstoffen bevat. Daar moeten we meer aandacht aan geven.’

Voor het onderzoek zijn data van gewassen uit diverse studies geanalyseerd en met elkaar vergeleken. In deze studies lieten wetenschappers gewassen groeien onder verschillende CO2-niveaus. Hoewel er veel data beschikbaar waren, was het moeilijk om deze met elkaar te vergelijken vanwege de uiteenlopende CO2-concentraties die in de onderzoeken zijn gebruikt. Toch lukte het de Leidse onderzoekers, want het bleek dat het effect van de onderzochte CO2-niveaus op de groei van planten lineair is; als het CO2-niveau verdubbelt, verdubbelt ook het effect op de voedingsstoffen. Daarmee konden de onderzoekers een nulmeting maken waarmee ze alle data konden vergelijken. In totaal is naar 43 gewassen gekeken waaronder rijst, aardappels, tomaten en tarwe.

De gewassen voor de verschillende studies groeiden zowel binnen als buiten onder experimentele omstandigheden. Hoe reëel is het dat ons eten echt calorierijker, minder voedzaam en giftiger worden? Ter Haar: ‘Voor de nulmeting lag het CO2-niveau op 350 parts per million (ppm) en we keken wat er zou gebeuren bij 550 ppm, een niveau dat we in ons leven nog verwachten te kunnen bereiken. We leven nu met 425 ppm, dus we zijn al halverwege dit model.’ Volgens de onderzoekers suggereren de resultaten dat ons dieet nu al minder voedzaam is dan enkele decennia geleden. In de toekomst moeten we mogelijk ons dieet aanpassen om voldoende essentiële voedingsstoffen binnen te krijgen.

De Leidse onderzoekers hopen dat deze studie de aanzet vormt voor meer onderzoek naar het effect van CO2 op nog meer gewassen. Maar ook wat andere effecten van klimaatverandering op ons voedsel zijn. En hoe we gewassen kunnen aanpassen aan klimaatverandering. Kunnen we ze bijvoorbeeld anders laten groeien in kassen? ‘Gelukkig is er veel innovatie in de Nederlandse voedselsector en hebben we sterke onderzoeksinstellingen die hier onderzoek naar kunnen doen’, zegt Ter Haar. ‘Samen kunnen we echt vooruitgang boeken.’

maandag 1 december 2025

Extra maatregelen om problemen met statiegeld en zwerfafval aan te pakken

In de strijd tegen zwerfafval en om de problemen rondom statiegeld aan te pakken komt er een fors pakket met tal van maatregelen. Zo komen er duizenden extra plekken waar mensen flesjes en blikjes kunnen inleveren, extra geld om opengebroken vuilnisbakken tegen te gaan, snellere reparatie van kapotte innameapparaten en positieve beloningsacties voor inleveraars. Het doel: minder rommel op straat en een beter werkend statiegeldsysteem waarin meer wordt ingezameld. Verpact heeft deze totaalaanpak opgesteld op nadrukkelijk verzoek van staatssecretaris Thierry Aartsen (OV en Milieu) en vandaag aangeboden aan de staatssecretaris. 

Aartsen is blij dat het na stevige gesprekken de afgelopen weken is gelukt om te komen tot een flink pakket aan maatregelen voor de aanpak van viezigheid en zwerfafval: “We zien nog te veel problemen rond het statiegeldsysteem. Te weinig inleverpunten, opengebroken vuilnisbakken en troep in supermarkten en op straat. Dat moet echt beter. Met dit plan worden die problemen nu stevig aangepakt. Ook ben ik blij dat een verhoging van het statiegeldbedrag van de baan is.”

Verpact is de organisatie die namens het verpakkend bedrijfsleven wettelijk verantwoordelijk is voor de inrichting en het functioneren van het statiegeldsysteem. De organisatie heeft de verplichting om 90% van alle plastic flessen en blikjes in te zamelen. Omdat ze dat percentage nog steeds niet halen, heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) Verpact al verschillende Lasten Onder Dwangsom (LOD’s) opgelegd. 

Verpact heeft een totaalpakket aan maatregelen opgesteld. Samen moeten die ervoor zorgen: 

dat flessen en blikjes op veel meer plekken kunnen worden ingeleverd,
dat zwerfafval door opengebroken prullenbakken (samen met gemeenten) wordt aangepakt, 
en dat de wettelijke inzameldoelstelling van 90 procent wordt gehaald.

Een greep uit de maatregelen die Verpact gaat nemen om dat te bereiken:

2900 extra inzamelpunten in supermarkten (7600 nu naar 10.500 voor eind 2026);
223 extra bulk innamepunten (van 77, strevend naar 300); 
Verdrievoudiging van aantal retourshops (naar 60 stuks);
10 speciale inleverkiosken in de grote steden;
5000 extra donatiepunten voor het goede doel (van 22.000 naar 27.000);
Verdubbeling van het aantal innamepunten op evenementen en festivals;
Dit alles moet ervoor zorgen dat het makkelijker wordt om je flesjes en blikjes in te leveren, zonder lange rijen. 
Verpact trekt minimaal €5 miljoen uit voor een speciale aanpak tegen opengebroken vuilnisbakken in grote steden;
Ook op andere plekken gaat Verpact samen met de gemeenten werken aan bijvoorbeeld donatieringen waar mensen hun flesjes en blikjes kunnen achterlaten bij prullenbakken, of een andere oplossing op maat.
Beschadigde of ingedeukte blikjes worden bij het overgrote deel van de apparaten straks makkelijker geaccepteerd i.p.v. terug uitgespuugd;
Defecte apparaten worden twee keer zo snel gerepareerd;
Er komt een app waarin mensen kunnen checken waar het dichtstbijzijnde (werkende) inleverpunt is en niet werkende automaten kunnen melden;
Er komen beloningsacties waarmee mensen die flesjes en blikjes inleveren prijzen kunnen winnen;
Verpact rapporteert meerdere keren per jaar aan het ministerie over de voortgang van de Totaalaanpak en legt twee keer per jaar publieke verantwoording af over resultaten en financiën. 
Dit alles moet zorgen voor een hogere inzameling, minder zwerfafval en minder troep en wachtrijen in de supermarkt.

Staatssecretaris Aartsen heeft de ILT verzocht om het totaalpakket aan maatregelen van Verpact te beoordelen in het licht van het lopende handhavingstraject. De ILT heeft positief gereageerd op het pakket aan maatregelen waar Verpact mee aan de slag gaat. 

De ILT gaat de meest recente Last Onder Dwangsom aanpassen. In die last kreeg Verpact de opties van een retourbonus of statiegeldverhoging. Daar komt een nieuwe optie bij om aan de last te voldoen: de verschillende beloningsacties zoals beschreven in de Totaalaanpak uitvoeren. 

vrijdag 28 november 2025

Provincie houdt vast aan dwangsommen van bijna € 27 miljoen tegen Tata Steel

De provincie Provincie Noord‑Holland heeft besloten de dwangsommen van bijna 27 miljoen euro tegen Tata Steel definitief te handhaven. 

De boetes zijn opgelegd nadat twee kook- en gasfabrieken van Tata Steel — de zogenoemde Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) constateerde dat de uitstoot van schadelijke stoffen bij beide fabrieken ver boven de wettelijke norm lag. 

De dwangsommen waren verdeeld in twee delen: zo’n € 17,065 miljoen voor KGF 1 en ongeveer € 9,75 miljoen voor KGF 2. 

Tata Steel maakte bezwaar — zowel tegen de hoogte van de boetes als tegen de beperkte termijn om de uitstoot te verminderen. 

Op 27 maart 2025 behandelde de Hoor- en Adviescommissie het bezwaar. Die adviseerde eerder om de boetes te handhaven — de provincie besloot dat advies over te nemen. 

Hoewel de hoogte van de boetes bleef staan, werd de begunstigingstermijn verdubbeld: in plaats van acht kregen ze nu zestien weken de tijd om de normoverschrijdingen te stoppen. De nieuwe termijn ging in op 15 april 2025.

Doordat de dwangsommen gehandhaafd blijven, is de druk op Tata Steel om de uitstoot drastisch te verlagen hoog. De toezichthouder (OD NZKG) zegt dat sinds 15 april al meerdere metingen zijn verricht; zodra opnieuw overschrijdingen worden geconstateerd, zal de eerste vordering tot betaling volgen. 

donderdag 27 november 2025

Nederland wil wel verduurzamen, maar kansen blijven onbenut

De meerderheid van de Nederlanders is bereid om impactvolle duurzame stappen te zetten, maar het daadwerkelijke gedrag blijft achter. Opvallend is dat veel Nederlanders elkaars bereidheid om duurzaam te leven onderschatten, wat gedragsverandering belemmert. Dat blijkt uit de Monitor Duurzaam Leven 2025 van Milieu Centraal, uitgevoerd onder ruim 4.000 Nederlanders. Daardoor blijft jaarlijks minimaal 1,9 megaton aan CO₂-reductie onbenut. Het huidige tempo van gedragsverandering is te laag om de klimaatdoelen voor 2030 te halen, vooral bij verminderen autobezit, elektrisch rijden en vleesconsumptie. 

Dat is zorgelijk, want alleen technologische innovatie en verduurzaming van de industrie zijn onvoldoende om de doelstellingen te bereiken. Milieu Centraal stelt dat focus op brede gedragsverandering noodzakelijk is: duurzame keuzes moeten de makkelijkste én goedkoopste optie worden. Dat vraagt om systeemverandering: overheid en bedrijfsleven zijn aan zet. Nieuw in de Monitor zijn inzichten in woningverduurzaming en netcongestie. 

Op donderdag 27 november presenteert Milieu Centraal de Monitor Duurzaam Leven 2025. Tijdens de bijeenkomst in Nieuwspoort worden de belangrijkste uitkomsten toegelicht en gaan Ika van de Pas (Milieu Centraal), Afke van Rijn (IenW), Michel Heijdra (KGG), Jan van Beuningen (VRO), Geerte Paradies (TNO), Klaske Kruk (Circularities; Nederlandse Vereniging Circulaire Economie), Dennis van den Berg (Bol) en Judith Roumen (Milieu Centraal) met elkaar in gesprek over de inzichten en de gevolgen voor beleid, praktijk en samenleving. Voor persaccreditatie, zie onderaan dit bericht. 

Nederland wil wel, maar barrières houden gedragsverandering tegen  
Milieu Centraal voert de Monitor Duurzaam Leven tweejaarlijks uit in samenwerking met Motivaction. Meer dan 4.000 Nederlanders deden dit jaar mee aan het onderzoek door vragen in te vullen over hun gedrag, keuzes en bereidheid rond energie, mobiliteit, voeding en spullen. Uit de nieuwste editie van de Monitor Duurzaam Leven blijkt dat verduurzaming te langzaam gaat. Hoewel steeds meer mensen hun woning verduurzamen vlakt het tempo van deze groei af. De stappen die tussen 2021 en 2025 zijn gezet, zijn niet genoeg om de klimaatdoelen in 2030 te kunnen halen. Veel mensen doen wel kleinere duurzame handelingen, zoals afval scheiden en verpakkingen met statiegeld inleveren, maar keuzes met grote klimaatwinst, zoals: weinig vlees eten, minder vliegen of overstappen op elektrisch rijden, zijn nog geen meerderheidsgedrag.  
 
Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat er voor veel duurzame keuzes een groot draagvlak is: de meerderheid van de Nederlanders staat open voor driekwart van de impactvolle keuzes die mensen kunnen maken, terwijl gemiddeld zo’n 20% van die duurzame keuzes ook daadwerkelijk wordt gemaakt. Er ligt dus een aanzienlijk gat tussen willen en doen. Uit de Monitor Duurzaam Leven blijkt tevens dat de meeste Nederlanders eerder voor strenge maatregelen vanuit de overheid zijn dan tegen, ook als dat hen zelf raakt. Als het bestaande draagvlak wel wordt benut, kan dit een enorme CO₂-reductie van jaarlijks minimaal 1,9 megaton opleveren. Dit is vergelijkbaar met de besparing wanneer iedereen elke dag 6 minuten minder lang doucht. Hiervoor zijn systeemveranderingen noodzakelijk, waaronder het wegnemen van belemmeringen en het normaliseren van duurzaam gedrag.  
 
Vooral binnen de transitie naar duurzame mobiliteit en voeding ervaren mensen hardnekkige drempels. Minder vliegen en afscheid nemen van de benzine- of dieselauto blijven lastig. Ook al nam het aantal vegetariërs en veganisten eerder toe, de afgelopen twee jaar daalt het weer en blijkt één vleesdag per week een brug te ver. Het aantal mensen dat vlees mindert tot 3 à 4 dagen (flexitariërs) lijkt wel gegroeid de afgelopen jaren. Tegelijk groeit ook het aantal mensen dat kiest voor refurbished producten, milieuvriendelijke meubels of dat langer doet met de smartphone.  

De overgang naar een duurzame samenleving is niet alleen een technische opgave, maar ook een sociale. De monitoring toont inmiddels al sinds 2021 aan dat er in de meerderheid draagvlak is om duurzamere keuzes te maken, maar in de meting van 2025 blijkt dat elkaars bereidheid hiervoor fors wordt onderschat. Dit kan leiden tot self-silencing: mensen houden hun duurzame voorkeuren voor zich, uit de misvatting dat minder anderen ervoor open zouden staan. Deze misperceptie werkt als een rem op gedragsverandering: als mensen denken dat anderen niet meedoen, voelen ze minder de neiging om zelf stappen te zetten. “Om de klimaatdoelen samen te behalen is het nodig dat duurzaam leven onze norm is”, aldus Ika van de Pas.  

woensdag 26 november 2025

Banken steken jaarlijks miljarden in kritieke mineralen, milieu onder druk

Uit het nieuwe rapport van Oxfam en Fair Finance International blijkt dat Europese banken, verzekeraars en pensioenfondsen, waaronder ING en ABP, blindelings investeren in mijnbouwbedrijven die in verband worden gebracht met landroof, milieuvervuiling en mensenrechtenschendingen. Tussen 2016 en 2024 verstrekten Europese banken € 64 miljard aan leningen aan mijnbouwbedrijven die kritieke grondstoffen winnen zoals waaronder lithium, koper, nikkel en kobalt. Dit nieuwe rapport verschijnt op dag dat in Brussel de Raw Materials week van de Europese Commissie van start gaat.

Het rapport, "Financing Critical Minerals but Failing Critical Safeguards", concludeert dat Europa's streven naar het veiligstellen van kritieke grondstoffen die nodig zijn voor de energie transitie onbedoeld mensenrechtenschendingen en milieuschade aanwakkert. Het rapport benadrukt de financiële en reputatierisico's voor banken en investeerders en legt de verborgen impact bloot van de groene agenda van de EU. Tegelijkertijd draait de EU haar duurzaamheids- en groene agenda steeds meer terug.

In het rapport worden de acht grootste Europese financiële instellingen geanalyseerd op hun milieu- en mensenrechtenwaarborgen, waaronder BNP Paribas, Crédit Agricole, Deutsche Bank, ING, Allianz en Banco Santander. De scores variëren van slechts 2,6 tot 4,0 op een schaal van 10. Het Nederlandse pensioenfonds ABP, dat het beste presteert, kreeg een bescheiden 4. ING komt niet verder dan een 3,7. Crédit Agricole, de grootste investeerder in mijnbouwbedrijven in de EU, Allianz, de op één na grootste investeerder, en de Spaanse bank BBVA scoorden allemaal lager dan 3.

"De race naar kritieke mineralen wordt vaak gezien als noodzakelijk voor wereldwijde energietransitie, maar hun toeleveringsketens worden geteisterd door vervuiling en sociale conflicten. Het gaat hier niet om een ​​paar rotte appels, maar om een ​​systeem dat Europese financiers buiten schot laat omdat de regels te zwak zijn. Dit leidt niet alleen tot mensenrechtenschendingen en milieuschendingen, maar stelt Europese banken en investeerders ook bloot aan financiële en reputatierisico's", aldus Kees Kodde, projectleider van Oxfam en Fair Finance International. 

dinsdag 25 november 2025

Brandstof voor vliegtuigen uit huisvuil

Onderzoekers aan Harvard University en Tsinghua University hebben ontdekt dat afval – zoals huishoudelijk restmateriaal – ingezet kan worden om vliegtuigenbrandstof te maken. 

De luchtvaartsector kampt met een aanzienlijk klimaatprobleem: vliegtuigen veroorzaken ongeveer 2,5 % van de wereldwijde CO₂-uitstoot. Omdat elektrisch vliegen voor grote toestellen en lange trajecten voorlopig niet praktisch is, geldt duurzame vliegtuigbrandstof vooralsnog als de beste optie. Deze brandstof is echter nu nog erg kostbaar om te produceren. 

Het grote voordeel: van afval is er volop beschikbaar, veel meer dan van plantaardige of gebruikte olie waar veel huidige duurzame brandstoffen op gebaseerd zijn. 

Volgens de onderzoekers leidt hun uitvinding tot een CO₂-uitstootvermindering van zo’n 80 tot 90 % ten opzichte van gewone kerosine.  Wereldwijd zou het huisvuil uit kunnen maken voor zo’n 16 % van alle vluchten. Voor Europa zou het zelfs de volledige doelstelling voor 2030 kunnen dekken. Grote steden zoals Beijing, Shanghai, Caïro en New York zouden elk jaar meer dan 100.000 ton vliegtuigbrandstof uit hun eigen afval kunnen produceren. 

maandag 24 november 2025

Luchtvaart dreigt klimaatdoelen 2030 niet te halen

Het is zeer onwaarschijnlijk dat de Nederlandse luchtvaartsector de klimaatdoelen voor 2030 haalt. De doelstellingen voor de jaren erna zijn onzeker. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van CE Delft in opdracht van Natuur & Milieu. De uitstoot van vliegtuigen mag in 2030 niet hoger zijn dan in 2005, maar volgens de nieuwste prognoses komt de sector daar ver bovenuit. Terwijl vrijwel alle andere sectoren hun uitstoot ten opzichte van 1990 hebben verlaagd, neemt de klimaatimpact van de luchtvaart juist toe.

De Nederlandse politiek heeft de luchtvaart de afgelopen jaren meer ruimte gegeven dan andere sectoren. De afspraken voor de sector uit het Akkoord Duurzame Luchtvaart (2020) zijn namelijk niet wettelijk bindend en de reductiedoelen blijven ver achter bij die van andere sectoren zoals landbouw, industrie en vervoer. Bovendien krijgt de luchtvaart meer tijd dan andere sectoren.

Het onderzoek brengt berekeningen uit verschillende overheidsstudies samen, waaronder de Klimaat en Energieverkenning 2024 en Welvaart en Leefomgeving 2025. Daaruit blijkt dat de luchtvaart in 2030 naar verwachting ruim een halve megaton CO2 méér uitstoot dan afgesproken. Dat staat ongeveer gelijk aan de jaarlijkse uitstoot van zo’n 300.000 benzineauto’s. Het gevolg daarvan is dat het aandeel van de luchtvaart in de totale uitstoot van Nederland groeit van 1,7% in 1990, naar 7,2% in 2030. Daarbij is rekening gehouden met trends als inzet van zuinigere toestellen, Europese klimaatwetgeving, maar ook het gebruik van steeds grotere vliegtuigen.

De onderzoekers laten zien dat de invoering van een CO2-plafond per luchthaven zekerheid kan bieden dat de doelen wél worden gehaald. Zo’n plafond legt een maximale hoeveelheid CO2-uitstoot vast. De sector blijft vrij om zelf te bepalen hoe zij deze reductie bereikt. Door de val van het kabinet Schoof is de voorgenomen invoering van het CO2-plafond sterk vertraagd, het wetsvoorstel moet nog in consultatie. ‘Een CO2-plafond is een noodzakelijke waarborg: als bestaande maatregelen voldoende opleveren, gebeurt er niets. Maar als de uitstoot toch oploopt moet de sector bijsturen. Dat geeft duidelijkheid aan de overheid, samenleving en de sector zelf’, aldus Bert van Mourik, programmaleider luchtvaart Natuur & Milieu.

'Het nieuwe kabinet heeft nu de kans om duidelijkheid te geven. Door het CO2-plafond vast te leggen en de vliegbelasting gericht aan te passen komen de klimaatdoelen weer in zicht. Zo behoudt de sector de ruimte om te ondernemen, maar krijgt de samenleving ook zekerheid dat deze sector een eerlijke bijdrage levert aan het veilig houden van ons land tegen klimaatverandering.'

Daarnaast laat het onderzoek zien dat een verhoging van de vliegbelasting voor middellange en lange vluchten (met respectievelijk circa 21 euro en 37 euro bovenop het voorgenomen beleid) voldoende kan zijn om het doel voor 2030 binnen bereik te brengen. Verschillende politieke partijen pleitten hier recentelijk ook voor in hun verkiezingsprogramma’s. Van Mourik: ‘Het nieuwe kabinet heeft nu de kans om duidelijkheid te geven. Door het CO2-plafond vast te leggen en de vliegbelasting gericht aan te passen komen de klimaatdoelen weer in zicht. Zo behoudt de sector de ruimte om te ondernemen, maar krijgt de samenleving ook zekerheid dat deze sector een eerlijke bijdrage levert aan het veilig houden van ons land tegen klimaatverandering.’


vrijdag 21 november 2025

Noorse waterstof-gok blijkt een misser: 40× hogere CO₂-uitstoot dan elektrisch alternatief

Hoewel Norled in Noorwegen grootse plannen had met de eerste vloeibare-waterstofveerboot ter wereld, de MF Hydra, blijkt het project uit te draaien op een ecologische én financiële flop. In het land dat vooroploopt in de elektrische revolutie rijdt Noorled juist een rigoureus verkeerd spoor. 

De boot kostte zo’n 29 miljoen euro, terwijl het batterij-alternatief, de MF Nesvik, slechts 20 miljoen euro kostte. De jaarlijkse brandstofkosten van de Hydra bedragen circa 1,4 miljoen euro, tegenover minder dan 100.000 euro voor de accu-variant.  

Ecologisch gezien is het plaatje nog pijnlijker: de grijze waterstof voor de Hydra wordt aangeleverd per vrachtwagen over 1.300 km vanuit Duitsland, gecombineerd met inefficiëntie in brandstofcel en enige lekkage. Resultaat: de Hydra stoot twee keer zoveel CO₂ uit als een vergelijkbare dieselboot — en maar liefst veertig keer zoveel als de batterij­veervariant.  

Volgens de analyse van CleanTechnica had Norled met de bespaarde middelen twee extra elektrisch aangedreven veerboten kunnen aanschaffen én tussen 900 en 1.300 ton CO₂ per jaar kunnen besparen.  

Het project illustreert waarom grootschalige inzet van waterstof in sectoren waar al schonere alternatieven bestaan — zoals batterijen voor boten — niet vanzelfsprekend een duurzame keuze is. De waterstoflobby blijft aandringen, maar het bewijsmateriaal voor efficiency en milieuwinst blijft achter.  

donderdag 20 november 2025

Vijf hardnekkige mythes over gerecycled plastic ontkracht

Slechts 38% van het plastic in Nederland wordt gerecycled, blijkt uit cijfers van Plastics Europe. Geen gebrek aan technologie of mogelijkheden, maar aan vertrouwen. Veel bedrijven durven de stap naar gerecycled plastic niet te zetten, gevoed door hardnekkige mythes. Ondertussen zijn we jaarlijks 2 miljoen ton plastic rijker, goed voor 3,4% van de wereldwijde CO2-uitstoot. In het kader van de Nationale Klimaatweek zet Veolia de feiten op een rij en ontkracht vijf veelgehoorde misvattingen.

1. ‘Plastic is moeilijk te recyclen voor hergebruik’
Ja, plastic bestaat uit veel verschillende polymeren. En ja, elk type vraagt om een andere aanpak. Maar moeilijk? Niet meer. Dankzij geavanceerde technologieën worden de polymeren uit ons afval gescheiden en kunnen gesnipperde plastics gesorteerd worden in een reeks slimme processen, waarbij elk polymeertype wordt gescheiden. Het resultaat: zuivere grondstof, klaar voor een tweede leven. Veolia heeft gespecialiseerde centra waar deze methodes al worden toegepast.

2. ‘Recycling kost evenveel energie als nieuw plastic produceren’
Als dat zo was, hadden we inderdaad een probleem. Maar de cijfers liegen er niet om: het recyclen van plastic kost 75% minder energie dan de productie van nieuw plastic. Bovendien leidt het tot 60% lagere CO2-uitstoot. Onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door SGS Intron gaat nog een stap verder en toont aan dat gerecycled Polypropyleen (rPP) van Veolia zelfs zes keer minder klimaatimpact heeft dan de fossiele variant.

3. ‘Gerecycled plastic is van lagere kwaliteit’
Niets is minder waar. De basis van gerecycled plastic bestaat namelijk uit dezelfde polymeren als nieuw plastic. Vroeger kon de kwaliteit variëren door vermenging van verschillende soorten plastic, maar dankzij moderne recyclingtechnieken en geavanceerde zuiveringsprocessen is dat probleem grotendeels verholpen. Gerecycled plastic is dus zeer geschikt voor producten met hoge kwaliteitseisen. En het is ook geen probleem om gerecycled kunststof in 15 verschillende kleuren te leveren.

4. ‘Gerecycled plastic heeft beperkte toepassingen’
Geen zorgen, gerecycled plastic is super veelzijdig. Omdat het bestaat uit verschillende polymeren, kan het worden toegepast in talloze producten. De samenstelling verschilt natuurlijk per gebruik: wat geschikt is voor een tuinstoel, gebruik je niet voor een verpakking. Met PlastiLoop levert Veolia gerecyclede kunststoffen voor uiteenlopende sectoren, van de auto-industrie tot de textielsector en landbouw.

5. ‘Consumenten hebben geen voorkeur’
Integendeel: uit wereldwijd onderzoek van Trivium blijkt dat de meerderheid van de consumenten (79%) het belangrijk vindt dat de producten die ze kopen in duurzame verpakkingen zitten. 82% is zelfs bereid om hier meer voor te betalen. De groeiende vraag naar gerecycled plastic komt dus ook vanuit de consument, die actief wil bijdragen aan een duurzamere toekomst.