Verzekering tegen klimaatrisico’s in de hoorn van Afrika werkt
In landen als Kenia, Ethiopië en Somalië leidt steeds vaker voorkomende en heftige droogte tot risicovolle migratie van grote groepen mensen en daarmee ook tot conflicten in de regio. Sinds tien jaar werkt een conglomeraat van onderzoekers, banken en verzekeraars echter aan een verzekering tegen dergelijke risico’s als gevolg van klimaatverandering. Uit de evaluatie van dit project door onder andere Karlijn Morsink van de Utrecht University School of Economics (U.S.E) blijkt nu dat het effect heeft. Meer dan 3,2 miljoen herders zijn nu beschermd door deze verzekering. Daardoor passen huishoudens hun productiestrategie aan, is er minder conflict over hulpbronnen, en gaan er meer kinderen naar school, waardoor nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden ontstaan.
Doordat er een verzekering is tegen klimaatrisico's, gaan mensen andere investeringen doen, zegt Karlijn Morsink, hoofdonderzoeker. Ze doen investeringen die meer productiviteit opleveren omdat ze nu beschermd zijn tegen risico’s. Ze gaan diversifiëren; dus naast veehouderij ook investeren in landbouw bijvoorbeeld.
Toegenomen opleidingsniveau leidt tot kansen op andere banen
Een ander heel belangrijk effect, is dat ze gaan investeren in hun kinderen. Die worden steeds minder vaak als arbeidskracht ingezet en steeds meer kinderen gaan fulltime naar school. Dat leidt er tien jaar na de introductie van dit programma dus toe dat het opleidingsniveau ontzettend is toegenomen. De kinderen krijgen daardoor ook kansen op andere banen, en dat is een enorme verandering. Human capital is de belangrijkste asset die er is. Dit heeft echt impact op hun leven.
Morsink wijst erop hoe belangrijk dat is. De populatie in ‘de hoorn van Afrika’ (waar de drie landen uit het onderzoek toe behoren) is niet alleen een van de armste bevolkingen van de wereld, maar zij verzorgen met hun veehouderij ook voor een belangrijk deel de voedselvoorziening voor een groot deel van Afrika, in de vorm van vlees (proteïnes). Omdat zij de allerarmste populatie zijn, maken zij ook een groot deel uit van de migratiedruk op Europa uit deze regio van Afrika.
Als er droogte is, moeten herders verder migreren om voldoende voedsel voor hun dieren (kamelen, koeien, geiten en schapen) te vinden. Dat leidt ertoe dat ze in gebieden van andere herders komen, en het risico op conflicten groter is. Door uitbetaling van de verzekering tegen klimaatrisico’s zoals extreme droogte, kunnen de herders voedsel en water kopen voor hun dieren. Ze hoeven niet meer zo’n verre migratie te maken, en daardoor neemt de kans op conflicten (en daardoor: verlies van zowel het leven van dieren als mensenlevens) af.
Maar ook als er goede seizoenen zijn, zien de onderzoekers in de seizoenen daarna meer conflicten ontstaan. Door een goed seizoen zijn de dieren gezond, veel waard – en daardoor interessanter om te stelen. Conflicten ontstaan dus ook op het moment dat mensen zich juist minder druk hoeven te maken over overleven.
Naast de evaluatie van het verzekeringsprogramma, gaat het onderzoeksteam onder leiding van Karlijn Morsink verder met onderzoek, bijvoorbeeld naar het verbeteren van de publiek-private samenwerking in een dergelijk innovatief en effectief financieel product als deze verzekering, maar ook naar de mogelijke aanpak van de relatie tussen overvloed en schaarste van hulpbronnen en conflicten.
Conflict, dat klinkt heel abstract, zegt Morsink. Maar ik krijg natuurlijk uit eerste hand al verhalen te horen over wat dat voor mensen betekent: het verlies van dierbaren, vrouwen die verkracht worden. Verschrikkelijke verhalen…. Als je dan aan een programma werkt dat die conflicten vermindert, dan is dat heel mooi.
Maar dat juist tijdens periodes van overvloed van hulpbronnen de kans op conflict het hoogst is, daar hebben we nog geen oplossing voor.
We zijn nu een soort leerprogramma aan het ontwikkelen voor jongeren, met name jongere mannen, die vaak betrokken zijn bij conflicten. Daarin gaan zij nieuwe vaardigheden leren, bijvoorbeeld om iets te ondernemen naast de veehouderij. Zodat zij niet meer uit ‘pure armoede en gebrek aan alternatieven’ overgaan tot het stelen van dieren.
Doordat er een verzekering is tegen klimaatrisico's, gaan mensen andere investeringen doen, zegt Karlijn Morsink, hoofdonderzoeker. Ze doen investeringen die meer productiviteit opleveren omdat ze nu beschermd zijn tegen risico’s. Ze gaan diversifiëren; dus naast veehouderij ook investeren in landbouw bijvoorbeeld.
Toegenomen opleidingsniveau leidt tot kansen op andere banen
Een ander heel belangrijk effect, is dat ze gaan investeren in hun kinderen. Die worden steeds minder vaak als arbeidskracht ingezet en steeds meer kinderen gaan fulltime naar school. Dat leidt er tien jaar na de introductie van dit programma dus toe dat het opleidingsniveau ontzettend is toegenomen. De kinderen krijgen daardoor ook kansen op andere banen, en dat is een enorme verandering. Human capital is de belangrijkste asset die er is. Dit heeft echt impact op hun leven.
Morsink wijst erop hoe belangrijk dat is. De populatie in ‘de hoorn van Afrika’ (waar de drie landen uit het onderzoek toe behoren) is niet alleen een van de armste bevolkingen van de wereld, maar zij verzorgen met hun veehouderij ook voor een belangrijk deel de voedselvoorziening voor een groot deel van Afrika, in de vorm van vlees (proteïnes). Omdat zij de allerarmste populatie zijn, maken zij ook een groot deel uit van de migratiedruk op Europa uit deze regio van Afrika.
Als er droogte is, moeten herders verder migreren om voldoende voedsel voor hun dieren (kamelen, koeien, geiten en schapen) te vinden. Dat leidt ertoe dat ze in gebieden van andere herders komen, en het risico op conflicten groter is. Door uitbetaling van de verzekering tegen klimaatrisico’s zoals extreme droogte, kunnen de herders voedsel en water kopen voor hun dieren. Ze hoeven niet meer zo’n verre migratie te maken, en daardoor neemt de kans op conflicten (en daardoor: verlies van zowel het leven van dieren als mensenlevens) af.
Maar ook als er goede seizoenen zijn, zien de onderzoekers in de seizoenen daarna meer conflicten ontstaan. Door een goed seizoen zijn de dieren gezond, veel waard – en daardoor interessanter om te stelen. Conflicten ontstaan dus ook op het moment dat mensen zich juist minder druk hoeven te maken over overleven.
Naast de evaluatie van het verzekeringsprogramma, gaat het onderzoeksteam onder leiding van Karlijn Morsink verder met onderzoek, bijvoorbeeld naar het verbeteren van de publiek-private samenwerking in een dergelijk innovatief en effectief financieel product als deze verzekering, maar ook naar de mogelijke aanpak van de relatie tussen overvloed en schaarste van hulpbronnen en conflicten.
Conflict, dat klinkt heel abstract, zegt Morsink. Maar ik krijg natuurlijk uit eerste hand al verhalen te horen over wat dat voor mensen betekent: het verlies van dierbaren, vrouwen die verkracht worden. Verschrikkelijke verhalen…. Als je dan aan een programma werkt dat die conflicten vermindert, dan is dat heel mooi.
Maar dat juist tijdens periodes van overvloed van hulpbronnen de kans op conflict het hoogst is, daar hebben we nog geen oplossing voor.
We zijn nu een soort leerprogramma aan het ontwikkelen voor jongeren, met name jongere mannen, die vaak betrokken zijn bij conflicten. Daarin gaan zij nieuwe vaardigheden leren, bijvoorbeeld om iets te ondernemen naast de veehouderij. Zodat zij niet meer uit ‘pure armoede en gebrek aan alternatieven’ overgaan tot het stelen van dieren.

Geen opmerkingen: