Uitstoot broeikasgassen in tweede kwartaal 2026 iets hoger
In het tweede kwartaal van 2026 was de uitstoot van broeikasgassen iets hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2025 (+0,6 procent). De lagere uitstoot bij de mobiliteitssector werd tenietgedaan door de hogere uitstoot bij de elektriciteitssector. Dit melden het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en RIVM/Emissieregistratie op basis van de voorlopige kwartaalcijfers over de broeikasgassenuitstoot conform de richtlijnen van het IPCC.
In het tweede kwartaal van 2026 heeft de mobiliteitssector ruim 10 procent minder broeikasgassen uitgestoten dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Vooral het dieselverbruik was lager.
Dat komt doordat er in Duitsland een korting op de accijns was als compensatie van de gestegen dieselprijzen. Daardoor was het voor het internationaal vrachtvervoer voordeliger om over de grens in Duitsland te tanken. De hierbij horende uitstoot wordt volgens IPCC-richtlijnen bij Duitsland gerekend. Verder wordt er meer elektrisch gereden.
In het tweede kwartaal van 2026 was de bijdrage van de mobiliteitssector aan de totale uitstoot 21 procent. Dit was een jaar eerder nog 23,5 procent.
In het tweede kwartaal van 2026 heeft de elektriciteitssector bijna 22 procent meer broeikasgassen uitgestoten dan in hetzelfde kwartaal van 2025. Voor de hogere elektriciteitsproductie zijn meer steenkolen (+87 procent) en aardgas (+15 procent) verbruikt. Er werd meer elektriciteit uitgevoerd, vooral naar België, en ook het binnenlands verbruik was hoger. De bijdrage van de elektriciteitssector aan de totale uitstoot was 17,5 procent in het tweede kwartaal van 2026, tegen 14,5 procent in hetzelfde kwartaal van 2025.
De uitstoot van de industrie was iets lager dan in hetzelfde kwartaal van vorig jaar (-1 procent). De productie van de aardolie-industrie was hoger. De chemische industrie produceerde echter minder, onder meer door onderhoud bij enkele energie-intensieve bedrijven. De industrie leverde met 34 procent de grootste bijdrage aan de totale uitstoot in het tweede kwartaal van 2026.
In het tweede kwartaal van 2026 stootte de Nederlandse economie 2,5 procent meer CO2 uit dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Het bruto binnenlands product (bbp) groeide in die periode met 1,3 procent. Het tweede kwartaal van 2026 was kouder dan het tweede kwartaal van 2025; gecorrigeerd voor dit weerseffect komt de stijging van de CO2-uitstoot uit op 1,4 procent.
Dat de toename van de CO2-uitstoot volgens de nationale rekeningen groter is dan de toename van de uitstoot van broeikasgassen volgens de IPCC komt doordat in de nationale rekeningen ook de uitstoot door de verbranding van biomassa en de internationale luchtvaart wordt meegerekend. Deze uitstoot was hoger, terwijl deze in de IPCC-berekening buiten beschouwing blijft.
Vooral het toegenomen verbruik van steenkool en biomassa door energiebedrijven droeg bij aan de hogere uitstoot. Hierdoor stootte het cluster energie- en waterbedrijven en afvalbeheer bijna 19 procent meer CO2 uit. De toegevoegde waarde van dit cluster bleef vrijwel gelijk. In het cluster delfstoffenwinning, industrie en bouwnijverheid was zowel de CO2-uitstoot als de toegevoegde waarde 1 procent lager.
De transportsector, die bestaat uit de luchtvaart, zeevaart, binnenvaart en bedrijfsmatig wegvervoer, stootte ondanks de stijging bij de luchtvaart ruim 1 procent minder CO2 uit. De toegevoegde waarde van de transportsector groeide met ruim 3 procent.
In het tweede kwartaal van 2026 heeft de mobiliteitssector ruim 10 procent minder broeikasgassen uitgestoten dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Vooral het dieselverbruik was lager.
Dat komt doordat er in Duitsland een korting op de accijns was als compensatie van de gestegen dieselprijzen. Daardoor was het voor het internationaal vrachtvervoer voordeliger om over de grens in Duitsland te tanken. De hierbij horende uitstoot wordt volgens IPCC-richtlijnen bij Duitsland gerekend. Verder wordt er meer elektrisch gereden.
In het tweede kwartaal van 2026 was de bijdrage van de mobiliteitssector aan de totale uitstoot 21 procent. Dit was een jaar eerder nog 23,5 procent.
In het tweede kwartaal van 2026 heeft de elektriciteitssector bijna 22 procent meer broeikasgassen uitgestoten dan in hetzelfde kwartaal van 2025. Voor de hogere elektriciteitsproductie zijn meer steenkolen (+87 procent) en aardgas (+15 procent) verbruikt. Er werd meer elektriciteit uitgevoerd, vooral naar België, en ook het binnenlands verbruik was hoger. De bijdrage van de elektriciteitssector aan de totale uitstoot was 17,5 procent in het tweede kwartaal van 2026, tegen 14,5 procent in hetzelfde kwartaal van 2025.
De uitstoot van de industrie was iets lager dan in hetzelfde kwartaal van vorig jaar (-1 procent). De productie van de aardolie-industrie was hoger. De chemische industrie produceerde echter minder, onder meer door onderhoud bij enkele energie-intensieve bedrijven. De industrie leverde met 34 procent de grootste bijdrage aan de totale uitstoot in het tweede kwartaal van 2026.
In het tweede kwartaal van 2026 stootte de Nederlandse economie 2,5 procent meer CO2 uit dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Het bruto binnenlands product (bbp) groeide in die periode met 1,3 procent. Het tweede kwartaal van 2026 was kouder dan het tweede kwartaal van 2025; gecorrigeerd voor dit weerseffect komt de stijging van de CO2-uitstoot uit op 1,4 procent.
Dat de toename van de CO2-uitstoot volgens de nationale rekeningen groter is dan de toename van de uitstoot van broeikasgassen volgens de IPCC komt doordat in de nationale rekeningen ook de uitstoot door de verbranding van biomassa en de internationale luchtvaart wordt meegerekend. Deze uitstoot was hoger, terwijl deze in de IPCC-berekening buiten beschouwing blijft.
Vooral het toegenomen verbruik van steenkool en biomassa door energiebedrijven droeg bij aan de hogere uitstoot. Hierdoor stootte het cluster energie- en waterbedrijven en afvalbeheer bijna 19 procent meer CO2 uit. De toegevoegde waarde van dit cluster bleef vrijwel gelijk. In het cluster delfstoffenwinning, industrie en bouwnijverheid was zowel de CO2-uitstoot als de toegevoegde waarde 1 procent lager.
De transportsector, die bestaat uit de luchtvaart, zeevaart, binnenvaart en bedrijfsmatig wegvervoer, stootte ondanks de stijging bij de luchtvaart ruim 1 procent minder CO2 uit. De toegevoegde waarde van de transportsector groeide met ruim 3 procent.

Geen opmerkingen: