Nieuwe technologie moet industrie helpen fors minder chemicaliën te gebruiken
Onderzoekers van de Universiteit Twente werken aan een nieuwe generatie procestechnologie waarmee industriële processen veel minder chemische hulpstoffen nodig hebben. Dankzij een toekenning van 4 miljoen euro uit het TKI Industrie & Energie-programma leidt UT-onderzoeker Sissi de Beer een internationaal consortium dat de komende jaren werkt aan duurzamere technieken voor onder meer machinereiniging, ontzilting en het scheiden van grondstoffen.
In veel industriële processen worden chemicaliën toegevoegd om water te behandelen, installaties te reinigen of stoffen van elkaar te scheiden. Voordat het water opnieuw kan worden gebruikt of geloosd, moeten die hulpstoffen weer worden verwijderd. Dat kost veel energie, chemicaliën en geld. Het nieuwe project ECO (Electrically-driven, Chemical-free Operations) kiest daarom voor een andere aanpak: voorkomen dat die hulpstoffen überhaupt nodig zijn.
‘We bouwen voort op technologieën die we de afgelopen jaren hebben ontwikkeld, maar zetten nu een belangrijke volgende stap’, zegt Sissi. ‘Niet alleen gebruiken we elektrische velden, we benutten ook de lokale pH-veranderingen die ontstaan bij de elektroden. Daardoor kunnen we precies op de juiste plek de gewenste omstandigheden creëren, zonder de volledige vloeistof aan te passen. Zo kunnen we veel efficiënter werken en het gebruik van chemicaliën sterk terugdringen.’
De nieuwe technologie bouwt voort op eerdere UT-projecten, waaronder ReCoVR en Electrified. Daarin ontwikkelden onderzoekers elektrisch aangedreven technieken om biomaterialen efficiënter te scheiden en te ontwateren. Binnen ECO wordt die kennis verder uitgebreid naar toepassingen zoals ontzilting, machinereiniging en industriële scheidingsprocessen.
De onderzoekers verwachten dat de nieuwe inzichten uiteindelijk ook buiten de industrie bruikbaar zijn. Zo wordt thuis vaak nog meer gebruikgemaakt van schoonmaakmiddelen, ontkalkers en andere hulpstoffen dan in industriële processen. Sissi: ‘We richten ons in dit project op de industrie, maar hopen dat de kennis die we opdoen uiteindelijk ook kan leiden tot toepassingen die het gebruik van chemicaliën in huishoudens verminderen.’
Binnen ECO werken onderzoekers van de Universiteit Twente samen met TU Delft, Wageningen University & Research, Rijksuniversiteit Groningen en de University of Copenhagen. Ook bedrijven als Royal Avebe, FrieslandCampina, Nobian, Shell, ISPT, Ecolab en VNP zijn betrokken bij het consortium.
Met vijf promovendi onderzoekt het consortium de komende jaren hoe elektrisch aangedreven procestechnologieën kunnen bijdragen aan schonere en energiezuinigere industriële processen. ‘Ik hoop dat we over tien jaar kunnen zeggen dat we het fundament hebben gelegd voor een nieuwe generatie industriële processen die minder chemicaliën gebruiken en bijdragen aan schoner water’, aldus Sissi.
In veel industriële processen worden chemicaliën toegevoegd om water te behandelen, installaties te reinigen of stoffen van elkaar te scheiden. Voordat het water opnieuw kan worden gebruikt of geloosd, moeten die hulpstoffen weer worden verwijderd. Dat kost veel energie, chemicaliën en geld. Het nieuwe project ECO (Electrically-driven, Chemical-free Operations) kiest daarom voor een andere aanpak: voorkomen dat die hulpstoffen überhaupt nodig zijn.
‘We bouwen voort op technologieën die we de afgelopen jaren hebben ontwikkeld, maar zetten nu een belangrijke volgende stap’, zegt Sissi. ‘Niet alleen gebruiken we elektrische velden, we benutten ook de lokale pH-veranderingen die ontstaan bij de elektroden. Daardoor kunnen we precies op de juiste plek de gewenste omstandigheden creëren, zonder de volledige vloeistof aan te passen. Zo kunnen we veel efficiënter werken en het gebruik van chemicaliën sterk terugdringen.’
De nieuwe technologie bouwt voort op eerdere UT-projecten, waaronder ReCoVR en Electrified. Daarin ontwikkelden onderzoekers elektrisch aangedreven technieken om biomaterialen efficiënter te scheiden en te ontwateren. Binnen ECO wordt die kennis verder uitgebreid naar toepassingen zoals ontzilting, machinereiniging en industriële scheidingsprocessen.
De onderzoekers verwachten dat de nieuwe inzichten uiteindelijk ook buiten de industrie bruikbaar zijn. Zo wordt thuis vaak nog meer gebruikgemaakt van schoonmaakmiddelen, ontkalkers en andere hulpstoffen dan in industriële processen. Sissi: ‘We richten ons in dit project op de industrie, maar hopen dat de kennis die we opdoen uiteindelijk ook kan leiden tot toepassingen die het gebruik van chemicaliën in huishoudens verminderen.’
Binnen ECO werken onderzoekers van de Universiteit Twente samen met TU Delft, Wageningen University & Research, Rijksuniversiteit Groningen en de University of Copenhagen. Ook bedrijven als Royal Avebe, FrieslandCampina, Nobian, Shell, ISPT, Ecolab en VNP zijn betrokken bij het consortium.
Met vijf promovendi onderzoekt het consortium de komende jaren hoe elektrisch aangedreven procestechnologieën kunnen bijdragen aan schonere en energiezuinigere industriële processen. ‘Ik hoop dat we over tien jaar kunnen zeggen dat we het fundament hebben gelegd voor een nieuwe generatie industriële processen die minder chemicaliën gebruiken en bijdragen aan schoner water’, aldus Sissi.

Geen opmerkingen: