Vervuiling en droogte verstoren drinkwaterwinning uit de Maas: lozers en overheden aan zet
Drinkwaterbedrijven moesten in 2025 maar liefst 56 keer de inname van Maaswater stilleggen of beperken door verontreinigingen. Lozingen met vervuilende stoffen, al dan niet in combinatie met lage rivierafvoeren, drukken op de bruikbaarheid van rivierwater als bron voor drinkwater. Dus concludeert RIWA-Maas in haar jaarrapport: ‘Betere bescherming van de Maas door lozende bedrijven en overheden is dringend nodig.’
De Maas is de bron voor drinkwater voor ruim zeven miljoen mensen in Nederland en België, maar wordt in de praktijk onvoldoende beschermd. De waterkwaliteit verslechtert door schadelijke verontreinigingen, droogte en onvoldoende zicht op lozingen. RIWA-Maas concludeert dit bij het verschijnen van haar jaarrapport en roept overheden én lozende bedrijven op om hun maatschappelijke en wettelijke verantwoordelijkheid te nemen. Directeur Maarten van der Ploeg: “Overheden kunnen deze bron beter beschermen door te zorgen voor een volledig overzicht van directe en indirecte lozingen, actuele vergunningen, beter toezicht en internationale uitwisseling van gegevens. Ook bedrijven moeten hun verantwoordelijkheid nemen en beter inzicht geven in hun afvalwaterstromen en schadelijke lozingen actief beperken.”
e dat drinkwaterbedrijven bij elkaar 56 keer de inname van Maaswater moesten stoppen of beperken. In totaal werd de normale bedrijfsvoering bij de innamepunten daardoor 4.610 uur (192 dagen) onderbroken of verstoord. De langdurige lozing van het bestrijdingsmiddel propamocarb dwong WML om ongeveer drie maanden geen Maaswater in te nemen en had ook gevolg voor benedenstroomse drinkwaterbedrijven. Het incident laat zien wat de impact is van schadelijke stoffen in het stroomgebied en hoeveel tijd opsporing van de vervuiler nu kost.
Die impact neemt verder toe tijdens perioden van lage rivierafvoer. Het was in 2025 – net als dit jaar - in Nederland en België uitzonderlijk warm en droog. Bij lagere afvoer worden verontreinigingen minder verdund. Zo bedreigt droogte niet alleen de beschikbaarheid, maar ook de kwaliteit van Maaswater.
“Om de Maas beter te beschermen pleiten wij voor een actueel en publiek toegankelijk overzicht van alle relevante lozingen in het Maasstroomgebied, inclusief indirecte lozingen via het riool,” verklaart Van der Ploeg.
“Lozingsvergunningen moeten regelmatig worden herzien en voorzien zijn van een harde einddatum, zodat periodiek opnieuw wordt beoordeeld welke stoffen bedrijven lozen en welke gevolgen deze kunnen hebben bij zeer lage rivierafvoeren. Ook moet het toezicht meer datagedreven worden ingericht, zodat overtredingen en risicovolle lozingen sneller worden opgespoord. Essentieel hierbij is een actieve internationale samenwerking, met snellere gegevensuitwisseling tussen Frankrijk, Wallonië, Vlaanderen en Nederland.”
Overheden moeten zorgen voor beter toezicht en meer transparantie over lozingen, bedrijven moeten hun afvalwaterstromen beter in beeld brengen en vervuiling actief verminderen.
Ook bedrijven hebben een duidelijke maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij zijn primair verantwoordelijk voor wat zij lozen. Dit houdt in dat zij inzicht moeten hebben in de stoffen die zich in hun afvalwater bevinden, hun lozingen actief moeten beperken en transparanter moeten zijn richting bevoegd gezag en waterbeheerders. Juist nu droogteperioden vaker voorkomen en rivierafvoeren afnemen, kunnen lozingen sneller gevolgen hebben voor de drinkwaterproductie stroomafwaarts.
RIWA-Maas-directeur Van der Ploeg: “De Maas is geen riool maar een waardevolle bron voor drinkwater voor zeven miljoen mensen. Overheden zijn aan zet om hun zorgplicht waar te maken, maar ook bedrijven moeten laten zien dat zij hun verantwoordelijkheid nemen. De bescherming van de Maas vraagt nu om concrete stappen: aanpakken van schadelijke lozingen, betere vergunningen met scherp toezicht en internationale samenwerking die sneller werkt wanneer het erop aankomt.”
De Maas is de bron voor drinkwater voor ruim zeven miljoen mensen in Nederland en België, maar wordt in de praktijk onvoldoende beschermd. De waterkwaliteit verslechtert door schadelijke verontreinigingen, droogte en onvoldoende zicht op lozingen. RIWA-Maas concludeert dit bij het verschijnen van haar jaarrapport en roept overheden én lozende bedrijven op om hun maatschappelijke en wettelijke verantwoordelijkheid te nemen. Directeur Maarten van der Ploeg: “Overheden kunnen deze bron beter beschermen door te zorgen voor een volledig overzicht van directe en indirecte lozingen, actuele vergunningen, beter toezicht en internationale uitwisseling van gegevens. Ook bedrijven moeten hun verantwoordelijkheid nemen en beter inzicht geven in hun afvalwaterstromen en schadelijke lozingen actief beperken.”
e dat drinkwaterbedrijven bij elkaar 56 keer de inname van Maaswater moesten stoppen of beperken. In totaal werd de normale bedrijfsvoering bij de innamepunten daardoor 4.610 uur (192 dagen) onderbroken of verstoord. De langdurige lozing van het bestrijdingsmiddel propamocarb dwong WML om ongeveer drie maanden geen Maaswater in te nemen en had ook gevolg voor benedenstroomse drinkwaterbedrijven. Het incident laat zien wat de impact is van schadelijke stoffen in het stroomgebied en hoeveel tijd opsporing van de vervuiler nu kost.
Die impact neemt verder toe tijdens perioden van lage rivierafvoer. Het was in 2025 – net als dit jaar - in Nederland en België uitzonderlijk warm en droog. Bij lagere afvoer worden verontreinigingen minder verdund. Zo bedreigt droogte niet alleen de beschikbaarheid, maar ook de kwaliteit van Maaswater.
“Om de Maas beter te beschermen pleiten wij voor een actueel en publiek toegankelijk overzicht van alle relevante lozingen in het Maasstroomgebied, inclusief indirecte lozingen via het riool,” verklaart Van der Ploeg.
“Lozingsvergunningen moeten regelmatig worden herzien en voorzien zijn van een harde einddatum, zodat periodiek opnieuw wordt beoordeeld welke stoffen bedrijven lozen en welke gevolgen deze kunnen hebben bij zeer lage rivierafvoeren. Ook moet het toezicht meer datagedreven worden ingericht, zodat overtredingen en risicovolle lozingen sneller worden opgespoord. Essentieel hierbij is een actieve internationale samenwerking, met snellere gegevensuitwisseling tussen Frankrijk, Wallonië, Vlaanderen en Nederland.”
Overheden moeten zorgen voor beter toezicht en meer transparantie over lozingen, bedrijven moeten hun afvalwaterstromen beter in beeld brengen en vervuiling actief verminderen.
Ook bedrijven hebben een duidelijke maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij zijn primair verantwoordelijk voor wat zij lozen. Dit houdt in dat zij inzicht moeten hebben in de stoffen die zich in hun afvalwater bevinden, hun lozingen actief moeten beperken en transparanter moeten zijn richting bevoegd gezag en waterbeheerders. Juist nu droogteperioden vaker voorkomen en rivierafvoeren afnemen, kunnen lozingen sneller gevolgen hebben voor de drinkwaterproductie stroomafwaarts.
RIWA-Maas-directeur Van der Ploeg: “De Maas is geen riool maar een waardevolle bron voor drinkwater voor zeven miljoen mensen. Overheden zijn aan zet om hun zorgplicht waar te maken, maar ook bedrijven moeten laten zien dat zij hun verantwoordelijkheid nemen. De bescherming van de Maas vraagt nu om concrete stappen: aanpakken van schadelijke lozingen, betere vergunningen met scherp toezicht en internationale samenwerking die sneller werkt wanneer het erop aankomt.”

Geen opmerkingen: