Meubelfabrikanten worden verantwoordelijk voor recycling van oude meubels
In Nederland worden jaarlijks ongeveer 2 miljard kilo aan nieuwe meubels verkocht. Van de afgedankte meubels krijgt jaarlijks zo’n 260 miljoen kilo een tweede leven, bijvoorbeeld via kringloopwinkels en online verkoopplatforms. Het grootste deel komt echter terecht bij milieustraten, waarna veel meubels alsnog worden verbrand.
Dat is zonde, omdat meubels waardevolle grondstoffen bevatten die opnieuw kunnen worden gebruikt. Denk aan hout, metaal, kunststof, textiel en schuim. Door deze materialen terug te winnen, kan de hoeveelheid afval die wordt verbrand aanzienlijk worden verminderd.
Verschillende gemeenten en afvalbedrijven wachten niet op de nieuwe regelgeving. Inmiddels zijn verspreid over Nederland zes demontagehallen ingericht waar afgedankte meubels uit elkaar worden gehaald. Daarbij worden bruikbare materialen gescheiden voor hergebruik en recycling.
Een van de betrokken organisaties is Cure Afvalbeheer, dat afval inzamelt in Eindhoven, Valkenswaard en Geldrop-Mierlo. Het bedrijf haalt onder meer banken en boxsprings uit elkaar. Hoeveel tijd dat kost, verschilt per meubelstuk. Een relatief eenvoudige bank kan binnen twintig minuten worden gedemonteerd, terwijl ingewikkelder modellen meer tijd vergen.
De teruggewonnen materialen krijgen verschillende bestemmingen. Kunststof wordt bijvoorbeeld verwerkt tot bierkratten en boodschappenmandjes. Van gerecycled hout kunnen nieuwe badkamermeubels worden gemaakt. Ook leer wordt hergebruikt, onder meer voor dierenriemen en barbecueschorten.
Naast milieuwinst levert de recycling financiële voordelen op. Afvalverbranding brengt kosten met zich mee, waaronder een afvalstoffenbelasting die naar verwachting verder stijgt. Door meer materialen uit meubels terug te winnen, hoeft minder afval te worden verbrand. Dat kan uiteindelijk ook de kosten voor gemeenten en inwoners beperken.
Met de nieuwe regels wil het kabinet meubelfabrikanten stimuleren om producten te maken die langer meegaan en eenvoudiger te repareren of demonteren zijn. Producenten krijgen immers meer verantwoordelijkheid voor wat er met hun meubels gebeurt nadat consumenten ze afdanken.
Sommige bedrijven zijn daar al mee begonnen. IKEA biedt bijvoorbeeld een terugkoopservice en verkoopt reserveonderdelen waarmee klanten meubels kunnen repareren. Kantoormeubelfabrikant Ahrend knapt gebruikte meubels op om ze opnieuw te verkopen.
De Nederlandse Vereniging voor Afval- en Reinigingsdiensten (NVRD) pleit ervoor om duidelijke doelstellingen vast te leggen voor hergebruik en het gebruik van gerecyclede materialen. Zo zou een verplicht minimumpercentage gerecyclede grondstoffen in nieuwe meubels de vraag naar herbruikbare materialen kunnen vergroten.
Brancheorganisaties van meubelfabrikanten ondersteunen het principe van producentenverantwoordelijkheid, maar benadrukken dat de uitvoering werkbaar moet zijn. Ook moet duidelijk worden welke materialen op een economisch rendabele manier kunnen worden gerecycled.
De gemeenten verwachten dat zij een rol blijven spelen bij de inzameling en verwerking van afgedankte meubels. Ze willen daarbij samenwerken met fabrikanten en importeurs, bijvoorbeeld door oude meubels mee te nemen wanneer nieuwe producten worden geleverd. Zo moet worden voorkomen dat bruikbare grondstoffen verloren gaan.

Geen opmerkingen: